Zoeken
  1. Opnieuw persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder wegens IE-inbreuk

Opnieuw persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder wegens IE-inbreuk

Het Hof Den Haag heeft op 30 september 2014 een bestuuder aansprakelijk gehouden voor inbreuken op merken. Jegens hem persoonlijk is ook een verbod op merk- model- en auteursrechten uitgesproken. Hij dient eveneens de schade van de houder van de IE-rechthebbende te vergoeden. Een soortgelijk oordeel is vorig jaar ook geveld.Ditmaal ging het om inbreuk op rechten betreffende speelgoed (pluchen speelgoedhamsters) van Zhu zhu pet. Bestuuder X kocht - met contant geld - een voorraad namaak speelg...
Artikel | 10 oktober 2014 | Joost Becker
Het Hof Den Haag heeft op 30 september 2014 een bestuuder aansprakelijk gehouden voor inbreuken op merken. Jegens hem persoonlijk is ook een verbod op merk- model- en auteursrechten uitgesproken. Hij dient eveneens de schade van de houder van de IE-rechthebbende te vergoeden. Een soortgelijk oordeel is vorig jaar ook geveld.

Ditmaal ging het om inbreuk op rechten betreffende speelgoed (pluchen speelgoedhamsters) van Zhu zhu pet. Bestuuder X kocht - met contant geld - een voorraad namaak speelgoed. Nadat de onderneming zelf was veroordeeld, had bestuuder X bewust in strijd met de waarheid  (en rijkelijk laat) opgave gedaan van bepaalde inbreukgegevens. De betreffende rechtspersoon is vervolgens failliet gegaan. De IE-rechthebbende richtte haar pijlen daarna op bestuuder X van de onderneming Y.

Het Hof oordeelt als volgt:
"Ten aanzien van de vraag of X als bestuurder van Y aansprakelijk is stelt het hof het volgende voorop. Wanneer een schuldeiser van een vennootschap wordt benadeeld door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering op de vennootschap, zal naast de aansprakelijkheid van de vennootschap ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuuder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakvervulling als bedoeld in artikel 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Eenzelfde maatstaf is op zijn plaats bij de beantwoording van de vraag of een bestuuder persoonlijk aansprakelijk is voor onrechtmatig handelen van de vennootschap. Ook daarvoor kan de bestuuder (naast de vennootschap) persoonlijk aansprakelijk worden gehouden, indien hem ter zake van het onrechtmatig handelen van de vennootschap persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt op de grond dat hij het handelen in verband met de kenbare belangen van de benadeelde had behoren te voorkomen (vgl. o.a. HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR2012:BX5881 en HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2628)."

Vast staat dat Y onrechtmatig jegens Cepia (de IE-rechthebbende) heeft gehandeld door de namaak speelgoed te verhandelen. Naar het oordeel van het hof zou X daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kunenn worden gemaakt "indien hij ten tijde van de verhandeling door Y op de hoogte was of moet zijn geweest van het merk "Zhu zhu pet".

De afrekening in contanten, of dat geen onderzoek is gedaan naar de vermelding zhu zhu hamsters op de verpakking is onvoldoende om aansprakelijkheid aan te nemen. Onder meer de onbekendheid van het merk (destijds) en dat X onbekend was met de speelgoedbranche speelt hierbij een rol.

Het oordeel over de vraag of X als bestuurder van Y een ernstig verwijt kan worden gemaakt nadat hij op de hoogte was van de merkinbreuk, pakt voor X minder goed uit. Vast staat dat onderzoek gedaan is, door X, of sprake is van merkinbreuk. Vast staat ook dat uit dat onderzoek blijkt dat dat inderdaad zo was. Er is vervolgens aan Cepia meegedeeld dat X de verhandeling van de namaak speelgoed hamsters  zou staken en gestaakt zou houden. Het Hof oordeelt daarom:
"Nu X op 24 september 2010 wist dat zij merkinbreuk had gepleegd en Cepia uitdrukkelijk om informatie had gevraagd teneinde  verdere verhandeling van de namaakhamsters te kunnen bestrijden, was X op  grond van de maatschappelijke zorgvuldigheid gehouden verdere  merkinbreuken door haar afnemers tegen te gaan en ten minste aan Cepia opgaaf te doen van haar verkoop van namaakhamsters ook aan [een derde], gelet op  de kenbare belangen van Cepia als merkhouder. X heeft dat nagelaten en aldus onrechtmatig jegens Cepcia gehandeld. Daarvan kan aan X persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. Hij diende als enig bestuurder en feitelijk beleidsbepaler van X zorg te dragen voor tijdige  en juiste informatieverstrekking aan Cepia. Dat heeft hij nagelaten; niet alleen heeft hij bijna drie maanden gewacht met het verstrekken van  informatie, hij heeft Cepia in strijd met de waarheid bericht dat er alleen aan Y en Z was verkocht. (...) X was kennelijk niet bereid  openheid van zaken te geven. Het hof leidt dit mede af uit het feit dat X  Cepia nog maar onjuiste informatie heeft verstrekt, namelijk dat de  facturen van X onbetaald waren gebleven en dat er geen verdere stukken  waren die konden worden toegezonden (...) Aan het verweer dat hij de levering (...) was vergeten, gaat het hof voorbij."

Ook heeft X niet meegedeeld dat hij ervan wist dat de hamsters aan Y waren verkocht, terwijl hij wist dat, althans had moetenw eten dat dat namaak speelgoed zou worden doorverkocht waardoor de merkinbreuk zou wordenvoortgezet.