De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Fiscale gevolgen Brexit op 31 januari 2020

Fiscale gevolgen Brexit op 31 januari 2020

Door de uitslag van de Britse verkiezingen op 12 december 2019 was helder dat Groot-Brittannië op 31 januari 2020 de EU zou verlaten. Er volgt nu een transitiefase die in beginsel tot 1 januari 2021 duurt. In verband met de nog te voeren complexe onderhandelingen over de toekomstige handelsbetrekkingen bestaat de verwachting dat deze overgangstermijn verlengd gaat worden, mogelijk zelfs tot 1 januari 2023. Wij zetten hieronder de voor u meest relevante fiscale gevolgen op een rijtje. Daarbij dient bedacht te worden dat veel aspecten nog afhankelijk zijn van de uitkomst van de eerder genoemde onderhandelingen.
Auteur artikelRobert de Vries
Gepubliceerd18 januari 2019
Laatst gewijzigd28 januari 2020
Leestijd 

Binnen de EU bestaat een vrij verkeer van goederen, diensten en personen. Dit heeft onder meer tot gevolg dat op 1 februari 2020 grenzen weer ‘herleven’ als het VK de EU verlaat. Dit betekent allereerst dat ook de douaneformaliteiten herleven wat tot extra kosten en vertraging kan leiden. Daarnaast kan weer sprake zijn van invoerheffingen en heffing van accijnzen bij invoer van goederen.

Btw

Hoewel het VK heeft aangegeven de Europese btw-regels in beginsel te willen handhaven zullen in de loop van de tijd steeds meer verschillen gaan ontstaan tussen de EU-regels en de Britse regels door wetswijzigingen en verschillen in rechtspraak. Hierdoor kan dubbele heffing ontstaan.

Bij goederenbewegingen tussen het VK en de EU zal niet langer sprake zijn van intracommunautaire transacties maar van in- en uitvoer van goederen. Invoer-btw dient in principe direct betaald te worden aan de grens. Dit leidt tot additionele voorfinanciering van btw, indien de btw pas in de periodieke btw-aangifte in aftrek kan worden gebracht. Ten einde deze voorfinanciering van btw te voorkomen/beperken heeft het VK aangekondigd dat belastingplichtigen die aldaar voor de heffing van btw zijn geregistreerd de invoer btw mogen voldoen op de periodieke btw-aangifte. Bij invoer vanuit het VK naar de EU hangt het van de lidstaat van invoer af of een soortgelijke faciliteit beschikbaar is. Ook bij verzending van pakketten tussen VK en EU zal btw-heffing plaatsvinden. Een nu in het VK bestaande vrijstelling voor EU-pakketten (Low Value Consignment Relief) zal niet langer van toepassing zijn.

Voor het dienstenverkeer is van belang dat partijen in het VK voor de heffing van btw niet langer binnen de EU gevestigd/woonachtig zijn. Dit is onder meer relevant bij het bepalen van de plaats waar de dienst belastbaar is met btw en kan gevolgen hebben voor het recht op aftrek van btw op kosten.

Directe belastingen

Voor wat betreft de directe belastingen (met name vennootschapsbelasting) is van belang dat allerlei EU-richtlijnen na het verstrijken van de overgangstermijn niet langer van toepassing zijn.  In dat kader kunnen met name worden genoemd:

  • Moeder-dochterrichtlijn, die voorziet in vrijstelling dividendbelasting bij dividenden in concernverband en voorkoming dubbele heffing bij ontvangst dividenden van EU-deelnemingen. Het VK heft geen dividendbelasting, de meeste EU-landen wel. Voor zover de nationale regeling en het van toepassing zijnde belastingverdrag voorzien in een hogere heffing zullen bedrijven voortaan met hogere lasten worden geconfronteerd;
  • Interest- en royaltyrichtlijn met betrekking tot rente en royalty betalingen in concernverband. Het VK heft bronbelasting op dergelijke betalingen, evenals de meeste andere EU-landen. Ook Nederland heeft het voornemen dergelijke heffingen in te voeren. Voor zover de nationale regeling en het van toepassing zijnde belastingverdrag voorzien in een hogere heffing zullen bedrijven ook hier met hogere lasten worden geconfronteerd;
  • Fusie-richtlijn, die voorziet in doorschuiving van fiscale claims bij een grensoverschrijdende fusie of splitsing;
  • Anti-belastingontwijkingsrichtlijn (ATAD)die voorziet in belastingregels om oneigenlijk gebruik van fiscale regels door internationale ondernemingen te bestrijden;

Naast EU-richtlijnen bestaan ook EU-regels die rechtstreeks doorwerken in de EU-lidstaten. In dat verband kunnen bijvoorbeeld worden genoemd het EU-Arbitrageverdrag (voorziet in bindende uitkomst bij transfer pricing geschillen binnen EU) en de staatssteunregels.

Per concreet geval zal moeten worden bezien in hoeverre belastingverdragen en nationale wetgeving uitkomst bieden. Ook zal moeten worden bekeken in hoeverre actie vereist is.

Sociale verzekeringen

De sociale verzekeringen worden binnen de EU gecoördineerd via een EU Verordening. Deze Verordening voorkomt dat dubbele verzekeringsplicht/dubbele premieplicht ontstaat. Na uittreding van het VK gelden deze regels niet langer voor het VK en kunnen problemen ontstaan. Nederland en het VK hebben wel een sociaal verzekeringsverdrag gesloten dat nog steeds van kracht is. Echter de bepalingen van dit verdrag komen niet overeen met de bepalingen in de EU Verordening. Zo kan via de EU Verordening een werknemer bij uitzending gedurende vijf jaar sociaal verzekerd blijven in het land waarvandaan hij wordt uitgezonden, terwijl in de overeenkomst tussen het VK en Nederland deze periode is beperkt tot drie jaar. Iedere situatie zal dan ook opnieuw beoordeeld moeten worden.