Zoeken
  1. Diefstalfraude: verzekerde kan zich niet verschuilen achter het handelen van haar zwager

Diefstalfraude: verzekerde kan zich niet verschuilen achter het handelen van haar zwager

Een verzekerde claimt onder de polis omdat haar auto zou zijn gestolen die door haar zwager voor haar is gekocht. Uit onderzoek van de verzekeraar blijkt dat er sprake is van fraude. De verzekerde schuift de misleiding af op haar zwager. Het hof gaat – anders dan de rechtbank – niet mee in het verhaal dat de verzekerde van niets weet. De verzekerde heeft de verzekeraar wel degelijk opzettelijk misleid met als doel een (hogere) uitkering te krijgen.
Artikel | 25 februari 2019 | Harm van Schilt

Feiten en omstandigheden

Een verzekerde koopt een tweedehands Mercedes Benz. Enkele maanden later doet zij aangifte van diefstal van de auto. De politie vindt de auto vervolgens in Polen terug.

De verzekerde verklaart – in tegenstelling tot een eerdere verklaring – aan de onderzoeker van de verzekeraar dat zij aan haar zwager de opdracht heeft gegeven om een auto te kopen. De zwager zou deze Mercedes op Markplaats hebben gevonden en gekocht voor € 55.000,- (contant).

Uit onderzoek volgt dat de aan de verzekeraar overgelegde advertentie is gemanipuleerd. In de tekst van de advertentie staat een veel lager bedrag dan in de kopregel. Ook de nota van de aankoop blijkt niet te kloppen.

De zwager verklaart dat de auto een koopje was, maar dat hij veel geld heeft uitgegeven aan onderdelen, zodat de auto uiteindelijk wel € 55.000,- heeft gekost.

Omdat de verzekeraar meent dat de verzekerde opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven, wijst zij op grond van de polisvoorwaarden de gevraagde uitkering af. Hierop vordert de verzekerde in rechte betaling onder de polis.

Het geschil

De rechtbank oordeelt in eerste aanleg – kortgezegd – dat het de verzekerde niet kan worden toegerekend dat de zwager onjuiste informatie heeft verstrekt over, onder andere, de prijs en de aankoop van de auto. Ook het feit dat de aankoopnota niet klopt, kan volgens de rechtbank niet aan haar worden toegerekend (hoewel blijkt dat zij de nota wel heeft gezien). De verzekeraar heeft volgens de rechtbank onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat er sprake is van misleiding.

Het hof neemt in hoger beroep bij de toets van art. 7:941 lid 5 BW (opzet tot misleiding) als uitgangspunt dat het vermoeden van opzet alleen kan worden aangetoond met behulp van vermoedens, te putten uit de omstandigheden van het geval.

Het hof oordeelt dat de verzekerde ten eerste tegenstrijdig heeft verklaard over wie de auto heeft gekocht (zijzelf of de zwager). Ten tweede is er onjuist verklaard over het al dan niet ontvangen van de aankoopnota en ten derde over het aanwezig zijn van een koelbox in de auto.

Hier komt bij dat de advertentie op Marktplaats is gemanipuleerd (verschillende prijzen). Voorts blijkt dat de versnellingsbak niet is vervangen, zoals werd gesteld. Ook heeft de verzekerde onjuist verklaard over het te koop zetten van de auto vlak voor de diefstal.

Kortom: de verzekeraar is verkeerd ingelicht met het oogmerk een hogere schadevergoeding te verkrijgen, althans een uitkering waarop bij kennis van de ware stand van zaken geen recht zou hebben bestaan. De vordering van de verzekerde wordt afgewezen en de door de verzekeraar in reconventie gevorderde onderzoekskosten worden toegewezen.

De verzekerde kan zich dus niet verschuilen achter het handelen van de zwager en valt door de mand door de tegenstrijdige en/of onjuiste verklaringen die de zwager, maar ook zijzelf heeft afgegeven.

Het volledige arrest van het hof leest u hier