Zoeken
  1. Nieuwe Corporate Governance Code – de belangrijkste wijzigingen

Nieuwe Corporate Governance Code – de belangrijkste wijzigingen

Op 8 december 2016 heeft de Monitoring Commissie Corporate Governance Code (de "Commissie") de herziene Corporate Governance Code (de "Code") gepubliceerd. De belangrijkste vernieuwingen zijn het centraal stellen van lange termijn waardecreatie en de introductie van cultuur als onderdeel van goede corporate governance. Daarnaast is de Code vereenvoudigd doordat overlappende bepalingen en bepalingen die in strijd waren met wetten en andere regelgeving zijn aangepast. Ten slotte zijn nieuwe cor...
Auteur artikelDeline Kruitbosch
Gepubliceerd23 januari 2017
Laatst gewijzigd23 januari 2017
Leestijd 
Op 8 december 2016 heeft de Monitoring Commissie Corporate Governance Code (de "Commissie") de herziene Corporate Governance Code (de "Code") gepubliceerd. De belangrijkste vernieuwingen zijn het centraal stellen van lange termijn waardecreatie en de introductie van cultuur als onderdeel van goede corporate governance. Daarnaast is de Code vereenvoudigd doordat overlappende bepalingen en bepalingen die in strijd waren met wetten en andere regelgeving zijn aangepast. Ten slotte zijn nieuwe corporate governance ontwikkelingen aan de Code toegevoegd.

De nieuwe Code is van toepassing op Nederlandse beursvennootschappen ten aanzien van het boekjaar beginnend op 1 januari 2017 of daarna. Dit houdt in dat in 2018 voor het eerst over de naleving van de nieuwe Code dient te worden gerapporteerd. Waar de Code vereist dat reglementen, regels of procedures worden aangepast aan de gewijzigde bepalingen, wordt de vennootschap geacht in lijn met de Code te handelen indien zij deze uiterlijk op 31 december 2017 heeft aangepast. De Commissie beveelt vennootschappen aan de belangrijkste aspecten van corporate governance en compliance met de Code als apart agendapunt te bespreken gedurende de jaarlijkse algemene vergadering in 2018.

De Code werkt op basis van het principe ‘pas toe of leg uit’. Dit principe houdt in dat beursvennootschappen de principes en best practice bepalingen dienen toe te passen dan wel gemotiveerd dienen uit te leggen waarom een principe of best practice bepaling niet wordt toegepast.

Op 17 februari jl. heb ik reeds de belangrijkste voorgestelde wijzigingen besproken op deze kennispagina. Ik licht deze hierbij nogmaals kort toe en zal voorts aanstippen welke wijzigingen de Commissie heeft gemaakt in de definitieve herziene Code ten opzichte van het voorstel.

1. Lange termijn waardecreatie en meewegen van belangen (Best Practice Principe 1.1)
De belangrijkste wijziging die de herziene Code introduceert is het centraal stellen van lange termijn waardecreatie. De Commissie geeft aan dat de misstanden van de afgelopen jaren (denk aan het boekhoudschandaal bij Ahold en het faillissement van Imtech) in veel gevallen zijn terug te voeren op het behalen van korte termijn winsten. Lange termijn waardecreatie vraagt van bestuurders en commissarissen - het bestuur is op grond van de Code verplicht de raad van commissarissen tijdig bij het formuleren van de strategie te betrekken - dat zij duurzaam handelen door bewuste keuzes te maken over de houdbaarheid van strategie op de lange termijn. Hiervoor is essentieel dat de belangen van alle stakeholders gewogen worden. Bij het bepalen van de strategie dient de vennootschap naast waardecreatie ook andere relevante aspecten van ondernemen, zoals milieu, sociale- en personeelsaangelegenheden, de keten waarin de onderneming opereert, eerbiediging van mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping, in acht te nemen. In het bestuursverslag dient het bestuur een toelichting te geven op zijn visie op lange termijn waardecreatie en op de strategie ter realisatie daarvan en op welke wijze in het afgelopen boekjaar daaraan is bijgedragen.

2. Kansen realiseren door bewust risico’s te nemen (Best Practice Principe 1.2 tot en met 1.5)
Best Practice Principe 1.2 stelt als principe dat de vennootschap moet beschikken over adequate risicobeheersings- en controlesystemen. Het bestuur stelt de risicobereidheid vast, ontwerpt de beheersingssystemen en monitort de werking van de systemen. In het bestuursverslag dient het bestuur gebreken in de effectiviteit van de systemen te rapporteren. Er dient een sterk intern audit systeem te zijn, waarvoor het bestuur verantwoordelijk is en waarop de raad van commissarissen toezicht houdt. Anders dan in het consultatiedocument was opgenomen, dient het bestuur niet in het jaarlijkse bestuursverslag te verklaren dat de continuïteit van de vennootschap voor de aankomende twaalf maanden gewaarborgd is, maar dient zij de materiële risico’s en onzekerheden te vermelden ter zake van de verwachting van de continuïteit van de vennootschap voor de komende twaalf maanden.

3. Aandacht voor cultuur (Best Practice Principe 2.5)
In Best Practice Principe 2.5 is opgenomen dat het bestuur verantwoordelijk is voor het vormgeven van een cultuur die gericht is op lange termijn waardecreatie. De raad van commissarissen dient toezicht te houden op de activiteiten van het bestuur ter zake. De Code adresseert cultuur, maar schrijft niet voor wat cultuur precies is of zou moeten zijn. Van belang is dat er een cultuur wordt gecreëerd die gewenst gedrag en integer handelen stimuleert. Hiertoe dient het bestuur in ieder geval een gedragscode op te stellen.

4. Checks and balances (Hoofdstuk 2)
De inrichting van het bestuur en de raad van commissarissen was in de Code 2008 al ver uitgewerkt. In dit hoofdstuk van de Code zijn nieuwe accenten aangebracht die bijdragen aan de checks and balances, goed ondernemingsbestuur en onafhankelijk toezicht.

Ingevolge de Code wordt scherpte van het toezicht bevorderd door een juiste samenstelling van de raad van commissarissen. In plaats van een maximale benoemingstermijn van twaalf jaar (drie keer vier jaar), is in de herziene Code een benoemingstermijn van twee keer vier jaar het uitgangspunt. Na deze periode kan een commissaris nogmaals worden herbenoemd voor een termijn van twee jaar, welke termijn daarna met maximaal twee jaar kan worden verlengd. Anders dan was opgenomen in het consultatiedocument, dient deze herbenoeming na acht jaar “slechts” te worden gemotiveerd, en zijn geen bijzondere omstandigheden vereist.

Voorts is ten opzichte van de Code 2008 een verruiming opgenomen voor wat betreft het maximaal aantal “afhankelijke” commissarissen. Iedere aandeelhouder die 10% of meer aandelenbelang in de vennootschap houdt, mag één zogenaamde “aandeelhouder-commissaris” hebben, met dien verstande dat het aantal afhankelijke commissarissen samen minder dan de helft bedraagt van het totaal aantal commissarissen.

Indien het bestuur werkt met een executive committee, dient het bestuur rekening te houden met de checks and balances die deel uitmaken van het two-tier systeem. De raad van commissarissen houdt hier toezicht op en heeft daarbij specifiek aandacht voor de dynamiek en verhouding tussen het bestuur en het executive committee.

Ten slotte blijft er veel aandacht voor een diverse samenstelling van de raad van commissarissen. De stand van zaken van de diversiteitsdoelstellingen wordt toegelicht in de corporate governance verklaring.

5. Versimpelde beloning (Hoofdstuk 3)
De Code gaat, nog meer dan voorheen, uit van eigen verantwoordelijkheid van bestuurders en commissarissen. Het geven van te veel gedetailleerde voorschriften kan de aandacht afleiden van en de motivatie ontnemen voor zelfreflectie omtrent inrichting en uitvoering van governance. Het beloningsbeleid dient duidelijk en begrijpelijk te zijn. Het beleid dient onder andere aandacht te besteden aan de beloningsverhoudingen binnen de vennootschap en vooraf uitgevoerde scenario analyses. Anders dan in het consultatiedocument was opgenomen, mogen commissarissen niet worden beloond in de vorm van aandelen en/of opties.

6. De rol van de aandeelhouder (Hoofdstuk 4)
Het onderdeel van de Code dat ziet op de relatie met aandeelhouders is nagenoeg ongewijzigd overgenomen uit de Code 2008. Hoewel sommige principes en bepalingen een opfrisbeurt kunnen gebruiken, heeft de Commissie gemeend dat het goed was op dit moment geen inhoudelijke vernieuwingen door te voeren. Dit vanwege het feit dat er momenteel veel ontwikkelingen gaande zijn op Europees en nationaal niveau ten aanzien van de positie en rechten van aandeelhouders waarvan de uitkomst momenteel nog niet vast staat. Anders dan in het consultatiedocument was opgenomen, blijft de 180-dagen responstijd van het bestuur indien een aandeelhouder een agendapunt agendeert welke kan leiden tot een wijziging van de strategie van de vennootschap, gehandhaafd.

Ten slotte is in hoofdstuk 4 van de Code opgenomen - in afwijking van het bepaalde in het consultatiedocument - dat certificering van aandelen een middel kan zijn om te voorkomen dat door absenteïsme tijdens de algemeen vergadering een (toevallige) meerderheid van aandeelhouders de besluitvorming naar haar hand zet. Certificering van aandelen mag niet worden gebruikt als beschermingsmaatregel.

7. One-tier boards (Hoofdstuk 5)
De Code is toegeschreven op vennootschappen met een two-tier board. Hoofdstuk 5 ziet op de toepasbaarheid van de Code op vennootschappen met een one-tier board, waarbij er één bestuur is waarvan zowel uitvoerende als niet-uitvoerende bestuurders deel uitmaken. Zoals ik op deze kennispagina reeds eerder schreef is het betreffende best practice principe en zijn de best practice bepalingen voor one-tier boards op enkele punten verduidelijkt.