De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Het gebruik van een verborgen camera door journalisten: mag dat?

Het gebruik van een verborgen camera door journalisten: mag dat?

In de journalistiek wordt de verborgen camera veel gebruikt, met alle controverse van dien. Televisieprogramma’s en YouTube-series die verborgen camera’s gebruiken zijn erg populair, maar in hoeverre is het rechtmatig om opnames te publiceren die zijn gemaakt met een verborgen camera? Een recent arrest van het Hof Amsterdam over een uitzending van Undercover in Nederland geeft aanleiding tot een beschouwing van dit fenomeen.
Auteur artikel Sven Wakker
Gepubliceerd 04 november 2020
Laatst gewijzigd 04 november 2020
Leestijd 

Is het gebruik van verborgen camera’s door journalisten toegestaan?

Onder omstandigheden ja, maar de lat ligt tamelijk hoog: als uitgangspunt geldt dat het wederrechtelijk maken en publiceren van opnames onrechtmatig en zelfs strafbaar is. Het woord “wederrechtelijk” biedt ruimte om toch onder dit verbod uit te komen.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft een bovengrens gesteld voor de inzet van verborgen camera’s: het is enkel toegestaan als laatste redmiddel in gevallen waarin het lastig is om de informatie op een andere wijze te verzamelen. Ook uit nationale rechtspraak blijkt dat het gebruik van een verborgen camera niet zonder meer onrechtmatig is. Een reden om het gebruik niet onrechtmatig te achten, kan zijn gelegen in de ernst van de maatschappelijke misstand die de journalist meent te moeten onthullen en de onmogelijkheid om dat op een andere wijze te doen. Bij de publicatie ervan dient een belangenafweging gemaakt te worden tussen enerzijds het recht op vrijheid van meningsuiting van de journalist (art. 10 EVRM) en anderzijds het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van degenen die gefilmd zijn (art. 8 EVRM). Het belang van de journalist is dat hij zich in het openbaar kritisch, informeren, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken, terwijl het belang van de gefilmde persoon is dat hij niet lichtvaardig mag worden blootgesteld aan verdachtmakingen die zijn eer en goede naam beschadigen. Welk van deze in beginsel gelijkwaardige belangen de doorslag moet geven, hangt af van de omstandigheden van het geval.

Overwegingen bij toelaatbaarheid gebruik van verborgen camera

  • Beroepsregel Raad voor de Journalistiek: toegestaan indien noodzakelijk voor aantonen maatschappelijke misstand

De Raad voor de Journalistiek heeft in haar leidraad aangegeven dat het blootleggen van misstanden aanleiding kan geven voor het filmen met verboden camera’s wanneer dat noodzakelijk is. De betreffende misstand moeten ook daadwerkelijk een maatschappelijk thema betreffen. Details over de intieme relaties van personen mogen bijvoorbeeld alleen bij hoge uitzondering bekend worden gemaakt met behulp van verborgen camera’s. Deze treffen immers niet de maatschappij, maar de privésfeer.

  • De bekendheid en het gedrag van de gefilmde persoon: publieke personen hebben meer te dulden

Hoewel publieke figuren zoals politici ook recht hebben op privacy, is het logisch dat zij onder een vergrootglas liggen. Wanneer het onderwerp van de verslaggeving hun publieke hoedanigheid betreft, is de inzet van verborgen camera’s dus minder snel onrechtmatig. Ook als de gefilmde persoon zelf vaker de publiciteit opzoekt over het betreffende onderwerp, is de inzet van camera’s sneller toelaatbaar. Een voorbeeld is te vinden in een zaak waarin omroep PowNed de buitenechtelijke relaties van een burgemeester blootlegde. Hoewel dit in beginsel een strikte privéaangelegenheid is, heeft de burgemeester de reportage zelf in de hand gewerkt door op televisie aandacht te besteden aan zijn relaties en deze in verband te brengen met zijn functioneren als burgemeester.

  • De omstandigheden waaronder de opnames zijn gemaakt: inbreuk zo beperkt mogelijk

De inzet van verborgen camera’s is sneller toelaatbaar wanneer de inbreuk op de privésfeer zo beperkt mogelijk blijft. Er zit een verschil tussen op straat buiten zijn directe woonomgeving op een vermeend fraudeur afstappen en hem met verborgen camera aan de tand voelen over een vermeende misstand in zijn bedrijfsvoering en in het geheim in een winkel tal van camera’s en microfoons ophangen om de eigenaar wekenlang heimelijk af te luisteren en zijn dubieuze bedrijfsvoering te volgen.

  • De vorm en gevolgen van de publicatie: onherkenbaar in beeld brengen is eerder toegestaan

Bij de beoordeling van de rechtmatigheid van publicatie van verborgen camerabeelden weegt de impact op het leven van de gefilmde persoon mee. Met name wordt bezien of die inbreuk op de persoonlijke levenssfeer al dan niet méér dan nodig is voor het te bereiken doel en of de schade aan de desbetreffende persoon of instantie beperkt is gebleven tot het voor het doel nodige. Daarbij moet ook de herkenbaarheid van de gefilmde persoon worden bekeken. Het onherkenbaar maken van het gezicht en de stem zijn maatregelen die makkelijk te nemen zijn en het in beeld brengen van het gezicht is niet snel noodzakelijk voor het aankaarten van de misstand. Ook is het op geheime camera uitlokken van dubieuze uitspraken en het onevenwichtig monteren ervan niet toegestaan.

Dat de gevolgen van de publicatie van verborgen camerabeelden groot kunnen zijn, blijkt uit een recent arrest van het hof Amsterdam is een voorbeeld van de gevolgen van de inzet van verborgen camera’s.

Arrest hof Amsterdam over uitzending Undercover in Nederland

In een televisie-uitzending van Undercover in Nederland werd een particuliere verkoper met verborgen camera aan de tand gevoeld over een partij nieuwe, ongebruikte sloten die hij in grote aantallen voor lage prijzen aanbood, terwijl recentelijk diezelfde sloten waren gestolen bij de enige distributeur. Deze ontmoeting had enkel als doel om aanwijzingen te krijgen over de herkomst van de handelswaar. Later werd bekend dat de aangeboden sloten niet van diefstal afkomstig waren. Hoewel het gezicht van de particulier niet in beeld is gebracht, is hij wel herkend in zijn omgeving. De particulier is ontslagen, ervaart psychische klachten en heeft zich genoodzaakt gevoeld om te verhuizen.

Het hof is van mening dat het onderwerp van de verslaggeving, de (on)bekendheid van de particulier (appellant in deze procedure) en de vorm en gevolgen van de publicatie ertoe leiden dat de redactie van Undercover in Nederland verkeerd heeft gehandeld:

(…) de gezichten van [appellant] en zijn echtgenote [zijn] in de uitzending weliswaar ‘gewiped’, maar hun postuur en kleding kwamen wél in beeld en hun stemmen waren niet vervormd. Het risico op herkenning was op deze manier voorzienbaar en heeft zich ook gerealiseerd. Daarbij acht het hof van belang dat [appellant] geen bekende figuur was, of iemand tegen wie reële verdenkingen bestonden van een misstand, die zich meer publiciteit zal moeten laten welgevallen dan een willekeurige, andere persoon.

Het hof gaat ook niet mee in het betoog dat het noodzakelijk was om de opnames te maken en uit te zenden. Er was namelijk weinig aanleiding om aan te nemen dat de particulier zich schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit en de uitingen van de particulier droegen ook niet bij aan de zeggingskracht van de uitzending. Niet alleen omdat hij slechts een ondergeschikte bijrol in de aflevering had, maar ook omdat hij geen (stellige) uitspraken heeft gedaan over de herkomst van de sloten. Een andere factor die het hof bij zijn overweging betrekt is het feit dat contact opgenomen had kunnen worden met de particulier om hem te confronteren met de opgenomen beelden:

Van SBS c .s. had zorgvuldig onderzoek verwacht mag worden alvorens [appellant] in de uitzending in beeld te brengen. In ieder geval had het op hun weg gelegen om na de opnamen [appellant] met hun bevindingen naar aanleiding van het contact met [C] te confronteren alvorens de beelden uit te zenden, zodat [appellant] de gelegenheid gehad zou hebben om hierop te reageren.

Tot slot

Het gebruik van een verborgen camera is toegestaan, mits dit noodzakelijk is om een maatschappelijke misstand aan de kaak te stellen. Wel moet met de inzet en publicatie zorgvuldig worden omgegaan, waarbij alle omstandigheden van het geval in ogenschouw moeten worden genomen. Het al dan niet rechtmatig gebruik van de verborgen camera is vaak onderwerp van geschil en met de negatieve gevolgen voor de gefilmde personen moet ook niet lichtzinnig worden omgesprongen, zo blijkt ook uit dit recente arrest van het hof Amsterdam. De verborgen camera moet een ultimum remedium blijven.

Heeft u vragen over het gebruik van een verborgen camera of bent u van mening dat er onrechtmatig beelden van u op internet of televisie zijn getoond, neemt u dan contact op. Wij kijken graag met u mee.

Met dank aan Thijmen van Hoorn

Sven Wakker, advocaat IT-recht