Zoeken
  1. De bescherming van kleding tegen slaafse nabootsing

De bescherming van kleding tegen slaafse nabootsing

Het ontwerp van kleding, zoals jassen, broeken en schoeisel, kan op veel verschillende manieren beschermd worden. De vormgeving van kleding kan auteursrechtelijk beschermd worden, er kunnen modelrechten voor kleding worden geregistreerd en niet-ingeschreven gemeenschapsmodelrechten worden ingeroepen. Merkrechten zijn uiteraard ook van belang voor de bescherming van kleding. Maar kleding is daarnaast ook beschermd tegen slaafse nabootsing, ook wel slaafse navolging genoemd.De Rechtbank Den Haa...
Artikel | 15 oktober 2014 | Joost Becker
Het ontwerp van kleding, zoals jassen, broeken en schoeisel, kan op veel verschillende manieren beschermd worden. De vormgeving van kleding kan auteursrechtelijk beschermd worden, er kunnen modelrechten voor kleding worden geregistreerd en niet-ingeschreven gemeenschapsmodelrechten worden ingeroepen. Merkrechten zijn uiteraard ook van belang voor de bescherming van kleding. Maar kleding is daarnaast ook beschermd tegen slaafse nabootsing, ook wel slaafse navolging genoemd.

De Rechtbank Den Haag heeft recentelijk in de zaak Coolcat/Nickelsen geoordeeld dat (specifieke gewatteerde) jassen onder de bescherming van slaafse nabootsing vallen. Voor een geslaagd beroep op slaafse nabootsing, aldus de rechtbank, is vereist dat er door navolging van een product 'nodeloos verwarring' bij het publiek wordt gesticht. Als de vormgeving van een product wordt nagevolgd, is volgens de rechtbank voor onrechtmatige slaafse nabootsing voorts vereist dat het nagevolgde product een 'eigen plaats' in de markt (onderscheidend vermogen) heeft.

De jassen van Nickelsen (de producten die slaafs zouden zijn nagebootst) worden door de rechtbank vergeleken met andere jassen uit het vormgevingserfgoed, om te bepalen wat de eigen plaats in de markt is van de jassen van Nickelsen op het moment dat Cool Cat met haar jassen (die een slaafse nabootsing van de jassen van Nickelsen zouden vormen) op de markt kwam. De rechtbank oordeelt daarover als volgt:
'Bij de beoordeling van de gestelde onrechtmatige daad ten tijde van de marktintroductie door Cool Cat moet de eigen plaats op de markt van de Nickelson jassen op dat moment worden vastgesteld. Immers, met de marktintroductie zou de gestelde onrechtmatige daad onmiddellijk zijn aangevangen. Ter zitting heeft Cool Cat verklaard dat haar jassen vanaf juli 2013 in haar winkels te koop zijn aangeboden. Bij deze beoordeling kunnen derhalve (anders dan bij de beoordeling ex nunc) geen jassen worden betrokken waarvan niet vaststaat dat die in juli 2013 al op de markt waren. Dat is het geval bij de door Cool Cat overgelegde jassen van derden die in het najaar van 2013 op de markt waren. Het feit dat die jassen behoren tot wintercollecties 2013/2014 betekent niet dat zij in juli 2013 al op de markt waren. Dat kan net zo goed in de maanden daama zijn gebeurd. Om die reden worden de door Cool Cat overgelegde afbeeldingen van jassen van derden niet bij de beoordeling van de gestelde onrechtmatige daad vanaf juli 2013 betrokken. De rechtbank zal de in 2.6 afgebeelde jassen wel bij de beoordeling betrekken, nu Nickelson zelf stelt dat die de relevante markt vormen ten opzichte waarvan haar jassen zich onderscheiden. Uit die stelling volgt dat Nickelson die jassen beschouwt als de relevante markt voor de bepaling van het onderscheidend vermogen van de Nickelson jassen. Dat geldt eveneens voor de in 2.5 afgebeelde Cool Cat jassen, waarvan Nickelson niet heeft bestreden dat die behoorden tot oudere collecties van Cool Cat, die in juli 2013 al op de markt waren gekomen.'

Uiteindelijk wordt ten aanzien van een bepaalde jas geoordeeld dat sprake is van een slaafse nabootsing omdat daardoor verwarringsgevaar bestaat. Een verbod wordt echter niet uitgesproken, omdat het model jas waarop Nickelsen haar verbodsvordering had gegrond niet meer op de markt wordt gebracht: ‘Het model maakt immers geen onderdeel meer uit van de markt. Van een onrechtmatige slaafse nabootsing is vanaf het moment dat Nickelson model Selene zelf niet meer op de markt bracht derhalve geen sprake meer’. Eerder oordeelde de rechtbank al dat in het kader van het gevorderde verbod voor de toekomst van belang is of er ten tijde van het wijzen van het veroordelende vonnis nog altijd sprake is van een (dreigende) onrechtmatige daad van Cool Cat. In casu was daar aldus geen sprake (meer) van.

Op grond van artikel 3:296 jo. artikel 6:162 BW kan Cool Cat wel worden verplicht om opgave te doen van aantallen ingekochte, verhandelde en voorradige Krebel jassen, de inkoop- en verkoopprijzen daarvan en de met de verhandeling behaalde winst, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring. Nickelson heeft gemotiveerd gesteld dat zij schade heeft geleden ten gevolge van de onrechtmatige daad door Cool Cat, zodat Nickelson belang heeft bij de gevraagde opgave.