Zoeken
  1. Inkoop van huisstijl; over smaak valt niet te twisten?

Inkoop van huisstijl; over smaak valt niet te twisten?

Een casus uit een recent gewezen uitspraak is uit het leven gegrepen: naar aanleiding van een offerte aan Webstate voor haar nieuwe huisstijl, maakt een reclamebureau in opdracht van Webstate onder meer een nieuw logo en een nieuwe huisstijl. Er wordt een drietal schetsvoorstellen, bestaande uit twaalf presentatieprints op A3-formaat, aan Webstate gepresenteerd. Volgens Webstate getuigen de schetsen echter van een gebrek aan creativiteit en kwalteit. Websitate betaalt niet. Het reclamebureau...
Auteur artikelJoost Becker
Gepubliceerd26 februari 2014
Laatst gewijzigd26 februari 2014
Leestijd 
Een casus uit een recent gewezen uitspraak is uit het leven gegrepen: naar aanleiding van een offerte aan Webstate voor haar nieuwe huisstijl, maakt een reclamebureau in opdracht van Webstate onder meer een nieuw logo en een nieuwe huisstijl. Er wordt een drietal schetsvoorstellen, bestaande uit twaalf presentatieprints op A3-formaat, aan Webstate gepresenteerd. Volgens Webstate getuigen de schetsen echter van een gebrek aan creativiteit en kwalteit. Websitate betaalt niet. Het reclamebureau vordert betaling.

Webstate heeft ondermeer de volgende zaken geoffereerd gekregen: visitekaartjes digitaal (klaar om te drukken), briefpapier en vervolgpapier digitaal, bureaublad wallpaper van logo, logo voor in de e-mail. In de toelichting stond:
"Bij de nieuwe huisstijl denken wij aan het volgende: het ontwikkelen van een nieuw logo, bestaande uit een woordmerk (Webstate) + een beeldmerk, het herdefiniëren van de huisstijlkleuren en lettertypen, het ontwikkelen van een pay-off en huisstijlelementen (kleurvlakken en basisvormen, denk aan BHV Nieswaag uit onze portfolio) die een houvast vormen in alle communicatiedragers. Daarnaast maken we een huisstijl-handleiding met alle huisstijlrichtlijnen voor het gebruik van het logo, de lettertypen en de elementen."

Zoals gezegd voldoet de huisstijl volgens opdrachtgever Webstate niet aan de verwachtingen. De besproken aandachtspunten zijn volgens Webstate niet terug te vinden in de schetsen, waarbij de schetsen bovendien gebaseerd zijn “op aspecten van andere bedrijven”, aldus Webstate. Omdat zij het vertrouwen in het reclamebureau heeft verloren, beëindigde Webstate de overeenkomst en ging zij niet in op het voorstel van het reclamebureau om nieuwe schetsen te maken.

Volgens Webstate blinken de ontwerpen bovendien niet uit in creativiteit, zijn zij van een zeer slechte kwaliteit en zien zij er niet professioneel uit. Webstate is ook van mening dat er weinig ‘idee’ achter de gepresenteerde ontwerpen aanwezig is. Het heeft er volgens haar alle schijn van dat het reclamebureau zich er makkelijk vanaf heeft willen maken, aldus Webstate. Dit blijkt volgens Webstate uit het feit dat logo’s van andere bedrijven herkenbaar zijn in de gepresenteerde ontwerpen.

De Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat aan de opdrachtnemer voor het ontwerpen van een logo en huisstijl een zekere artistieke vrijheid toekomt vanwege de aard van de opdracht. Webstate kon nadere aanwijzingen geven over de wijze waarop de ontwerpen volgens haar dienden te worden vormgegeven en het reclamebureau diende deze aanwijzingen in beginsel op te volgen.
"Hoe groot de ruimte om aanwijzingen te geven is, hangt echter onder meer af van de aard van de overeenkomst. Bij opdrachten als de onderhavige, is de ruimte om aanwijzingen te geven beperkt. De essentie van de hier overeengekomen, deels artistieke, prestatie is immers dat [eisende partij, het reclamebureau] een zekere eigen, vrije interpretatie en creatieve invulling toekwam van de ruimte die binnen de door Webstate aangegeven kaders lag."

Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of de door het reclamebureau gepresenteerde schetsen voldoen aan de overeenkomst. Uit hetgeen Webstate aanvoert blijkt dat de gekozen (creatieve) wijze van uitwerking haar niet aanspreekt. Dit heeft zij volgens de rechtbank bij beëindiging van de overeenkomst min of meer kenbaar gemaakt. Maar:
"Vaststaat dat Webstate [het reclamebureau] naar aanleiding van de door hem gemaakte ontwerpen geen tijdig verleende en verantwoorde (nadere) aanwijzingen in de zin van artikel 7:402 lid 1 BW heeft gegeven die [het reclamebureau] in redelijkheid diende op te volgen. Ook staat vast dat Webstate de overeenkomst heeft beëindigd, zodat [het reclamebureauj] als gevolg daarvan geen aanpassingen heeft doorgevoerd of heeft kunnen doorvoeren aan de ontwerpen en deze heeft kunnen aanpassen aan de smaak van Webstate. Derhalve is het een gevolg van haar eigen handelen dat [het reclamebureau] geen aanpassingen heeft kunnen doorvoeren en dat Webstate, zoals zij stelt, niets heeft aan de ontwerpen."

En:
"De drie ontwerpen voldoen inhoudelijk aan de aan [eisende partij] gegeven opdracht om een logo te ontwerpen voor gebruik op briefpapier, visitekaartjes en het bureaublad op de computer; dat het product niet voldoet aan de smaak en verwachtingen van Webstate is onvoldoende voor het oordeel dat sprake is van toerekenbaar tekortschieten. Voor zover Webstate stelt dat [eisende partij]de aanwijzingen zoals deze zijn besproken tijdens het kennismakingsgesprek niet of onvoldoende heeft opgevolgd, geldt dit evenzeer. Waar [eisende partij] een zekere artistieke vrijheid toekomt vanwege de aard van de opdracht, kan niet zonder meer gesproken worden van het niet opvolgen van aanwijzingen door Webstate. Niet gesteld of gebleken is dat [eisende partij] ontwerpen heeft gemaakt die evident afwijken van de door Webstate gegeven aanwijzingen. Dit brengt mee dat ook hierom niet blijkt van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst.

Webstate moet dus toch betalen. Volgens de rechtbank heeft zij de overeenkomst tussentijds beëindigd, maar ook op grond van vermeende wanprestatie, ontslaat dat haar niet van haar betalingsverplichtingen. De opdrachtnemer behoudt immers op grond van artikel 7:411 lid 1 BW recht op naar redelijkheid vast te stellen loon indien de overeenkomst eindigt voordat de opdracht is volbracht en het loon afhankelijk is van de volbrenging. Hij behoudt recht op het volle loon indien het einde van de overeenkomst is toe te rekenen aan de opdrachtgever en betaling van het volle loon gelet op de omstandigheden, redelijk is, aldus de rechtbank.
Dat de conceptontwerpen niet voldoen aan de smaak en verwachtingen van de opdrachtgever levert geen tekortkoming op. Er is volgens de rechtbank geen sprake van onprofessionaliteit. De vordering tot betaling van het redelijke loon wordt toegewezen.

 

De uitkomst van deze zaak toont aan dat duidelijk geboden is indien men een huisstijl wil inkopen. De rechtbank oordeelt in dit verband in deze zaak dat als het product niet voldoet aan de smaak en verwachtingen van de opdrachtgever zulks onvoldoende is voor het oordeel dat sprake is van wanprestatie. De opdrachtgever moet tijdig aanwijzingen geven over de koers die zij wil varen. Opdrachtnemers moeten aanwijzingen dan in beginsel opvolgen. Echter, dan moet het reclamebureau daartoe wel in de gelegenheid gesteld worden.