Zoeken
  1. Brandschade: wat is de inventaris eigenlijk waard?

Brandschade: wat is de inventaris eigenlijk waard?

Een meubelzaak sluit een inventaris- en goederenverzekering af, onder andere voor de aanwezigheid van een geleased LED-scherm op het pand. Na een brand, waarbij de gehele inventaris verloren gaat, is het de vraag of de verzekeraar moet uitkeren op basis van een vaste voortaxatie in de zin van art. 7:960 BW. De rechtbank oordeelt dat bepaald moet worden wat partijen hebben afgesproken bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst.
Auteur artikelHarm van Schilt
Gepubliceerd31 juli 2018
Laatst gewijzigd31 juli 2018
Leestijd 

Feiten en omstandigheden

Een inmiddels failliet meubelbedrijf, handelend onder de naam Bankstel XL, heeft onder meer voor een geleased LED-scherm (lichtreclame) een inventaris- en goederenverzekering afgesloten. Na het afsluiten van de verzekering wordt het bedrijf het volgende gemeld:

Een van de kenmerken van de verzekering is dat u een gratis waardebepaling krijgt. Bij uw bedrijf waarderen wij de volgende zaken: huurdersbelang en inventaris.

In het waardebepalingsrapport heeft de ingeschakelde deskundige onder meer de inventaris gewaardeerd. Enige maanden later ontvangt Bankstel XL een nieuw polisblad waarbij onder meer de clausule ‘vaste taxatie’ is opgenomen:

Als waarde onmiddellijk vóór de gebeurtenis geldt het bedrag dat in het taxatierapport is genoemd. Bij het vaststellen van de omvang van de schade op basis van de kosten van herstel of naar nieuwwaarde dan wel naar dagwaarde, zal rekening moeten worden gehouden met de taxatie.

Een verzekerde mag op grond van art. 7:960 BW geen vergoeding ontvangen waardoor hij in een duidelijk voordeligere positie zou geraken (het indemniteitsbeginsel). Dit beginsel mist echter toepassing in het geval er een voorafgaande taxatie heeft plaatsgevonden waarbij de waarde van de zaak door een deskundige is bepaald.


Het geschil

De curator van Bankstel XL meent dat de verzekeraar een bedrag moet uitkeren op basis van een vaste taxatie. De verzekeraar meent echter dat er geen voortaxatie is afgesproken in de zin van art. 7:960 BW. Volgens de verzekeraar is er slechts een waardebepaling overeengekomen om onderverzekering te voorkomen. Het onderscheid maakt uit voor de hoogte van het uit te keren bedrag. De vermelding van de clausule op de later afgegeven polis is volgens de verzekeraar een vergissing geweest.

Tot welk oordeel komt rechtbank Gelderland?

De beoordeling

De rechter oordeelt dat de verzekeraar voldoende heeft ontzenuwd dat partijen de bedoeling hadden om een vaste taxatieclausule in de polis overeen te komen. Niet is aangevoerd dat Bankstel XL bij aanvang van de verzekering ook daadwerkelijk een polis met een vaste taxatieclausule wilde afsluiten. Het enkel af willen sluiten van een ‘goede verzekering met een pico bello dekking’ is volgens de rechtbank onvoldoende om een vaste taxatieclausule aan te nemen. Dergelijke clausules komen alleen voor bij de verzekering van kostbare voorwerpen of verzamelingen, omdat de waarde daarvan achteraf niet of nauwelijks kan worden vastgesteld. Om die reden had de behoefte aan een dergelijke clausule ook in het aanvraagformulier vermeld moeten worden.

Kortom, in deze zaak gaat het feitelijk gezien niet om een voortaxatie in de zin van art. 7:960 BW, maar om een waardebepaling om onderverzekering te voorkomen. De rechtbank gaat mee in dit standpunt van verzekeraar.

Tot slot oordeelt de rechtbank:

Ook het feit dat op het polisblad met betrekking tot de inventaris/goederenverzekering een vaste taxatieclausule is opgenomen – terwijl een vaste voortaxatie van goederen (in zijn algemeenheid, maar zeker ook bij een meubelzaak) vrijwel onmogelijk is nu het een gegeven is dat de handelsvoorraad van een bedrijf (en daarmee het voor de verzekeraar te verzekeren risico) fluctueert – onderschrijft, naar het oordeel van de rechtbank, de stelling van verzekeraar dat sprake is geweest van een vergissing.

De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af.