Zoeken
  1. Jurisprudentie; geen deelgeschil

Jurisprudentie; geen deelgeschil

Eerder werd op deze pagina de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade, welke wet per juli 2010 inwerking is getreden, besproken. In onderhavige bijdrage komt alleen de afwijzing van het verzoek om beslechting van een deelgeschil (art. 1019z Rv.) aan de orde.Artikel 1019z Rv. bepaalt dat de rechter het verzoek tot beslechting van een deelgeschil afwijst voor zover de verzochte beslissing naar zijn oordeel onvoldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingso...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd07 maart 2012
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Eerder werd op deze pagina de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade, welke wet per juli 2010 inwerking is getreden, besproken. In onderhavige bijdrage komt alleen de afwijzing van het verzoek om beslechting van een deelgeschil (art. 1019z Rv.) aan de orde.

Artikel 1019z Rv. bepaalt dat de rechter het verzoek tot beslechting van een deelgeschil afwijst voor zover de verzochte beslissing naar zijn oordeel onvoldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst oftewel aan de totstandkoming van een minnelijke regeling.

Uit de toelichting op de Wet deelgeschilprocedure blijkt dat de rechter zich dient af te vragen of de bijdrage van de verzochte beslissing aan de mogelijke totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst zodanig is, dat dit opweegt tegen de kosten en het tijdsverloop van de procedure. Indien te verwachten is dat beantwoording van het deelgeschil kostbaar is en veel tijd in beslag zal nemen – bijvoorbeeld door uitvoerige bewijsvoering door middel van getuigen en/of deskundigen – zal het geschil zich minder snel lenen voor behandeling in een deelgeschilprocedure (vergelijk Kamerstukken II 2007/08, 31 518, nr. 3, p. 10).

Hieronder volgen een tweetal voorbeelden waaruit naar voren komt hoe in de praktijk door rechters wordt omgegaan met deze materie.

In een recente uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 januari 2012 (LJN: BV6894) stond de vraag naar causaal verband tussen een ongeval en whiplashklachten centraal. Voor de beantwoording van deze vraag had verzoekster een deelgeschil gestart. De rechtbank wijst het verzoek af omdat uit de medische informatie niet (onverkort) was gebleken dat er daadwerkelijk sprake was van beperkingen. Om een beslissing te kunnen nemen op de vraag of de gestelde klachten bestaan en of deze daarbij in causaal verband staan met het ongeval, moest naar het oordeel van de rechtbank een deskundige worden geraadpleegd. Dit past niet binnen het kader van de deelgeschilprocedure:

“Mede gelet op de diverse geschilpunten die hierna nog tussen partijen kunnen ontstaan, nu zij aan het begin van het traject van de onderhandelingen zitten, en er concrete aanwijzingen ontbreken dat zij na een beslissing op het verzoek tot een vaststellingsovereenkomst zouden kunnen komen, is de rechtbank namelijk van oordeel dat de bijdrage van de verzochte beslissing aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst daardoor niet opweegt tegen de kosten en het tijdsverloop van de procedure”

Ook in een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 30 november 2011 (LJN: BV1531) gaat het op dat punt mis voor de verzoeker. In deze zaak was er sprake van een bedrijfsongeval. Alvorens te kunnen komen tot een beoordeling van de vraag of de werkgever jegens de werknemer haar zorgplicht had geschonden, dient de toedracht van het ongeval duidelijk te zijn. Dat was hier niet het geval. De kantonrechter haalt eerst de overwegingen aan die uit de parlementaire geschiedenis naar voren komen en weegt de mogelijkheid van een bijdrage aan het tot stand komen van een vaststellingsovereenkomst af tegen de kosten en het tijdsverloop van de procedure. Nu de toedracht door verweerster gemotiveerd is betwist en de toedracht derhalve nog niet vaststaat, zal, om te kunnen beoordelen of de werkgever haar zorgplicht heeft geschonden, nadere bewijslevering en/of een deskundigenonderzoek moeten plaatsvinden. Om deze reden wordt het verzoek afgewezen.

Concluderend kan worden gezegd dat het verzoek tot beslechting van een deelgeschil wordt afgewezen indien er een deskundigenonderzoek nodig is alvorens de rechter een oordeel kan vellen in een deelgeschilprocedure. Dit strookt ook met de toelichting op de Wet deelgeschilprocedure. Een deskundigenonderzoek is immers veelal tijdrovend en (dus) kostbaar.