Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Fictieve verkrijging woning aangenomen vanwege huur lager dan 6% WOZ-waarde

Fictieve verkrijging woning aangenomen vanwege huur lager dan 6% WOZ-waarde

De Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de belastinginspecteur terecht de door de zoon verkregen woning als fictieve erfrechtelijke verkrijging heeft aangemerkt. De door moeder betaalde huur was lager dan 6% van de WOZ-waarde waardoor zij wordt geacht een vrachtgebruik te hebben gehad.De feitenMoeder heeft in 2010 haar woning aan haar zoon overgedragen onder voorbehoud van een huurrecht tegen betaling van € 650,- per maand. Dit bedrag is meer dan 6% van de door een taxateur vastgestelde wa...
Auteur artikelBart Lotgerink
Gepubliceerd14 februari 2014
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
De Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de belastinginspecteur terecht de door de zoon verkregen woning als fictieve erfrechtelijke verkrijging heeft aangemerkt. De door moeder betaalde huur was lager dan 6% van de WOZ-waarde waardoor zij wordt geacht een vrachtgebruik te hebben gehad.

De feiten
Moeder heeft in 2010 haar woning aan haar zoon overgedragen onder voorbehoud van een huurrecht tegen betaling van € 650,- per maand. Dit bedrag is meer dan 6% van de door een taxateur vastgestelde waarde. De taxateur heeft de waarde van de woning in verhuurde staat bepaald op € 117.500,-. In 2011 overlijdt moeder en merkt de belastinginspecteur de woning aan als fictieve verkrijging op grond van artikel 10 van de Successiewet. De zoon betwist dit en de zaak komt voor beoordeling bij de rechter.

Fictieve verkrijging
Artikel 10 van de Successiewet bepaalt dat de woning geacht wordt krachtens erfrecht te zijn verkregen, indien de erflater (de moeder) het genot heeft gehad van de woning (een vruchtgebruik). Een genot van vruchtgebruik wordt aangenomen indien de moeder het genot van de woning heeft gehad zonder daarvoor aan haar zoon een bedrag te betalen van minstens 6% van de waarde van de woning in onverhuurde staat.

Waarde woning
Uit de Successiewet en de Wet waardering onroerende zaken volgt dat voor de waarde van een woning de WOZ-waarde voor het kalenderjaar waarin de verkrijging plaatsvindt wordt gehanteerd. De WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2011 van de woning in casu bedraagt € 216.000,-. De huur die moeder betaald heeft, is minder dan 6% van die WOZ-waarde en dus heeft de inspecteur naar het oordeel van de rechter de woning terecht als fictieve verkrijging aangemerkt.

Overdracht en verhuur vóór 1 januari 2010
Het nieuwe artikel 10 van de Successiewet is in werking getreden op 1 januari 2010. Voor het geval de woning reeds vóór 1 januari 2010 is overgedragen onder het voorbehoud van een huurrecht én de huur is minder dan 6% van de WOZ-waarde heeft de staatssecretaris van Financiën bij besluit van 4 april 2012 een voorziening getroffen.  Voorwaarde hierbij is dat bij de overdracht een huursom is overeengekomen waarvan partijen in redelijkheid konden aannemen dat die huurprijs zakelijk was en dat dit tot het overlijden zo is gebleven. Volgens het besluit is aan dit laatste in ieder geval voldaan als de huur jaarlijks is aangepast aan de huurindexatie maar er zijn ook andere manieren om een huur zakelijk te houden zoals een periodieke vaststelling van de zakelijke huur door een deskundige. Of de huur zakelijk was en ook zakelijk is gebleven, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden.