Zoeken
  1. Beperking aftrekbaarheid liquidatieverliezen

Beperking aftrekbaarheid liquidatieverliezen

Op 16 april 2019 is door een drietal oppositiepartijen een concept wetsvoorstel ter consultatie neergelegd waarin wordt voorgesteld de aftrekbaarheid van liquidatieverliezen (deelnemingen) en stakingsverliezen (vaste inrichtingen) drastisch te beperken.
Auteur artikelRobert de Vries
Gepubliceerd01 mei 2019
Laatst gewijzigd01 mei 2019
Leestijd 

Op 16 april 2019 is door een drietal oppositiepartijen een concept wetsvoorstel  ter consultatie neergelegd waarin wordt voorgesteld de aftrekbaarheid van liquidatieverliezen (deelnemingen) en stakingsverliezen (vaste inrichtingen) drastisch te beperken. Gelet op de recente opstelling van de regeringspartijen lijkt dit voorstel een goede kans te maken een Kamermeerderheid te verwerven. De beoogde ingangsdatum van dit wetsvoorstel is 1 januari 2021.  

Ten aanzien van de aftrekbaarheid van liquidatieverliezen wordt voorzien in een drietal nieuwe beperkingen:

1. Er dient sprake te zijn van een bezit van ten minste 25% van het nominaal gestorte kapitaal dan wel  van een beleidsbepalend belang;
2. De geliquideerde deelneming dient te zijn gevestigd in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie (EU)  of een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER);
3. Een liquidatieverlies wordt slechts in aanmerking genomen als de vereffening uiterlijk wordt voltooid drie jaar na de staking van activiteiten of het besluit daartoe. De belastingplichtige kan op een later moment een liquidatieverlies claimen als zij aannemelijk kan maken dat zakelijke overwegingen ten grondslag liggen aan deze langere termijn.

Indien de deelneming voldoet aan de onder 1. en 2. genoemde voorwaarden is sprake van een kwalificerende deelneming. De deelneming dient gedurende de gehele bezitsperiode aan de onder  1. en 2. genoemde voorwaarden te voldoen om het volledige verlies in aftrek te kunnen brengen. Voor zover een kwalificerende deelneming op haar beurt (direct of indirect) belangen houdt in niet kwalificerende deelnemingen  wordt het liquidatieverlies, voor zover deze is toe te rekenen aan deze belangen, in aftrek beperkt.

Voor het volledig kunnen claimen van een stakingsverlies bij de beëindiging van een buitenlandse vaste inrichting gaan vergelijkbare voorwaarden gelden:

1. Een stakingsverlies wordt slechts in aanmerking genomen als de belastingplichtige uiterlijk drie jaar na de staking van activiteiten of het besluit daartoe ophoudt winst uit die vaste inrichting te genieten. De belastingplichtige kan op een later moment een stakingsverlies claimen als zij aannemelijk kan maken dat zakelijke overwegingen ten grondslag liggen aan deze langere termijn;
2. Een stakingsverlies wordt slechts in aanmerking genomen als de belastingplichtige een vaste inrichting heeft in een andere lidstaat van de EU  of een lidstaat van de EER.

Voor zover een liquidatieverlies of stakingsverlies niet tijdig wordt genomen kan in het geheel geen aftrek meer plaatsvinden.

Een  liquidatieverlies of stakingsverlies ter zake van een niet kwalificerende deelneming (dus ook voor deelnemingen in non-EU/EER landen) wordt beperkt tot een maximumbedrag van € 1.000.000.

Er is slechts voorzien in een beperkte overgangsregeling. De temporele beperking van drie jaar wordt voor latente verliezen die op 1 januari 2021 al aanwezig waren verlengd tot 31 december 2023. Voor niet kwalificerende deelnemingen (< 25% belangen of gevestigd buiten EU/EER) geldt dat de regeling onverkort van toepassing is vanaf 1 januari 2021 (op basis van de huidige tekst van het conceptvoorstel). Als de vereffening niet vóór die datum is afgerond wordt het verlies derhalve beperkt tot een maximum van € 1.000.000. Belastingplichtigen waarbij dit speelt zullen, indien het wetsvoorstel wordt aangenomen, dus haast moeten maken met de afwikkeling van de liquidatie.
Voor internationaal opererende  ondernemingen kunnen deze voorstellen een grote financiële impact hebben. Bij het opzetten van de concernstructuur zal rekening moeten worden gehouden met de uitwerking van deze regeling. Ook de timing van het proces van afwikkeling zal goed moeten worden gemonitord, waarbij ook alternatieve methoden voor afwikkeling in de afweging  zullen moeten worden betrokken.