Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. AFM 1: Verzwaarde vereisten vrijstelling vergunningplicht voor (vastgoed)beleggingsfondsen

AFM 1: Verzwaarde vereisten vrijstelling vergunningplicht voor (vastgoed)beleggingsfondsen

Met ingang van 1 januari 2012 wordt de vrijstellingsgrens voor de vergunningplicht voor aanbieders in beleggingsobjecten en van deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen verhoogd van EUR 50.000 naar EUR 100.000. Aanbieders van (nieuwe) beleggingsobjecten of deelnemingsrechten zijn na 1 januari 2012 alleen vrijgesteld van de vergunningplicht indien de nominale waarde per object of deelnemingsrecht minimaal EUR 100.000 is en deze aanbieders een vrijstellingsvermelding doen bij de aanbieding....
Auteur artikelFrans Knüppe
Gepubliceerd08 november 2011
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Met ingang van 1 januari 2012 wordt de vrijstellingsgrens voor de vergunningplicht voor aanbieders in beleggingsobjecten en van deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen verhoogd van EUR 50.000 naar EUR 100.000. Aanbieders van (nieuwe) beleggingsobjecten of deelnemingsrechten zijn na 1 januari 2012 alleen vrijgesteld van de vergunningplicht indien de nominale waarde per object of deelnemingsrecht minimaal EUR 100.000 is en deze aanbieders een vrijstellingsvermelding doen bij de aanbieding. Voor aanbieders van bestaande beleggingsobjecten of deelnemingsrechten van minder dan EUR 100.000 geldt een overgangsregime. Ook beheerders of uitvoerders van bestaande overeenkomsten met betrekking tot beleggingsobjecten of beleggingsinstellingen vallen onder de vergunningplicht.

De Regeling tot Wijziging van de Vrijstellingsregeling Wet financieel toezicht (Wft) behelst naast de verhoging van de vrijstellingsgrens ook een overgangsregime voor aanbieders die vóór 1 januari 2012 beleggingsobjecten aanbieden met een nominale waarde tussen EUR 50.000 en EUR 100.000. Deze aanbieders zijn tijdelijk vrijgesteld van de vergunningplicht mits zij uiterlijk op 31 januari 2012 een vergunning bij de AFM aanvragen (via het Digitaal loket van de AFM) en deze tijdelijke vrijstelling geldt tot de datum dat de AFM een besluit heeft genomen op de vergunningaanvraag.

Niet alleen aanbieders van beleggingsobjecten, maar ook aanbieders van deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen die na 31 december 2011 worden aangeboden, zijn tijdelijk vrijgesteld voor zover vóór 1 januari 2012 deelnemingsrechten konden worden verworven tegen een tegenwaarde tussen EUR 50.000 en EUR 100.000, of de nominale waarde per recht lag tussen EUR 50.000 en EUR 100.000. Ook hier geldt de vrijstelling alleen als uiterlijk op 31 januari 2012 bij de AFM een vergunning wordt aangevraagd en wel tot de datum van het besluit van de AFM op deze vergunningaanvraag.

Met deze overgangsregeling kunnen aanbieders overeenkomsten inzake beleggingsobjecten of deelnemingsrechten blijven uitvoeren en beheren in afwachting van het besluit op de vergunningaanvraag. Als de vergunning niet wordt toegekend kan de aanbieder of beheerder kan hij diens activiteiten alleen voortzetten als hij valt onder de vrijstellingsregeling, bijvoorbeeld door de aangeboden producten samen te voegen tot een eenheid van ten minste EUR 100.000. Lukt dat niet, dan moet hij zijn activiteiten staken en de overeenkomsten beëindigen of overdragen aan een aanbieder met vergunning. Aanbieden of beheren zonder vergunning (of zonder vergunningaanvraag voor 1 februari 2012) houdt een overtreding in van de Wft en de AFM zal dan handhavend optreden.

Aanbieders die gebruik maken van de overgangsregeling vallen per 1 januari 2012 wel meteen onder het gedragstoezicht van de AFM en moeten derhalve voldoen aan de gedragsregels zoals opgenomen in deel 4 van de Wft (Gedragstoezicht Financiële Ondernemingen).