Zoeken
  1. Fiscale gevolgen no deal-Brexit

Fiscale gevolgen no deal-Brexit

Zonder andersluidende overeenkomst zal het Verenigd Koninkrijk (VK) op 31 oktober 2019 uit de EU treden. Gelet op de huidige stand van zaken lijkt een 'harde', zogenoemde no-deal Brexit de meest waarschijnlijke optie. Hoewel op dit moment nog veel onzeker is, zetten wij de voor u meest relevante fiscale gevolgen van een harde Brexit op een rijtje.
Auteur artikelRobert de Vries
Gepubliceerd18 januari 2019
Laatst gewijzigd18 januari 2019
Leestijd 

Binnen de EU bestaat een vrij verkeer van goederen, diensten en personen. Dit heeft onder meer tot gevolg dat op 1 november 2019 grenzen weer ‘herleven’ als het VK de EU verlaat. Dit betekent allereerst dat ook de douaneformaliteiten herleven wat tot extra kosten en vertraging kan leiden. Daarnaast kan weer sprake zijn van invoerheffingen en heffing van accijnzen bij invoer van goederen.

Btw

Hoewel het VK heeft aangegeven de Europese btw-regels in beginsel te willen handhaven zullen in de loop van de tijd steeds meer verschillen gaan ontstaan tussen de EU-regels en de Britse regels door wetswijzigingen en verschillen in rechtspraak. Hierdoor kan dubbele heffing ontstaan.

Bij goederenbewegingen tussen het VK en de EU zal niet langer sprake zijn van intracommunautaire transacties maar van in- en uitvoer van goederen. Invoer-btw dient in principe direct betaald te worden aan de grens. Dit leidt tot additionele voorfinanciering van btw, indien de btw pas in de periodieke btw-aangifte in aftrek kan worden gebracht. Ten einde deze voorfinanciering van btw te voorkomen/beperken heeft het VK aangekondigd dat belastingplichtigen die aldaar voor de heffing van btw zijn geregistreerd de invoer btw mogen voldoen op de periodieke btw-aangifte. Bij invoer vanuit het VK naar de EU hangt het van de lidstaat van invoer af of een soortgelijke faciliteit beschikbaar is. Ook bij verzending van pakketten tussen VK en EU zal btw-heffing plaatsvinden. Een nu in het VK bestaande vrijstelling voor EU-pakketten (Low Value Consignment Relief) zal niet langer van toepassing zijn.

Voor het dienstenverkeer is van belang dat partijen in het VK voor de heffing van btw niet langer binnen de EU gevestigd/woonachtig zijn. Dit is onder meer relevant bij het bepalen van de plaats waar de dienst belastbaar is met btw en kan gevolgen hebben voor het recht op aftrek van btw op kosten.

Directe belastingen

Voor wat betreft de directe belastingen (met name vennootschapsbelasting) is van belang dat allerlei EU-richtlijnen niet langer van toepassing zijn. Bij een harde Brexit zijn de in de EU-deal opgenomen overgangsregelingen niet van toepassing. In dat kader kunnen met name worden genoemd:

  • Moeder-dochterrichtlijn, die voorziet in vrijstelling dividendbelasting bij dividenden in concernverband en voorkoming dubbele heffing bij ontvangst dividenden van EU-deelnemingen. Het VK heft geen dividendbelasting, de meeste EU-landen wel. Voor zover de nationale regeling en het van toepassing zijnde belastingverdrag voorzien in een hogere heffing zullen bedrijven voortaan met hogere lasten worden geconfronteerd;
  • Interest- en royaltyrichtlijn met betrekking tot rente en royalty betalingen in concernverband. Het VK heft bronbelasting op dergelijke betalingen, evenals de meeste andere EU-landen. Ook Nederland heeft het voornemen dergelijke heffingen in te voeren. Voor zover de nationale regeling en het van toepassing zijnde belastingverdrag voorzien in een hogere heffing zullen bedrijven ook hier met hogere lasten worden geconfronteerd;
  • Fusie-richtlijn, die voorziet in doorschuiving van fiscale claims bij een grensoverschrijdende fusie of splitsing;
  • Anti-belastingontwijkingsrichtlijn (ATAD)die voorziet in belastingregels om oneigenlijk gebruik van fiscale regels door internationale ondernemingen te bestrijden;

Naast EU-richtlijnen bestaan ook EU-regels die rechtstreeks doorwerken in de EU-lidstaten. In dat verband kunnen bijvoorbeeld worden genoemd het EU-Arbitrageverdrag (voorziet in bindende uitkomst bij transfer pricing geschillen binnen EU) en de staatssteunregels.

Per concreet geval zal moeten worden bezien in hoeverre belastingverdragen en nationale wetgeving uitkomst bieden. Ook zal moeten worden bekeken in hoeverre actie vóór 1 november vereist is.

Sociale verzekeringen

De sociale verzekeringen worden binnen de EU gecoördineerd via een EU Verordening. Deze Verordening voorkomt dat dubbele verzekeringsplicht/dubbele premieplicht ontstaat. Na uittreding van het VK gelden deze regels niet langer voor het VK en kunnen problemen ontstaan. Nederland en het VK hebben wel een sociaal verzekeringsverdrag gesloten dat nog steeds van kracht is. Echter de bepalingen van dit verdrag komen niet overeen met de bepalingen in de EU Verordening. Zo kan via de EU Verordening een werknemer bij uitzending gedurende vijf jaar sociaal verzekerd blijven in het land waarvandaan hij wordt uitgezonden, terwijl in de overeenkomst tussen het VK en Nederland deze periode is beperkt tot drie jaar. Iedere situatie zal dan ook opnieuw beoordeeld moeten worden.