Zoeken
  1. Aansprakelijkheid asbestinventarisatiebureau voor gemiste asbesthoudende MUWI-stelplaatjes in kelderboxen – wel beroep op exoneratie

Aansprakelijkheid asbestinventarisatiebureau voor gemiste asbesthoudende MUWI-stelplaatjes in kelderboxen – wel beroep op exoneratie

Het asbestinventarisatiebureau is aansprakelijk wegens gemiste asbesthoudende MUWI-stelplaatjes in kelderboxen, maar dat leidt niet tot een schadevergoedingsverplichting.
Artikel | 09 mei 2018 | Jaike Silvius

Bij de steekproefsgewijze uitvoering van een Type A-onderzoek conform de SC-540 in opdracht van een woningcorporatie heeft het asbestinventarisatiebureau een direct waarneembare toepassing gemist, namelijk asbesthoudende stelplaatjes van het zogenoemde MUWI-systeem. De rechtbank Den Haag oordeelde in een vonnis van 7 februari 2018 dat het asbestinventarisatiebureau is tekortgeschoten in de uitvoering van haar verplichtingen onder de overeenkomst met de woningcorporatie. Dat leidt evenwel niet tot een schadevergoedingsplicht, vanwege de exoneratie in de op de overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden.

Feiten

Een woningcorporatie heeft een overeenkomst van opdracht gesloten met een asbestinventarisatiebureau voor een steekproefsgewijze controle van haar woningbestand. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden DNR 2005 van toepassing verklaard.

Het asbestinventarisatiebureau heeft een Type A-onderzoek uitgevoerd, onder andere in flatwoningen met kelderboxen die op dat moment nog in gebruik waren. Het asbestinventarisatiebureau heeft deze beperking in haar rapport vermeld, evenals de aanbeveling om een Type-B onderzoek uit te laten voeren.

Nadien heeft de woningcorporatie een aanbesteding uitgeschreven voor de sloop en sanering van een groot aantal woningen en het Type A-inventarisatierapport bij de aanbestedingsstukken gevoegd.

De aannemer aan wie de opdracht is gegund, heeft zelf opdracht gegeven aan een ander asbestinventarisatiebureau om een Type A en Type B-onderzoek uit te voeren. Op dat moment waren de woningen niet langer bewoond. Deze tweede inventariseerder heeft niet-gerapporteerde asbesttoepassingen aangetroffen in de kelderboxen: asbesthoudende stelplaatjes in de MUWI-wanden.

Tussen de woningcorporatie en de aannemer is een geschil ontstaan over de extra saneringskosten. De voorzieningenrechter heeft de woningcorporatie veroordeeld tot vergoeding van die kosten, nu de aannemer de aanwezigheid van (extra) asbestbronnen redelijkerwijs niet behoefde te verwachten.

Procedure

In de onderhavige procedure staat de vraag centraal of het asbestinventarisatiebureau tekortgeschoten is en, zo ja, of het asbestinventarisatie de daardoor geleden schade dient te vergoeden. De schade zou onder meer bestaan uit de kosten van de procedure met de aannemer en de meerkosten voor de sloop.

De woningcorporatie stelt dat het asbestinventarisatiebureau toerekenbaar tekortgeschoten is omdat zij de asbesthoudende stelplaatjes heeft gemist. De woningcorporatie voert aan dat de plaatjes direct waarneembaar waren en dat uit de bouwtekeningen bleek dat gebouwd was met het MUWI-systeem: een systeem waarvan het asbestinventarisatiebureau had moeten onderkennen dat daarbij veelal asbest wordt toegepast.

Het asbestinventarisatiebureau betwist dat zij toerekenbaar tekortgeschoten is. Verder beroept het asbestinventarisatiebureau zich (onder meer) op de exoneratie in de DNR 2005, het ontbreken van causaal verband en eigen schuld van de woningcorporatie.

Toerekenbare tekortkoming
De rechtbank oordeelt aan de hand van art. 7:401 BW en de DNR 2005 dat het asbestinventarisatiebureau niet heeft gehandeld zoals van een zorgvuldig adviseur kan worden verwacht. Het asbestinventarisatiebureau heeft onvoldoende weersproken dat de asbestplaatjes zichtbaar waren. Daarnaast worden de stelplaatjes in documentatie van de Stichting Certificatie Asbest genoemd als één van de meest voorkomende asbesthoudende producten. Het asbestinventarisatiebureau had dan ook op de aanwezigheid daarvan bedacht moeten zijn en zich moeten inspannen om de plaatjes op te sporen.
Er is, in tegenstelling tot de woningcorporatie stelt, geen sprake van opzet of grove schuld van het asbestinventarisatiebureau in de zin van art. 14 lid 7 DNR 2005.

Exoneratie en toerekening van schade
Vervolgens beoordeelt de rechtbank het beroep op de exoneraties in de DNR 2005. Art. 14 lid 1 bepaalt dat het asbestinventarisatiebureau slechts aansprakelijk is voor directe schade. 

De rechtbank overweegt dat een omschrijving van ‘directe schade’ in de DNR ontbreekt. Daarom beoordeelt de rechtbank de vraag welke schade aan het asbestinventarisatiebureau kan worden toegerekend mede aan de hand van art. 6:98 BW.

Mede indachtig het oordeel van de voorzieningenrechter, gaat de rechtbank mee in het betoog van het asbestinventarisatiebureau dat de woningcorporatie steken heeft laten vallen bij de aanbesteding. Relevant is:
- dat de woningcorporatie, ondanks een daartoe gerichte vraag, geen aanvullende asbestinventarisatie heeft laten uitvoeren;
- dat de woningcorporatie inschrijvende partijen heeft voorgehouden dat de verstrekte onderzoeken een representatief beeld gaven;
- dat de woningcorporatie het verwijderen van meer asbest niet als het aangenomen werk heeft benoemd;
- dat het asbestinventarisatiebureau een redelijk vermoeden van verborgen asbest had gerapporteerd en had aanbevolen om nader onderzoek te doen, hetgeen de woningcorporatie heeft genegeerd.

De rechtbank oordeelt dat de schade, voortvloeiend uit bovengenoemde omstandigheden, voor rekening van de woningcorporatie dient te blijven op grond van eigen schuld (art. 6:101 BW). De schade is te herleiden tot de handelswijze van de woningcorporatie tijdens de aanbesteding.
De rechtbank overweegt dat dit ook de conclusie rechtvaardigt dat geen sprake is van directe schade in de zin van de DNR 2005.

Kortom, de woningcorporatie krijgt nul op het rekest.