Zoeken
  1. Nieuwe richtlijnen kinderalimentatie

Nieuwe richtlijnen kinderalimentatie

Zoals ik medio november jl. aangaf in mijn bijdrage “Kinderalimentatie eenvoudiger?”, bestaan al enige decennia schriftelijke richtlijnen voor de berekening van kinderalimentatie die zijn gevat in het zogenaamde Rapport Alimentatienormen. Met de kritiek vanuit de samenleving dat het een ingewikkeld en niet transparant systeem zou zijn en op punten achterhaald, hebben de rechters zelf inmiddels nieuwe richtlijnen voor kinderalimentatie uitgevaardigd. Het rechterlijk voorstel voor vereenvoudigi...
Artikel | 10 juni 2013 | Dirkzwager
Zoals ik medio november jl. aangaf in mijn bijdrage “Kinderalimentatie eenvoudiger?”, bestaan al enige decennia schriftelijke richtlijnen voor de berekening van kinderalimentatie die zijn gevat in het zogenaamde Rapport Alimentatienormen. Met de kritiek vanuit de samenleving dat het een ingewikkeld en niet transparant systeem zou zijn en op punten achterhaald, hebben de rechters zelf inmiddels nieuwe richtlijnen voor kinderalimentatie uitgevaardigd. Het rechterlijk voorstel voor vereenvoudiging van de richtlijnen voor kinderalimentatie is een feit geworden en voornoemd rapport is hierop aangepast (laatste versie). Hiermee lopen ze voor op de politiek, die eerder ook aangaf nieuwe plannen te willen hebben voor de berekening van kinderalimentatie.

Het Rapport Alimentatienormen is geen recht in de zin van de wet en de rechter is in een procedure niet gebonden aan deze normen. De rechter behoeft afwijking van de normen dan ook niet te motiveren. Wel is het een feit dat rechters in de regel zoveel mogelijk aanknopen bij de normen en dat ook advocaten met deze normen werken. Nog altijd kan in onderling overleg tussen partijen (ouders/meerdere onderhoudsplichtigen als die er zijn) van de normen worden afgeweken.

De nieuwe richtlijnen voor de kinderalimentatie gelden in zijn volledigheid (voor de behoefte aan kinderalimentatie en de draagkracht van degenen die hierin bij moeten dragen) vanaf 1 april 2013.

Er bestond reeds een tabel om afgeleid van het aantal kinderen, de leeftijd van de kinderen en het maandelijks netto besteedbaar gezinsinkomen bij het feitelijke uiteengaan (derhalve van beide ouders tezamen en thans inclusief eventueel kindgebonden budget tijdens het huwelijk) de behoefte van kinderen bij een bepaald inkomensniveau van de ouders af te leiden (behoeftetabel). Het behoeftebedrag minus het kindgebonden budget dat de verzorgende ouder zal verkrijgen na het uiteengaan (in te schatten via de website van de belastingdienst), is het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen (met de kinderbijslag is reeds rekening gehouden in de behoeftetabel). (In sommige gevallen kan een correctie plaatsvinden vanwege de kosten van kinderopvang, bijvoorbeeld bij een alleenstaande ouder met hoge kinderopvangkosten.)

Nieuw is dat de draagkracht van beide ouders (voor de toekomstige periode waarvoor de bijdrage moet worden bepaald) om in die behoefte van de kinderen te voorzien, nu tevens wordt afgeleid vanuit een tabel, eventueel te vermeerderen met het fiscaal voordeel vanwege de persoonsgebonden aftrek vanwege het levensonderhoud voor de kinderen (draagkrachttabel). Sprake is zo van een meer forfaitaire berekening dan voorheen van de draagkracht.  (Naast de ouders kan daarbij sprake zijn van nog een onderhoudsplichtige, bijvoorbeeld een met de hoofdverzorger gehuwde stiefouder, en van elk van de onderhoudsplichtigen wordt de draagkracht afgeleid uit de tabel.) Of een ouder gaat samenwonen met een nieuwe partner, is derhalve niet meer relevant nu die post in het forfait is opgenomen (een redelijke netto woonlast van 30% van het netto besteedbaar inkomen). Voorheen werden die woonlasten dan in beginsel gedeeld door de onderhoudsplichtige en zijn/haar nieuwe partner. (Dit is nog wel relevant bij partneralimentatie, waar rekening wordt gehouden met de werkelijke woonlasten en al dan niet samenwoning.)

De behoefte en de draagkracht worden vervolgens gekoppeld waarbij een rol speelt hoeveel de niet-verzorgende ouder naast de hoofdverzorger voor de kinderen zorgt. Deze zogenaamde zorgkorting strekt in mindering op de behoefte van de kinderen en bedraagt 15% (gemiddeld 1 dag per week zorg inclusief de vakanties en bijzondere dagen), 25% (2 dagen per week zorg) of 35% (3 dagen per week zorg) van de behoefte. Het laagste bedrag van de behoefte en draagkracht per kind is bepalend voor het te betalen bedrag aan levensonderhoud. Als ouders niet genoeg draagkracht hebben om in de behoefte van de kinderen te voorzien, dan wordt echter (een deel van) de zorgkorting niet gerealiseerd. Is de draagkracht hoger dan de behoefte (na vermindering vanwege kindgebonden budget) dan wordt de behoefte verdeeld over de ouders naar rato van draagkracht en vervolgens wordt het resultaat verminderd met de zorgkorting. Er wordt vanuitgegaan dat de verzorgende ouder alle kosten van de kinderen voor zijn/haar rekening neemt (daarbuiten vallen alleen de kosten die de andere ouder maakt als de kinderen bij hem/haar zijn).

Geen aparte regeling is er voor co-ouderschappen waarbij de zorg tussen de ouders gedeeld is, ook dan geldt de 35% zorgkorting. Wel kunnen de ouders ook hier in onderling overleg een ander percentage hanteren, rekening houdend met de concrete zorgregeling. Co-ouderschap is nog steeds geen wettelijke term.

Mocht uit het voorgaande een uitkomst voortvloeien die een partij niet aanvaardbaar acht, dan dient die partij een beroep te doen op de zogenaamde aanvaardbaarheidstoets. De onderhoudsplichtige dient dan inzichtelijk te maken dat de kinderalimentatie in zijn/haar situatie vanwege een gebrek aan feitelijke draagkracht voor hem/haar tot een onaanvaardbare uitkomst leidt. Een voorbeeld zou kunnen zijn als de onderhoudsplichtige nog huwelijkse schulden heeft waarvoor hij/zij betalingen moet verrichten (bijvoorbeeld een restschuld betreffende de voormalige echtelijke woning).

Als de ingangsdatum van de vaststelling of wijziging van de kinderalimentatie ligt op 1 april jl. of daarna dan worden de behoefte en draagkracht berekend volgens de nieuwe rekenwijze.

De uitspraken van rechtbanken de komende tijd, zullen meer inzage geven in de feitelijke uitwerking van de nieuwe richtlijnen in de praktijk.