Zoeken
  1. Non-conformiteit: bewijs dat paard niet kreupel was bij verkoop blijft moeilijk

Non-conformiteit: bewijs dat paard niet kreupel was bij verkoop blijft moeilijk

Vaak is bij de koop en verkoop van een paard aan de ene kant een handelaar en aan de andere kant een consument betrokken. In dat geval is ook het consumentenrecht van toepassing op de overeenkomst. Gevolg van het toepasselijk zijn van het consumentenrecht, is dat er bij consumentenkoop sprake is van een wettelijk bewijsvermoeden. Dit houdt in dat als een gebrek zich binnen zes maanden na levering openbaart, vermoed wordt dat het gebrek al bestond ten tijde van de levering. Het is dan aan de p...
Artikel | 24 mei 2013 | Dirkzwager
Vaak is bij de koop en verkoop van een paard aan de ene kant een handelaar en aan de andere kant een consument betrokken. In dat geval is ook het consumentenrecht van toepassing op de overeenkomst. Gevolg van het toepasselijk zijn van het consumentenrecht, is dat er bij consumentenkoop sprake is van een wettelijk bewijsvermoeden. Dit houdt in dat als een gebrek zich binnen zes maanden na levering openbaart, vermoed wordt dat het gebrek al bestond ten tijde van de levering. Het is dan aan de professionele verkoper om te bewijzen dat het gebrek toen nog niet bestond (zie onder andere ook het artikel "Aanwezigheid stalgebrek leidt tot ontbinding koopovereenkomst"). Dit is niet het geval als beide partijen professionele partijen of consumenten zijn.

In de zaak die ten grondslag lag aan de uitspraak van de rechtbank Almelo van 5 december 2012 was op 31 augustus 2010 het paard Wabooshka klinisch goedgekeurd en aan de koper geleverd. Echter, op 2 september 2010 bleek dat het paard kreupel was. Omdat er geen verbetering optrad heeft de koper op bij brief van 15 oktober 2010 de overeenkomst ontbonden, waarna het paard moest worden teruggeleverd en de betaalde verkoopprijs moest worden terugbetaald. De verkoper was het hier niet mee eens en weigerde mee te werken aan deze door de ontbinding ontstane ongedaanmakingsverplichting. De koper vorderde in deze procedure een verklaring voor recht dat de overeenkomst op goede gronden was ontbonden en dat de verkoper moest voldoen aan de ongedaanmakingsverplichting.

Omdat er sprake was van consumentenkoop, was het uitgangspunt dat het gebrek, de kreupelheid, al bestond ten tijde van de verkoop. Daarmee was het aan de verkoper om in hoge mate aannemelijk te maken dat het paard ten tijde van de levering niet kreupel was. Hiertoe heeft hij vijf getuigen laten horen, waarna de koper in contra-enquête op haar beurt 4 getuigen heeft laten horen.

Uit de verklaringen, onder andere van enkele dierenartsen, bleek dat de kreupelheid verschillende oorzaken kon hebben, waaronder in ieder geval artrose aan de nekwervel. Artrose is een langdurig proces en kan niet plotseling ontstaan. Daarnaast was er sprake van beschadiging aan de bicepspees, maar daarvan kwam echter niet vast te staan of dit na de levering was ontstaan of al weken dan wel maanden eerder. Van belang is hierbij ook dat de koper het paard slechts enkele dagen op stal had toen het gebrek zich (onder de man) openbaarde. Dat zowel de dierenarts als de koper tijdens de klinische keuring het gebrek niet hebben waargenomen, maakt dit niet anders. Uit getuigenverklaringen is duidelijk gebleken dat een dergelijke klinische keuring een momentopname betreft dat bovenal niet “onder de man” plaatsvindt, terwijl het gebrek zich juist onder de man openbaarde. Na waardering van alle afgelegde getuigenverklaringen komt de rechtbank tot het oordeel dat het aangenomen wettelijk bewijsvermoeden dat het paard bij de aflevering niet aan de koopovereenkomst heeft beantwoord, niet wordt ontzenuwd. De verkoper was er niet in geslaagd op aannemelijk te maken dat het paard ten tijde van de levering niet kreupel was.

De rechtbank verklaart voor recht dat de koper de overeenkomst op goede gronden heeft ontbonden, dat de koper het paard binnen 48 uur moet terugleveren en dat de verkoper het aankoopbedrag ad € 4.000,- moet terugbetalen. Daarnaast moet hij verzorgingskosten betalen die de koper heeft moeten maken, waaronder dierenartskosten en een bedrag ad € 25,- per dag vanaf 15 oktober tot de dag der algehele voldoening aan het vonnis. Dit laatste loopt op tot maar liefst € 19.525,- (!). Hieruit blijkt eens te meer dat de bewijslast die op een professionele verkoper rust, relatief zwaar is en dat de gevolgen van het niet kunnen voldoen aan die bewijslast, aanzienlijk kunnen zijn.

Door Christien Beernink, advocaat Hippisch recht