Zoeken
  1. Hof: Geen internetverbod in distributieovereenkomsten

Hof: Geen internetverbod in distributieovereenkomsten

Het Europese Hof heeft een voor de praktijk zeer belangrijke uitspraak gedaan over internetverkoop door merkhouders. Verkoop via internet mag door een merkhouder in beginsel niet bij overeenkomst worden verboden. In dit geval ging het om de beperking tot verkoop bij apotheken van bepaalde cosmetica- en huidverzorgingsgproducten van merkhouder Pierre Fabre. Het Hof oordeelt dat een bepaling in een selectieve distributieovereenkomst die distributeurs verbiedt om producten via internet te verkop...
Artikel | 13 oktober 2011 | Joost Becker
Het Europese Hof heeft een voor de praktijk zeer belangrijke uitspraak gedaan over internetverkoop door merkhouders. Verkoop via internet mag door een merkhouder in beginsel niet bij overeenkomst worden verboden. In dit geval ging het om de beperking tot verkoop bij apotheken van bepaalde cosmetica- en huidverzorgingsgproducten van merkhouder Pierre Fabre. Het Hof oordeelt dat een bepaling in een selectieve distributieovereenkomst die distributeurs verbiedt om producten via internet te verkopen, de strekking heeft de mededinging te beperken, behalve wanneer deze bepaling objectief gerechtvaardigd is.

Een dergelijk verbod kan niet voor een groepsvrijstelling in aanmerking komen, maar onder bepaalde voorwaarden wel voor individuele vrijstelling.

Het Hof oordeelt dat de noodzaak om het prestigieuze imago van de producten van de merkhouder Pierre Fabre in stand te houden, geen objectieve doelstelling kan zijn om de mededinging te beperken. Met betrekking tot de overeenkomsten die een selectief distributiestelsel vormen, heeft het Hof reeds opgemerkt dat deze de mededinging op de gemeenschappelijke markt noodzakelijkerwijs beïnvloeden. Dergelijke overeenkomsten moeten, bij gebreke van een objectieve rechtvaardiging, worden geacht 'naar hun strekking' de mededinging te beperken. Een selectief distributiestelsel is echter in overeenstemming met het recht, 'mits de distributeurs worden gekozen op grond van objectieve criteria van kwalitatieve aard die uniform worden vastgesteld voor alle potentiële wederverkopers en zonder discriminatie worden toegepast, mits de eigenschappen van het betrokken product een dergelijk distributienetwerk noodzakelijk maken teneinde de kwaliteit ervan te behouden en het goed gebruik ervan te verzekeren en, tot slot, mits de vastgestelde criteria niet verder gaan dan noodzakelijk is'.

Het Hof benadrukt dat het wat het vrije verkeer betreft, de argumenten betreffende de noodzaak om op de persoon toegesneden advies te geven en deze te beschermen tegen een onjuist gebruik van de producten, in het kader van de verkoop van receptvrije geneesmiddelen en contactlenzen niet heeft aanvaard als rechtvaardiging voor een internetverkoopverbod. De noodzaak om het prestigieuze imago van de producten van merkhouder Pierre Fabre in stand te houden, kan ook geen objectieve doelstelling om de mededinging te beperken kan zijn.

Ten aanzien van de mogelijkheid voor de selectieve distributieovereenkomst om voor een groepsvrijstelling in aanmerking te komen, herinnert het Hof eraan dat deze vrijstelling niet van toepassing is op verticale overeenkomsten die ertoe strekken actieve verkopen of passieve verkopen aan eindgebruikers door de op het detailhandelsniveau werkzame leden van een selectief distributiestelsel te beperken: 'Een contractbepaling zoals aan de orde in het hoofdgeding, die de facto internet als verkoopmethode verbiedt, heeft op zijn minst de strekking tot beperking van passieve verkopen aan eindgebruikers die via internet willen kopen en zich buiten het verzorgingsgebied van het betrokken lid van het selectieve distributiestelsel bevinden'. De groepsvrijstelling is dus niet op deze overeenkomst van toepassing. Een dergelijke overeenkomst kan daarentegen individueel voor toepassing van de wettelijke uitzondering van het kartelverbod in aanmerking komen, indien de nationale autoriteiten vaststellen dat aan de voorwaarden van die bepaling is voldaan.

Lees de uitgebreide mededingingsrechtelijke analyse van het arrest hier.