Zoeken
  1. Beëindiging aanstellingsovereenkomst van een directeur ook mondeling mogelijk

Beëindiging aanstellingsovereenkomst van een directeur ook mondeling mogelijk

Anders dan bij een dienstverband met een werknemer, is het bij een aanstellingsovereenkomst van een directeur mogelijk om de overeenkomst mondeling te beëindigen, tenzij in de overeenkomst zelf een afwijkende regeling is vastgelegd. Dit heeft de rechtbank voor arbeidszaken van de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein in april 2018 in een zaak beslist.
Artikel | 21 september 2018 | Susanne Hermsen-Pfeiffer

Feiten
In de desbetreffende procedure eiste de voormalig directeur van een vennootschap betaling van een vergoeding over een periode waarin partijen twistten over het bestaan van een dienstverband. Diverse feiten spraken voor de beëindiging daarvan. Zo had gedaagde (de vennootschap) eiser afgemeld bij de bevoegde uitvoeringsorganen van de sociale zekerheid en werd hij bij besluit van de aandeelhoudersvergadering ontslagen als directeur. Ook ontving hij geen loonafrekeningen meer van gedaagde.

Er was echter geen formele schriftelijke opzegging. Gedaagde beriep zich op beëindiging van de aanstelling met wederzijds goedvinden.


Juridische situatie
Op grond van § 623 van het Duitse Burgerlijk Wetboek (BGB) dient een dienstverband echter schriftelijk te worden opgezegd. Binnen de werkingssfeer van § 623 BGB vallen uitsluitend dienstverbanden en geen vrije dienstovereenkomsten. Op directeuren van een besloten vennootschap naar Duits recht (GmbH) die in loondienst zijn is § 623 BGB van toepassing, indien de verhouding tussen partijen als dienstverband en niet als vrije dienstovereenkomst dient te worden gekwalificeerd. In het bewuste geval was § 623 niet van toepassing, omdat de rechtbank ervan uitging dat tussen partijen geen arbeidsovereenkomst, maar een vrije dienstbetrekking had bestaan.

In de door partijen gesloten aanstellingsovereenkomst waren de specifieke rechten en verplichtingen van de directeur vastgelegd. Een gebondenheid aan instructies, die ervoor hadden kunnen zorgen dat eiser als werknemer gezien zou kunnen worden, was daarin echter niet geregeld. Omdat tussen partijen geen sprake was van een dienstverband, hoefde de beëindiging van de aanstellingsovereenkomst van de directeur met wederzijds goedvinden volgens de rechtbank niet schriftelijk te worden overeengekomen. In de aanstellingsovereenkomst was het vereiste van schriftelijke vastlegging alleen voorzien voor eenzijdige opzegging, echter niet voor beëindiging met wederzijds goedvinden, waarvan de rechtbank in het bewuste geval uitging.

Afbakening vrije dienstovereenkomst – aanstellingsovereenkomst
In principe zijn bestuurdersovereenkomsten dienstovereenkomsten, die veel overeenkomsten kunnen vertonen met een arbeidsovereenkomst. Een dienstovereenkomst wordt vaak gekenmerkt door de volgende punten:

  • geen gebondenheid van de directeur aan instructies;
  • onafhankelijkheid van de directeur ten opzichte van sociale verzekeringen;
  • geen overname van wettelijke of cao-regelingen met betrekking tot vakantiedagen en vergoedingen;
  • geen redenen voor opzegging en opzegtermijnen, maar omvangrijke termijn- en beëindigingsregelingen;
  • ondernemersvrijheid om beslissingen te nemen;
  • principiële onafhankelijkheid van de benoeming tot bestuurder/directeur c.q. ontslag door de organen van de vennootschap.

Een arbeidsovereenkomst daarentegen wordt gekenmerkt door persoonlijke afhankelijkheid van de werknemer en gebondenheid aan instructies. De werknemer dient zich te houden aan de voorgeschreven werktijden, voert zijn werkzaamheden op een bepaalde locatie uit en is opgenomen in de arbeidsorganisatie.

Slotsom
Bij beëindiging van een aanstellingsovereenkomst van een directeur dient voor ieder individueel geval te worden onderzocht of sprake is van een vrije dienstbetrekking of een dienstverband. Bovendien dient te worden gekeken of in de specifieke aanstellingsovereenkomst aanvullende eisen zijn vastgelegd ten aanzien van opzegging daarvan.