Zoeken
  1. Huurders van woonboten en ligplaatsen voor woonboten krijgen niet dezelfde bescherming als huurders van woningen

Huurders van woonboten en ligplaatsen voor woonboten krijgen niet dezelfde bescherming als huurders van woningen

Zeer recentelijk zijn er Kamervragen gesteld over de voorgenomen huurprijsherziening van ligplaatsen voor woonboten (Kamerstukken II 2011/12, 32 730, nr. 1 en 2). In de reactie van de staatssecretaris van Financiën, de heer Weekers, op deze vragen kwam onder meer naar voren dat de huurders van woonboten en ligplaatsen niet dezelfde huurbescherming genieten als huurders van woonruimte (woningen).In de rechtspraak is de vraag al diverse malen aan de orde geweest of huurders van woonboten of woo...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd02 november 2011
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Zeer recentelijk zijn er Kamervragen gesteld over de voorgenomen huurprijsherziening van ligplaatsen voor woonboten (Kamerstukken II 2011/12, 32 730, nr. 1 en 2). In de reactie van de staatssecretaris van Financiën, de heer Weekers, op deze vragen kwam onder meer naar voren dat de huurders van woonboten en ligplaatsen niet dezelfde huurbescherming genieten als huurders van woonruimte (woningen).

In de rechtspraak is de vraag al diverse malen aan de orde geweest of huurders van woonboten of woonbootligplaatsen dezelfde huurbescherming genieten als huurders van woningen. In de rechtspraak wordt hierover wisselend geoordeeld. Woonruimte, in de zin van het huurrecht, wordt in de wet gedefinieerd als een gebouwde onroerende zaak die een zelfstandige of onzelfstandige woning, woonwagen of standplaats is. De Staat verhuurt in dit geval enkel het water en de aangrenzende oevers, de woonboot is in eigendom van de ligplaatshouder. De door de Staat aangegane huurovereenkomst ziet volgens de staatssecretaris dus niet op verhuur van woonruimte, maar op de verhuur van een ongebouwde onroerende zaak.

Huurders van woningen genieten wettelijke huurbescherming (huurprijs- en opzegbescherming). Voor huurders van woonboten en ligplaatsen voor woonboten geldt deze wettelijke bescherming dus niet. Volgens de staatssecretaris is hiervoor bewust gekozen, omdat er behoefte is aan flexibiliteit met betrekking tot het opheffen of verplaatsen van ligplaatsen. Bij de aanwijzing van ligplaatsen moet namelijk rekening gehouden worden met uiteenlopende belangen als de bestemming van het landschap, het milieu en het verkeer te water en te land.

In de rechtspraak wordt veelal gekeken naar de vraag of de woonboot danwel ligplaats als een onroerende zaak kan worden beschouwd. Bij beantwoording van de vraag kijkt de rechter onder meer naar de wetsgeschiedenis, maar ook naar de rechtspraak van de Hoge Raad die op dat gebied is gewezen. In de stellingname van de staatssecretaris komt deze discussie niet naar voren. Volgens de staatssecretaris genieten huurders van woonboten en/of ligplaatsen niet dezelfde huurbescherming als huurders van woonruimte.

De uitlatingen van de staatssecretaris zijn nogal kort door de bocht, maar het standpunt van de wetgever is duidelijk. Huurders van woonboten en/of ligplaatsen genieten niet dezelfde huurbescherming als huurders van overige woonruimten. De toekomst zal uitwijzen of de rechtspraak zich bij dit standpunt zal aansluiten.