Zoeken
  1. Garanties en persoonlijke verwijtbaarheid

Garanties en persoonlijke verwijtbaarheid

Op 22 oktober 2014 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan over het uitsluiten van ontbinding bij een overname en de persoonlijke verwijtbaarheid van (in)direct bestuurders.Gedaagde 3 was bestuurder van bedrijf 1 en van gedaagde 2. Bedrijf 1 hield alle aandelen in gedaagde 2. Gedaagde 2 hield alle aandelen in gedaagde 1 en was bestuurder van gedaagde 1 en van Climate Control. Gedaagde 1 hield alle aandelen in Climate Control.Eiseres heeft 51% van de aandelen in Climate  Control overgeno...
Artikel | 28 januari 2015 | Dirkzwager
Op 22 oktober 2014 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan over het uitsluiten van ontbinding bij een overname en de persoonlijke verwijtbaarheid van (in)direct bestuurders.

Gedaagde 3 was bestuurder van bedrijf 1 en van gedaagde 2. Bedrijf 1 hield alle aandelen in gedaagde 2. Gedaagde 2 hield alle aandelen in gedaagde 1 en was bestuurder van gedaagde 1 en van Climate Control. Gedaagde 1 hield alle aandelen in Climate Control.

Eiseres heeft 51% van de aandelen in Climate  Control overgenomen van gedaagde 1. In de koopovereenkomst is de garantie opgenomen dat gedaagde 1 eiseres volledig geïnformeerd heeft over alle bijzonderheden die van belang zouden kunnen zijn voor zowel eiseres als koper. Tevens is gegarandeerd dat er geen procedures of claims tegen Climate Control liepen. Ontbinding van de koopovereenkomst op welke grond dan ook is door partijen uitgesloten.

Na de overname ontbindt een van de klanten van Climate Control haar overeenkomst wegens problemen die al voor het sluiten van de koopovereenkomst bestonden, maar waar eiseres niet over is geïnformeerd. Eiseres heeft gedaagde 1 tot en met 3 aansprakelijk gesteld voor door haar geleden schade. Vervolgens gaat Climate Control failliet, waarna eiseres de koopovereenkomst ontbindt. Eiseres vordert onder andere een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst is ontbonden, een verklaring voor recht dat gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor schade die voortvloeit uit het niet doen van mededelingen aan eiseres vóór de totstandkoming van de koopovereenkomst van 20 oktober 2010 en terugbetaling van de koopsom ad € 1.020.000,- uit hoofde van de op ontbinding volgende ongedaanmakingsverplichting, vermeerderd met rente en kosten.

De rechtbank is echter van mening dat hetgeen door eiseres gesteld is, de ontbinding van de koopovereenkomst niet rechtvaardigt. Partijen hebben immers uitdrukkelijk afstand gedaan van het recht op ontbinding. Hoewel een beroep hierop in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou kunnen zijn (6:248 lid 2 BW), dient deze bepaling met terughoudendheid te worden gehanteerd. De rechtbank overweegt als volgt:

“Toepassing van die bepaling ligt in de visie van de rechtbank, zeer bijzondere omstandigheden daargelaten, niet in de rede in een geval als het onderhavige. Dat wil zeggen een geval waarbij een beslissend belang in rechtspersonen waarin ondernemingen worden uitgeoefend is overgedragen, waarna die ondernemingen geruime tijd zijn voortgezet en geleid onder verantwoordelijkheid van de overnemende partij. Dergelijke ondernemingen – en de rechtspersonen waarbinnen zij worden uitgeoefend – kunnen/zullen zich immers van dag tot dag ontwikkelen onder invloed van het door de overnemende partij gevoerde beleid en de marktomstandigheden. Dat brengt mee dat het in het algemeen niet wenselijk is dat koopovereenkomsten die aan dergelijke overnames ten grondslag liggen na verloop van tijd alsnog ontbonden kunnen worden. Het gevolg van ontbinding zou immers zijn dat ongedaanmakingsverbintenissen zouden ontstaan, terwijl ongedaanmaking van de verrichte prestaties feitelijk niet meer mogelijk is.”

De rechtbank ziet echter wel ruimte voor persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder(s) van gedaagde 1. Hiervoor is vereist dat de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt, een strengere maatstaf dan in het algemeen het geval is. Omdat de mogelijkheid van toekomstige problemen met de betreffende klant dusdanig reëel waren, hadden gedaagden eiseres hierover moeten informeren. Dit mede in het licht van de aangegane garantieverplichtingen. Volgens de rechtbank was er mede gezien de grote financiële belangen, sprake van feiten of omstandigheden die een relevant nadelig effect zouden kunnen hebben op Climate Control. Gedaagden 2 en 3 treffen als (indirect) bestuurders van gedaagde 1 een ernstig verwijt dat zij er niet voor hebben zorggedragen dat het geschil met de klant voor het sluiten van de overnameovereenkomst aan eiseres kenbaar is gemaakt.

Door Christien Beernink, advocaat Ondernemingsrecht.