Zoeken
  1. Europees Hof bepaalt grens voor parodie!

Europees Hof bepaalt grens voor parodie!

Mag je voor de grap beelden van een ander gebruiken? Of om ergens de spot mee te drijven? Ja, zo is het antwoord van het Europese Hof van Justitie van vandaag in het Deckmyn/Suske en Wiske-arrest. Maar er zijn grenzen.Deckmyn, lid van het Vlaams Belang, verspreidt in 2011 kalenders waarop op de voorkant tekeningen worden gebruikt die lijken op de omslag van "De Wilde Weldoener" Suske en Wiske uit 1961. Daarop is een hoofdpersonage van dat album te zien, gekleed in een wit gewaad terwijl hij m...
Artikel | 03 september 2014 | Joost Becker
Mag je voor de grap beelden van een ander gebruiken? Of om ergens de spot mee te drijven? Ja, zo is het antwoord van het Europese Hof van Justitie van vandaag in het Deckmyn/Suske en Wiske-arrest. Maar er zijn grenzen.

Deckmyn, lid van het Vlaams Belang, verspreidt in 2011 kalenders waarop op de voorkant tekeningen worden gebruikt die lijken op de omslag van "De Wilde Weldoener" Suske en Wiske uit 1961. Daarop is een hoofdpersonage van dat album te zien, gekleed in een wit gewaad terwijl hij muntstukken uitstrooit voor personen die ze proberen op te rapen. Deckmyn stelt zich op het standpunt dat sprake is van parodie: in 'zijn' uitgave is het personage vervangen door de burgemeester van de stad Gent, en de personen die de muntstukken oprapen zijn vervangen door gesluierde en gekleurde figuren. De erven Vandersteen, de bekende Suske en Wiske-tekenaar, stellen onder meer dat sprake is van auteursrechtinbreuk op de originele tekeningen.

Het Europees Hof oordeelt dat
"de wezenlijke kenmerken van een parodie erin bestaan dat, enerzijds, een bestaand werk wordt nagebootst doch met duidelijke verschillen met het bestaande werk en, anderzijds, aan humor wordt gedaan of de spot wordt gedreven"

Dat betekent dus dat werken alleen mogen worden nagemaakt voor parodiërende doeleinden als er een verschil is met het origineel én de nabootsing humoristisch is of ergens de spot mee drijft.

De parodie hoeft niet aan strenge voorwaarden te voldoen, aldus het Hof:
Het begrip „parodie” in de zin van deze bepaling dient niet te voldoen aan zodanige voorwaarden dat de parodie een ander eigen oorspronkelijk karakter vertoont dan louter duidelijke verschillen met het geparodieerde oorspronkelijke werk, redelijkerwijze aan een andere persoon dan de auteur van het oorspronkelijke werk zelf kan worden toegeschreven, betrekking heeft op het oorspronkelijke werk zelf of de bron van het geparodieerde werk vermeldt

Het originele werk hoeft dus niet per se onderwerp te zijn van de humor of spot die de parodie tracht te bewerkstelligen. Ook 'verwarring' met het origineel of de bron maakt niet per se dat een parodie ontoelaatbaar zou zijn. De vrijheid van meningsuiting speelt hierbij een belangrijke rol.

Volgens het Hof ligt de grens in elk geval daar waar men met een parodie doet aan "discriminatie op grond van ras, huidskleur en etnische afstamming" (Deckmyn is immers lid van het Vlaams belang). Auteursrechthebbenden op de tekeningen, zoals Vandersteen e.a., hebben er volgens het hof in beginsel rechtmatig belang bij dat het beschermde werk niet met een discriminerende boodschap wordt geassocieerd.

De nationale rechter in Brussel dient nu verder over de zaak te oordelen. Overigens staat het recht op parodie expliciet in de Auteursrechtrichtlijn vermeld, maar is de bepaling is in Europa facultatief.

Dit is de eerste en zeer belangrijke uitspraak van het Europese Hof over de parodie. De rechter moet bepalen of iets grappig of spottend (bedoeld) is. Het Europese Hof bepaalt in casu de grens voor parodiërend gebruik van tekeningen, maar deze uitspraak geldt in beginsel ook voor andere werken. Men mag (zeer) ver gaan met het gebruik van een parodie, maar auteurs hebben het recht om een parodie te verbieden als die discriminerend is.