Zoeken
  1. Decentrale overheden door Crisis- en herstelwet ook beperkt in mogelijkheid om als partij deel te nemen aan geding

Decentrale overheden door Crisis- en herstelwet ook beperkt in mogelijkheid om als partij deel te nemen aan geding

Artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet bevat een inperking van de mogelijkheid voor decentrale bestuursorganen en publiekrechtelijke rechtspersonen om beroep in te stellen tegen een besluit van een andere overheid, tenzij dat besluit rechtstreeks tot hen gericht is. De rechtbank Rotterdam oordeelde op 14 juli 2011 (LJN: BR1635) dat uit deze bepaling volgt dat decentrale overheden in beroepsprocedures tegen dergelijke besluiten evenmin kunnen worden toegelaten als partij als bedoeld in art....
Auteur artikelHanna Zeilmaker
Gepubliceerd28 juli 2011
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet bevat een inperking van de mogelijkheid voor decentrale bestuursorganen en publiekrechtelijke rechtspersonen om beroep in te stellen tegen een besluit van een andere overheid, tenzij dat besluit rechtstreeks tot hen gericht is. De rechtbank Rotterdam oordeelde op 14 juli 2011 (LJN: BR1635) dat uit deze bepaling volgt dat decentrale overheden in beroepsprocedures tegen dergelijke besluiten evenmin kunnen worden toegelaten als partij als bedoeld in art. 8:26 Awb.

Bij besluit van 22 november 2010 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu op grond van art. 6.22 Waterwet een wijzigingsvergunning verleend voor het offshore windturbinepark West Rijn. Omdat de Crisis- en herstelwet van toepassing is, kon de gemeente Den Haag geen beroep tegen dit besluit instellen. Er is wel door een andere partij beroep ingesteld. De gemeente Den Haag heeft de rechtbank vervolgens verzocht om in die beroepsprocedure toegelaten te worden als partij als bedoeld in artikel 8:26 van de Awb.

Ter zitting heeft de rechtbank beslist dat de gemeente Den Haag niet als partij wordt toegelaten. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat nu bij formele wet bepaald is dat geen ontvankelijk beroep kan worden ingesteld, art. 8:26 Awb niet de ruimte biedt om de gemeente als partij tot het geding toe te laten. In dit verband wijst de rechtbank op de memorie van toelichting (Kamerstukken II, 1991/92, 22 495, nr. 3, p. 117/118) waarin tot uitdrukking is gebracht dat artikel 8:26 van de Awb niet beoogt te voorzien in participatie door belanghebbenden die geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid beroep in te stellen dan wel niet-ontvankelijk zouden zijn in hun beroep.