Zoeken
  1. Onteigening Hedwigepolder mag door

Onteigening Hedwigepolder mag door

De Hoge Raad heeft, tegen het advies van de Advocaat-Generaal in, de uitspraak van de rechtbank Zeeland West-Brabant over de onteigening van de Hedwigepolder in stand gelaten.In zijn arrest van 5 januari 2018 verwerpt de Hoge Raad alle klachten van de grondeigenaar.Eisen aan procedure bij de KroonDe eigenaar van de onteigende gronden stelde zich onder andere op het standpunt dat de procedure bij de Kroon niet zorgvuldig was verlopen. De Kroon had het beginsel van hoor en wederhoor niet toegep...
Artikel | 05 januari 2018 | Joske Hagelaars
De Hoge Raad heeft, tegen het advies van de Advocaat-Generaal in, de uitspraak van de rechtbank Zeeland West-Brabant over de onteigening van de Hedwigepolder in stand gelaten.

In zijn arrest van 5 januari 2018 verwerpt de Hoge Raad alle klachten van de grondeigenaar.

Eisen aan procedure bij de Kroon
De eigenaar van de onteigende gronden stelde zich onder andere op het standpunt dat de procedure bij de Kroon niet zorgvuldig was verlopen. De Kroon had het beginsel van hoor en wederhoor niet toegepast en de uniforme openbare voorbereidingsprocedure volgens de eigenaar niet goed doorlopen.

De Hoge Raad oordeelt hierover dat de Kroon zich in de administratieve onteigeningsprocedure niet hoeft te houden aan de eisen die het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens stelt aan een eerlijk proces. Dat betekent dat de Kroon niet gehouden is het beginsel van hoor en wederhoor toe te passen. Wel moet de onteigeningsrechter controleren of de Kroon aan alle wettelijke eisen heeft voldaan. De voorbereidingsprocedure is volgens de Hoge Raad echter goed verlopen.

Inhoudelijke beoordeling Koninklijk Besluit
De Hoge Raad stelt voorop dat de rechter alleen de rechtmatigheid van de onteigening, en niet de doelmatigheid zelfstandig kan beoordelen. Met betrekking tot bijvoorbeeld een zelfrealisatieverweer beoordeelt de rechter het Koninklijk Besluit alleen marginaal. Dat betekent dat de rechter nagaat of de Kroon in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.

De eigenaar had aangevoerd dat de Kroon zijn beroep op zelfrealisatie in redelijkheid niet had kunnen passeren. De Kroon vond dat zelfrealisatie bij de te realiseren natuurwaarden niet aan de orde kon zijn. Gelet op het feit dat het gaat om grootschalige infrastructurele werken, het langdurige beheer daarvan, waarbij onder andere de openbare veiligheid is gemoeid (waterkeringen) en de Staat met de onteigening aan internationale verplichtingen voldoet, vindt de Hoge Raad dat de Kroon het zelfrealisatieverweer in redelijkheid heeft kunnen verwerpen. Gelet op de bijzondere aard en achtergrond van het werk, kon de Kroon naar het oordeel van de Hoge Raad in redelijkheid tot het oordeel komen dat alleen volle eigendom van en daarmee volledige zeggenschap over de gronden die deel uitmaken van het plangebied, waarborgt dat de belangen die zijn gemoeid met het realiseren van de beoogde infrastructurele werken en het integrale beheer van het aldus te creëren natuurgebied, voldoende tot hun recht (zullen blijven) komen.

Nu zelfrealisatie niet aan de orde kon zijn hoefde de Staat daarover ook niet met de eigenaar te onderhandelen, zodat ook de klacht van de eigenaar dat niet zorgvuldig zou zijn onderhandeld niet slaagt.

Conclusie
Met dit arrest bevestigt de Hoge Raad het (vaste) oordeel van de Kroon dat (grote) infrastructurele werken en natuurgebieden niet voor zelfrealisatie in aanmerking komen, ook niet als de eigenaar daadwerkelijk bereid en in staat is om de bestemming zelf uit te voeren. Daarmee valt voor de eigenaar van de Hedwigepolder nu definitief het doek.