De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Contractenrecht: De inspectieplicht bij internationale B2B koopovereenkomsten

Contractenrecht: De inspectieplicht bij internationale B2B koopovereenkomsten

Leestijd 
Auteur artikel Cindy Snelders-van de Kamp
Gepubliceerd 23 mei 2018
Laatst gewijzigd 24 mei 2018
 

Wanneer u als ondernemer goederen of grondstoffen internationaal inkoopt, dan is de kans groot dat op die overeenkomst het Weens Koopverdrag van toepassing is. Al eerder schreef ik uitgebreider in welke gevallen het Weens Koopverdrag van toepassing is en hoe streng het Weens Koopverdrag in de rechtspraak wordt uitgelegd daar waar het ziet op het inspecteren van goederen bij levering.   

In december 2017 is hier door het Hof Den Bosch weer een sprekend voorbeeld van gegeven. De uitspraak brengt met zich mee dat als u als inkoper niet scherp en snel bent, dit u duur kan komen te staan. Ik sta met u dan ook graag stil bij de overwegingen die het Hof Den Bosch heeft gemaakt.

De casus was als volgt. Een Engelse kweker van tilapiavis koopt bij een Nederlandse verkoper voor de eerste keer visvoer. De koper heeft tijdig -en schriftelijk- laten weten alleen voer te willen dat geen bloedmeel bevat. De verkoper levert het visvoer eind april 2013. Na het gebruik van het visvoer ontdekt de koper dat het water donkerder is en anders ruikt dan gebruikelijk. De koper ontdekt dit al half mei 2013, dus ongeveer twee weken na de levering. Via e-mails van 20 en 23 mei 2013 laat de verkoper weter per vergissing toch visvoer met bloedmeel te hebben geleverd. De verkoper erkent dus een fout te hebben gemaakt. Koper en verkoper verschillen dus niet van mening dat de koper visvoer zonder bloedmeel heeft besteld en dat er door verkoper toch visvoer met bloedmeel is geleverd. De koper houdt de verkoper dan ook aansprakelijk voor de schade die hij heeft geleden door het gebruik van het verkeerde visvoer.

Het hof wijst de vordering van de koper af. Op de etiketten staat bij de ingrediënten immers vermeld dat het voer bloedmeel bevat. Het hof vond dat de koper dit had moeten zien. De koper mocht volgens het hof niet in algemene zin afgaan op de productbenaming, die enigszins leek op de productnamen van de bestelling, maar daarvan ook in wezenlijke opzichten verschilde. De koper vond zelf dat voor haar onderneming van cruciaal belang was dat het visvoer geen bloedmeel bevatte. De koper was volgens het hof dan ook op de voet van het bepaalde in artikel 38 van het Weens Koopverdrag verplicht de producten die zij geleverd kreeg goed op juistheid te controleren. In de procedure is niet naar voren gekomen dat de koper de productlabels bij ontvangst of voor gebruik heeft gelezen. Volgens het hof heeft de koper dus niet voldaan aan de uit artikel 38 Weens Koopverdrag voorvloeiende keurings- en onderzoeksplicht als gevolg waarvan alle rechten van de koper op schadevergoeding komen te vervallen.

De koper probeert nog gebruik te maken van een uitzonderingsregel. Deze uitzondering uit artikel 40 van het Weens Koopverdrag is gebaseerd op de goede trouw en houdt kortgezegd in dat de verkoper zich niet kan beroepen op de strikte inspectieplicht van de klant indien hij wist dat de geleverde goederen niet aan de bestelling voldeden, dan wel wanneer dit de verkoper niet kon zijn ontgaan. Oftewel, had de verkoper moeten ontdekken dat het de verkeerde producten waren?

Het hof vindt van niet. De koper heeft niets naar voren gebracht dat op iets ander wijst dan dat de verkeerde producten simpelweg op basis van een eenvoudige administratieve vergissing zijn geleverd. Om de vordering te laten slagen had de koper concrete feiten moeten aanvoeren waaruit zou blijken dat de verkoper op het tijdstip van de levering, of voor het gebruik, de administratieve vergissing kende of dat deze haar niet had kunnen ontgaan. Het hof vindt dat de koper dit onvoldoende heeft gedaan. Het hof voegt daar nog aan toe dat de omstandigheid dat elke administratieve vergissing in algemene zin zou kunnen worden voorkomen of verholpen is niet voldoende om een beroep op artikel 40 van het Weens Koopverdrag te rechtvaardigen.

Al met al vist de koper die niet kreeg wat hij bestelde naast het net en krijgt hij zijn schade niet van de verkoper vergoed.