Gemeente Arnhem verkoopt in februari 2015 het voormalige terrein van de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem en heeft daartoe een verkoopdocument vastgesteld. De gemeente hanteert een vanaf-prijs. Tevens heeft zij vier ambities geformuleerd (Programma, Ruimte, Verkeer en Duurzaamheid). Per onderwerp kunnen 0, 2, 4 of 5 punten worden toegekend. Per ambitie wordt minimaal een ‘voldoende’ verlangd (2 punten). Onder meer WBC en Tya Horn schrijven in. De gemeente gunt de verkoop aan Tya Horn. WBC start een kort geding.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de gemeente niet verplicht was om het HKA-terrein via een Europese aanbestedingsprocedure te verkopen. Partijen zijn het er over eens dat de manier waarop de verkoop van het HKA-terrein is vormgegeven de gemeente verplicht om de fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht, waaronder het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel, in acht te nemen. Bij de beoordeling van het onderhavige geschil zal dan ook aan die beginselen worden getoetst.

WBC meent dat de gemeente de inschrijvingen niet heeft beoordeeld conform de regels die zijn opgenomen in het verkoopdocument en voert daartoe vier redenen aan.