Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Hof van Justitie bevestigt Europabrede karakter Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken

Hof van Justitie bevestigt Europabrede karakter Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken

Sinds de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (richtlijn 2005/29/EG) bestaan er uniforme regels betreffende oneerlijke handelspraktijken in de Europese Unie. Ondernemers hoeven dankzij deze richtlijn geen rekening meer te houden met verschillende wetgeving in 27 lidstaten over handelspraktijken. Een recente uitspraak van het Hof van Justitie illustreert wat dit voor de praktijk betekent.Deze richtlijn geeft uniforme regels rondom iedere handeling (of omissie) van een producent, die rechtstr...
Auteur artikelMark Jansen
Gepubliceerd26 januari 2010
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Sinds de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (richtlijn 2005/29/EG) bestaan er uniforme regels betreffende oneerlijke handelspraktijken in de Europese Unie. Ondernemers hoeven dankzij deze richtlijn geen rekening meer te houden met verschillende wetgeving in 27 lidstaten over handelspraktijken. Een recente uitspraak van het Hof van Justitie illustreert wat dit voor de praktijk betekent.

Deze richtlijn geeft uniforme regels rondom iedere handeling (of omissie) van een producent, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product aan consumenten. Of korter gezegd, de richtlijn geeft regels over "handelspraktijken" (zie ook ons [intlink id="659" type="post"]eerdere blogbericht[/intlink]). Oneerlijke handelspraktijken zijn verboden. De richtlijn bevat zowel een "zwarte lijst" van gedragingen die onder alle omstandigheden oneerlijk (en dus absoluut verboden) zijn, als een toetsingskader om te beoordelen of een gedraging in een concreet geval als oneerlijke handelspraktijk moet worden aangemerkt. Er is sprake van zogenaamde maximumharmonisatie: lidstaten van de EU mogen hun burgers niet minder, maar ook niet meer bescherming toekennen.

De Duitse onderneming Plus voerde een reclamecampagne met de slogan ‘Ihre Millionenchance’ (‘Uw kans om miljoenen te winnen’). Door het kopen van producten bij Plus kon de consument punten verzamelen. Wanneer een consument twintig punten verzameld had, kon hij gratis deelnemen aan de trekkingen van de Duitse Lotto. De ‘Wettbewerbszentrale’ achtte deze gang van zaken in strijd met een Duitse wet die verbiedt dat deelname aan een spel afhankelijk wordt gesteld van de aankoop van goederen. De Duitse rechter vraagt zich af of dit verbod wel in overeenstemming is met de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken en stelt hierover vragen aan het Hof van Justitie.

Het Hof van Justitie wijst er in haar antwoord op dat prijsvragen of spelen die gepaard gaan met een aankoopverplichting niet vermeld staan op de "zwarte lijst" van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken en dus niet, in absolute zin, verboden mogen zijn.De Duitse wet die dit gedrag wel in absolute zin verbood kan dus niet langer gehandhaafd worden. Wel kan de Duitse rechter altijd nog toetsen of de reclamecampagne in deze concrete situatie wellicht toch gekwalificeerd zou moeten worden als een oneerlijke handelspraktijk. Het Hof van Justitie laat zich daarover niet uit. De Duitse rechter zal dat moeten beoordelen. Het toetsingskader dat de rechter voor die vraag moet hanteren is, met diezelfde richtlijn, ook voor de hele EU geharmoniseerd. De Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken geeft zo in de hele EU uniforme regels voor de toetsing van handelspraktijken.