Zoeken
  1. Koningin Beatrix op 75-jarige leeftijd met pensioen: kunnen wij dat ook doen?! (1)

Koningin Beatrix op 75-jarige leeftijd met pensioen: kunnen wij dat ook doen?!

Het zal niemand ontgaan zijn. Koningin Beatrix doet afstand van de troon ten gunste van haar zoon kroonprins Willem-Alexander. De media schetsen een beeld van een hardwerkende koningin die zich vol toewijding heeft ingezet voor de Nederlandse maatschappij. En dat tot zo’n respectabele leeftijd, 75 jaar.  De troonsafstand vindt plaats in een periode waarin veel discussie bestaat over de noodzaak om langer door te werken, in concreto de verhoging van de AOW-leeftijd en de fiscale pensioenrichtl...
Auteur artikelFrédérique Hoppers
Gepubliceerd29 januari 2013
Laatst gewijzigd29 januari 2013
Leestijd 
Het zal niemand ontgaan zijn. Koningin Beatrix doet afstand van de troon ten gunste van haar zoon kroonprins Willem-Alexander. De media schetsen een beeld van een hardwerkende koningin die zich vol toewijding heeft ingezet voor de Nederlandse maatschappij. En dat tot zo’n respectabele leeftijd, 75 jaar.  De troonsafstand vindt plaats in een periode waarin veel discussie bestaat over de noodzaak om langer door te werken, in concreto de verhoging van de AOW-leeftijd en de fiscale pensioenrichtleeftijd. Langer doorwerken wordt een plicht om de solidariteit tussen de generaties in stand te houden en het inkomen na pensionering op peil te houden. Doorwerken tot 75 jaar is nog een brug te ver. Maar voor de hardwerkende burgers onder ons die een voorbeeld willen nemen aan Beatrix: kunnen we wel zo lang doorwerken?

Einde arbeidsovereenkomst bij bereiken pensioenleeftijd

In veel arbeidsovereenkomsten en cao’s staat verwoord dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt op het moment dat de werknemer de AOW-leeftijd of de pensioenrichtleeftijd (de leeftijd in de pensioenregeling) bereikt. Dit betekent in beginsel dat het dienstverband eindigt. Over welke leeftijd hebben we het dan?

De pensioenrichtleeftijd hoeft niet samen te vallen met de AOW-leeftijd. De pensioenrichtleeftijd is in veel pensioenreglementen (vooralsnog) vastgesteld op 65 jaar. De AOW-leeftijd kent daarentegen een hogere leeftijd, omdat deze vanaf 1 januari 2013 stapsgewijs verhoogd wordt naar (uiteindelijk) 67 jaar.  In mijn bijdrage van 23 januari 2013 heb ik al toegelicht dat een verhoging van de AOW-leeftijd niet automatisch leidt tot een verhoging van de pensioenrichtleeftijd in het pensioenreglement. De werkgever dient de pensioenrichtleeftijd - in samenspraak met zijn medewerkers - aan te passen. Aanpassing van deze pensioenrichtleeftijd kan betekenen dat ook de arbeidsovereenkomst op een later moment van rechtswege eindigt. Dit is afhankelijk van wat in de arbeidsovereenkomst afgesproken is, dus of deze van rechtswege eindigt bij het bereiken van de AOW-leeftijd of (juist) bij het bereiken van de pensioenrichtleeftijd. Werkgevers dienen er hierbij wel rekening mee te houden dat ontslag wegens het bereiken van de pensioenrichtleeftijd discriminatoir kan zijn. Het is veelal verstandiger aansluiting te zoeken bij de AOW-leeftijd. In de Eerste Kamer is al aandacht besteed aan deze problematiek. In de Eerste Kamer is de Motie Noten aangenomen waarin is opgenomen dat bevorderd zal worden dat wettelijke beeindiging van rechtswege plaats zal vinden bij het bereiken van de pensioenrichtleeftijd in de pensioenregeling. Dit zou werknemers de mogelijkheid bieden maximale pensioenopbouw te genereren.

Een andere (vaak voorkomende) variant is dat in de arbeidsovereenkomst afgesproken is dat deze van rechtswege eindigt op de 65-jarige leeftijd. Of een dergelijk pensioenontslagbeding in de huidige tijd nog standhoudt, is zeer de vraag in verband met leeftijdsdiscriminatie. Voor een beëindiging van de arbeidsovereenkomst vanwege het bereiken van een bepaalde leeftijd moet namelijk een objectieve rechtvaardiging bestaan. Eerder bestond deze objectieve rechtvaardiging in de samenhang met de AOW-leeftijd. Dat argument gaat echter niet langer op, aangezien 65 jaar niet langer de AOW-leeftijd is.

Kortom: werkgevers zullen moeten nagaan wanneer de arbeidsovereenkomst met hun oudere werknemers van rechtswege eindigt. Van het ‘automatisme’ dat op 65-jarige leeftijd een afscheid gerealiseerd kan worden, mag in de huidige tijd niet worden uitgegaan. Werknemers kunnen door de verhoging van de AOW-leeftijd relatief eenvoudiger een aantal jaren dienstverband extra “claimen”. Maar reikt deze claim zelfs tot de 75-jarige leeftijd?

Werken tot 75 jaar?

Voor werknemers is dat lastig af te dwingen. De bepaling in de arbeidsovereenkomst dat deze van rechtswege eindigt bij het bereiken van de AOW-leeftijd is namelijk, zoals hierboven geschetst, in beginsel toelaatbaar. De AOW-leeftijd zal echter vooralsnog niet uitgaan boven 67 jaar. Werknemers die langer willen blijven werken, zijn dus afhankelijk van hun werkgever. Voor werkgevers die deze werklust willen belonen en bereid zijn een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan te bieden, wees alert! Deze nieuwe arbeidsovereenkomst eindigt namelijk in beginsel niet van rechtswege. De zogenoemde Ragetlie-regel (artikel 7:667 lid 4 BW) bepaalt dan dat deze nieuwe arbeidsovereenkomst moet worden opgezegd. Daarvoor is een ontslagvergunning van het UWV Werkbedrijf vereist. De reguliere ontslagbescherming geldt dan dus. Volgens de huidige Beleidsregels van het UWV Werkbedrijf wordt de ontslagvergunning relatief eenvoudig verleend, maar bij langer doorwerken is belangrijker obstakel dat sprake kan zijn van leeftijdsdiscriminatie (zodra ontslag aan de orde is). Voor je het weet, heb je als werkgever dan te maken met een medewerker die zelfs koningin Beatrix nog wil overtreffen…