Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Besparing proceskosten bij meerdere bezwaarschriften

Besparing proceskosten bij meerdere bezwaarschriften

Ieder bestuursorgaan heeft er wel mee te maken: een professionele rechtsbijstandverlener die namens een belanghebbende meerdere afzonderlijke bezwaarschriften indient. Hoe zit het dan met de vergoeding van de kosten voor de verleende rechtsbijstand?
Auteur artikelJelmer Keur
Gepubliceerd03 mei 2016
Laatst gewijzigd25 februari 2019
Leestijd 

Ieder bestuursorgaan heeft er wel mee te maken: een professionele rechtsbijstandverlener die namens een belanghebbende meerdere afzonderlijke bezwaarschriften indient. Hoe zit het dan met de vergoeding van de kosten voor de verleende rechtsbijstand?

1. Algemeen
Het voeren van een bezwaarschrift- of beroepsprocedure kan voor belanghebbenden aanzienlijke kosten met zich meebrengen. De Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) biedt belanghebbenden dan ook de mogelijkheid om aanspraak te maken op een tegemoetkoming in de proceskosten die zij hebben gemaakt.

Zo kunnen belanghebbenden een verzoek doen om proceskostenvergoeding in het geval het bestreden besluit door het bestuursorgaan in bezwaar of administratief beroep wordt herroepen wegens een onrechtmatigheid die aan het bestuursorgaan is te wijten. Hetzelfde geldt als het bestreden besluit in beroep door de bestuursrechter wordt vernietigd. Vereist is dat belanghebbenden het verzoek om vergoeding van proceskosten doen vóórdat het bestuursorgaan of de rechter een beslissing in de zaak heeft genomen.1 Welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen en wat de hoogte van de vergoeding is, is nader geregeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht (verder: Bpb).

2. Vergoeding rechtsbijstandskosten en samenhangende zaken
Het Bpb bepaalt dat de kosten van door een derde verleende professionele rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking komen.2 Het gaat hierbij om een forfaitair tarief.3 Het Bpb bepaalt voorts dat voor de kostenvergoeding van professionele rechtsbijstand samenhangende zaken als één zaak worden beschouwd. Wil van samenhangende zaken sprake zijn, dan moet aan vier voorwaarden zijn voldaan4:

    • Een of meer belanghebbenden moeten meerdere bezwaren hebben gemaakt of beroepen hebben ingesteld;
    • De bezwaren of ingestelde beroepen moeten gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig worden behandeld door bestuursorgaan of bestuursrechter;
    • De professionele rechtsbijstand moet zijn verleend door dezelfde persoon, of door meerdere personen van hetzelfde samenwerkingsverband; en
    • De werkzaamheden van deze persoon of personen konden in elk van de zaken nagenoeg identiek zijn.



3. Criteria voor samenhangende zaken
Laten we de volgende twee voorwaarden eens onder de loep nemen: de gelijktijdige of nagenoeg gelijktijdige behandeling en de nagenoeg identieke werkzaamheden.

Gelijktijdige of nagenoeg gelijktijdige behandeling
Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van samenhangende zaken, is leidend het moment waarop het bestuursorgaan of de rechter de bezwaren of beroepen behandelt en niet het moment waarop de belanghebbende zijn bezwaren maakt of zijn beroepen indient. Het bestuursorgaan dat bezwaren nagenoeg gelijktijdig op een hoorzitting behandelt, voldoet aan het criterium van (nagenoeg) gelijktijdige behandeling (vgl. Rb Noord-Holland 4 maart 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:1568). Aldus hebben het bestuursorgaan en de bestuursrechter het (ten dele) zelf in de hand of voor de kostenvergoeding kan worden uitgegaan van één zaak, met een lagere proceskostenvergoeding tot gevolg.5

Nagenoeg identieke werkzaamheden
Een andere voorwaarde is dat de werkzaamheden van de professionele rechtsbijstandverlener(s) in elk van de zaken zo goed als gelijk konden zijn. De vraag of van nagenoeg identieke werkzaamheden sprake is, is geregeld onderwerp van discussie in bestuursrechtelijke procedures. Van identieke werkzaamheden is veelal sprake als de belanghebbende op bijna dezelfde gronden in bezwaar of beroep opkomt tegen min of meer identieke besluiten. Dat vormen echter geen wettelijke vereisten. In dit kader zijn twee uitspraken interessant om nader te bezien: een arrest van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en een arrest van de belastingkamer van de Hoge Raad.

Beginnend met laatstgenoemd arrest. In de zaak van 18 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:420, V-N 2016/17.4, ging het om vijftien WOZ-zaken. De Hoge Raad steunt de lezing van het Gerechtshof Amsterdam dat dezelfde rechtsbijstandverlener geen identieke werkzaamheden kon verrichten, vanwege de verschillen tussen de tijdens de hoorzitting besproken zaken. De Hoge Raad overweegt dat voor de beoordeling of sprake is van nagenoeg identieke werkzaamheden, het Bpb géén ruimte biedt voor het aanleggen van een abstracte toets waarbij wordt geabstraheerd van de concrete werkzaamheden van de rechtsbijstandverlener. Eerder was door lagere rechters juist geoordeeld dat niet gekeken moet worden naar de concrete werkzaamheden van de rechtsbijstandverlener, maar dat een meer abstracte toetst moet worden aangelegd (vgl. Rb Noord-Holland 4 maart 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:1568 en Rb Overijssel 26 augustus 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:3912).

De tweede uitspraak betreft het arrest van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3590, BR 2016/12. In deze zaak zijn tegen zeven besluiten zeven afzonderlijke bezwaarschriften ingediend. Aan de in bezwaar bestreden besluiten liggen volgens de Afdeling weliswaar verschillende feiten ten grondslag, maar in de zeven zaken komen het onderwerp en het toetsingskader in zodanige mate overeen dat het redelijk is om ervan uit te gaan dat in vergelijking met de behandeling van één zaak, de behandeling van meer dan één zaak voor de rechtshulpverlener geen reële extra inspanning hoefde te vergen. Daar betrekt de Afdeling bij dat de bezwaarschriften vrijwel gelijkluidend zijn. In navolging van het bestuursorgaan oordeelt de Afdeling dan ook dat de werkzaamheden in kwestie nagenoeg identiek konden zijn.

4. Hoogte van de vergoeding
Wegingsfactor
Staat eenmaal vast dat sprake is van samenhangende zaken, dan doet zich de vraag voor naar de hoogte van de vergoeding voor de rechtsbijstandskosten. Zoals gezegd worden samenhangende zaken voor de vergoeding van deze kosten aangemerkt als één zaak. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt echter wel rekening gehouden met de hoeveelheid zaken in kwestie: bij minder dan vier samenhangende zaken geldt voor de vergoeding wegingsfactor 1, bij vier of meer zaken geldt voor de vergoeding wegingsfactor 1,5.6

Vermindering
Voorts is in het Bpb een matigingsbevoegdheid opgenomen.7 Ingeval de betrokkene in bezwaar of beroep slechts gedeeltelijk in het gelijk is gesteld, kan het bestuursorgaan of de rechter de proceskosten die overeenkomstig het Bpb zijn vastgesteld, matigen. Beslissend is hierbij of de betrokkene op een punt van ondergeschikt belang in het gelijk is gesteld (CRvB 28 maart 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AW1316, AB 2006/282). Het vastgestelde bedrag aan vergoeding kan eveneens worden gematigd, indien het beroep bij de bestuursrechter is ingetrokken omdat gedeeltelijk aan de indiener van het beroepsschrift is tegemoetgekomen. De bevoegdheid tot vermindering dient echter slechts in uitzonderlijke gevallen te worden gebruikt (ABRvS 9 november 2011, ECLI:NL: RVS:2011:BU3743, JB 2011/279).

Hardheidsclausule
Tot slot biedt het Bpb bestuursorganen en rechters de mogelijkheid om in bijzondere omstandigheden af te wijken van de volgens het Bpb berekende vergoeding.8 Een bestuursorgaan of rechter kan de berekende vergoeding verhogen of verlagen als strikte toepassing van de forfaitaire regeling onrechtvaardig zou uitpakken. Deze afwijkingsbevoegdheid geldt voor uitzonderlijke situaties en moet terughoudend worden toegepast.9 Zo kan matiging van de proceskostenvergoeding aan de orde komen als een professionele rechtsbijstandverlener in strijd met de goede procesorde handelt (vgl. Rb Gelderland 18 december 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:7843). Verhoging van de forfaitaire vergoeding kan gepast zijn bij misbruik van procesrecht door een bestuursorgaan (vgl. HR 23 september 2005, ECLI:NL: HR:2005:AU3158, AB 2006, 95) of als het bestuursorgaan tegen beter weten in een onjuist standpunt heeft gehandhaafd (vgl. HR 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011: BP2975, AB 2011/114).

5. Conclusie
Onder omstandigheden kan een belanghebbende een tegemoetkoming krijgen voor de proceskosten die hij heeft gemaakt tijdens een bezwaar- of beroepsprocedure. De kosten voor verleende professionele rechtsbijstand maken deel uit van de proceskosten. Voor de vergoeding van de rechtsbijstandskosten is de vraag van belang of er sprake is van ‘samenhangende zaken’. Hiervan is sprake als voldaan is aan de vier voorwaarden genoemd in paragraaf 2. Is aan alle voorwaarden voldaan, dan worden de samenhangende zaken voor de vergoeding van de rechtsbijstandskosten
aangemerkt als één zaak.

Een van de voorwaarden is dat de bezwaren of ingestelde beroepen (nagenoeg) gelijktijdig moeten worden behandeld door bestuursorgaan of bestuursrechter. Dit biedt bestuursorganen (en bestuursrechter) de mogelijkheid om direct invloed kunnen uit te oefenen op de hoogte van de kostenvergoeding voor rechtsbijstand.

Tip
Een tip voor bestuursorganen om kosten te besparen: inventariseer vroegtijdig of er tegen besluiten meerdere afzonderlijke bezwaarschriften zijn ingediend. Is dit het geval, behandel deze bezwaarschriften indien mogelijk dan gelijktijdig op een hoorzitting. Een dergelijke handelswijze kan leiden tot een lagere proceskostenvergoeding.

1 Zie de artikelen 7:15, 7:28 en 8:75 Awb.
2 Artikel 2 lid 1 onder a Bpb.
3 De forfaitaire regeling met puntensysteem is uitgewerkt in de bijlage bij het Bpb.
4 Artikel 3 leden 1 en 2 Bpb.
5 Dit is het achterliggende doel van deze voorwaarde, zo blijkt uit de nota van toelichting bij de wijziging van het Bpb, Stb. 2014, 411, p. 4.
6 Zie onderdeel C.2 van de bijlage bij het Bpb.
7 Artikel 2 lid 2 Bpb.
8 Artikel 2 lid 3.
9 Zie de nota van toelichting bij de wijziging van het Bpb, Stb. 2014, 411, p. 3.