Zoeken
  1. Land Rover versus Landfighter

Land Rover versus Landfighter

Het (bekende) automerk LAND ROVER heeft getracht om een stokje te steken voor de aanvraag van de merkinschrijving van Landfighter als logo. Het BBIE, dat moest oordelen over de door Land Rover ingestelde oppositie, dient na te gaan of er teveel overeenstemming is tussen het woord LAND ROVER en het Logo LF Landfighter, waarin zowel woord- als beeldelementen waren opgenomen. Het BBIE oordeelt hierover als volgt:"41. Bij samengestelde tekens (woord- en beeldelement) heeft het woordelement vaak e...
Artikel | 02 mei 2014 | Joost Becker

Het (bekende) automerk LAND ROVER heeft getracht om een stokje te steken voor de aanvraag van de merkinschrijving van Landfighter als logo. Het BBIE, dat moest oordelen over de door Land Rover ingestelde oppositie, dient na te gaan of er teveel overeenstemming is tussen het woord LAND ROVER en het Logo LF Landfighter, waarin zowel woord- als beeldelementen waren opgenomen. Het BBIE oordeelt hierover als volgt:




"41. Bij samengestelde tekens (woord- en beeldelement) heeft het woordelement vaak een grotere impact op de consument dan het beeldelement. Reden hiervoor is dat het publiek de tekens niet steeds analyseert en vaak naar het teken verwijst door gebruik te maken van het woordelement (zie in die zin ook GEU, SELENIUM-ACE, T-312/03, 14 juli 2005). Echter, gezien de centrale positie van het opvallende beeldelement met de in het oog springende oranje elementen boven het in oranje letters afgebeelde woordelement, kan naar het oordeel van het Bureau niet gezegd worden dat het woord ondergeschikt is aan het beeld of vice versa. In de totaalindruk die bij het publiek achter blijft zal daarom niet minder gewicht toekomen aan het beeldelement (zie in de die zin ook Gerechtshof ’s-Gravenhage, 4move, 200.105.827/01, 11 september 2012).


42. Het eerste woordelement van zowel het ingeroepen recht als het betwiste teken verwijst naar “het niet met water overdekte gedeelte van de aarde" Voor voertuigen die specifiek bestemd zijn voor verplaatsingen over het land beschrijft dit element de hoedanigheid en de bestemming (...). Hierbij is van belang op te merken dat het publiek over het algemeen het beschrijvende bestanddeel van een samengesteld merk niet als het onderscheidende en dominerende bestanddeel van de door dit merk gewekte totaalindruk zal ervaren (GEU, Budmen, T- 129/01, 3 juli 2003).


43. Het ingeroepen recht bevat bovendien het woordelement “ROVER”; dit is de Engelse aanduiding voor "a person who roves; wanderer", in het Nederlands "iemand die rooft" of zwerver". Het woord “FIGHTER”, het tweede woordelement van het betwiste teken, betekent "a person who fights, esp a professional boxer; a person who has determination”. Beide woorden hebben dus, in tegenstelling tot wat opposant meent (...) een verschillende begripsinhoud, tenminste voor dat deel van het publiek dat deze betekenissen kent. In relatie tot de waren in klasse 12 hebben beide woorden, in tegenstelling tot het element “LAND”, geen betekenis. Dit maakt dat het dominante element van het ingeroepen recht het element “ROVER” is; het dominante woordelement van het betwiste teken is het element “FIGHTER”.


44. Het dominerende woordelement van het ingeroepen recht en het dominerende woordelement in het betwiste teken verschillen van elkaar. Op visueel vlak zijn de letters en de lengte van de woorden verschillend. Bovendien worden de verschillen tussen merk en teken nog vergroot door de aanwezigheid van de beeldelementen in het betwiste teken. Ook op auditief vlak verschillen de dominante woordelementen van elkaar, waarbij er aan herinnerd dient te worden dat – strikt genomen – de fonetische weergave van een samengesteld teken overeenkomt met die van de woordbestanddelen ervan, ongeacht de grafische kenmerken van deze bestanddelen, die veeleer aan de orde komen in het kader van het onderzoek van het visuele aspect van het teken (zie arresten GEU van 25 mei 2005, PC WORKS, T-352/02 en van 21 april 2010, Thai Silk, T-361/08)."



De conclusie van het BBIE is dat de merken enkel het beschrijvend woordelement “LAND” gemeen hebben. Het Bureau is daarom van oordeel dat de verschillen tussen merk en teken, zoals de toegevoegde beeldelementen en het gebruik van de kleuren en de verschillen tussen de dominante woordelementen voldoende zijn om de punten van overeenstemming te neutraliseren. De overeenkomsten zijn te gering om de tekens in hun totaalindruk overeenstemmend te doen zijn. Er wordt ook geen verwarringsgevaar aangenomen. De oppositie wordt dus afgewezen.


Joost Becker, advocaat merkenrecht