Zoeken
  1. Rechterlijke toetsing van een reorganisatie waarmee de OR het niet eens is

Rechterlijke toetsing van een reorganisatie waarmee de OR het niet eens is

Bij een aantal soorten besluiten heeft de OR adviesrecht, vooral bij voorgenomen beslissingen van bedrijfsorganisatorische (of financieel-economische) aard. Bij een reorganisatie speelt de OR dus vaak een rol. Als de ondernemer en de OR het samen niet eens kunnen worden en de ondernemer neemt het reorganisatiebesluit toch, dan kan de OR de rechter inschakelen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van het verloop van deze procedure en van de toetsing door de rechter.De OR heeft bij reorg...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd25 januari 2010
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Bij een aantal soorten besluiten heeft de OR adviesrecht, vooral bij voorgenomen beslissingen van bedrijfsorganisatorische (of financieel-economische) aard. Bij een reorganisatie speelt de OR dus vaak een rol. Als de ondernemer en de OR het samen niet eens kunnen worden en de ondernemer neemt het reorganisatiebesluit toch, dan kan de OR de rechter inschakelen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van het verloop van deze procedure en van de toetsing door de rechter.

De OR heeft bij reorganisatie (slechts) een adviserende stem, maar dit advies kan niet zomaar terzijde worden gesteld. Als de ondernemer het advies van de OR niet volgt, kan door de OR beroep worden ingesteld bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.

Procedure
Deze procedure wordt gestart door het indienen van een verzoekschrift door de OR. De OR zelf is in deze procedure de verzoekende partij en hij wordt daarbij vertegenwoordigd door zijn voorzitter of zijn plaatsvervangend voorzitter.

De ondernemer kan een verweerschrift indienen ter toelichting van zijn besluit. Daarbij kan hij geen andere argumenten voor zijn besluit geven dan hij in de adviesprocedure al aan de OR heeft meegedeeld. Het is dus belangrijk om goed na te gaan dat in het OR-traject alle argumenten worden aangevoerd en dat deze argumenten goed zijn geformuleerd. Ook is belangrijk dat de ondernemer in zijn definitieve besluit is ingegaan op de bezwaren die de OR in het negatieve advies had geformuleerd. Verder kan de OR in de beroepsprocedure bij de Ondernemingskamer eveneens geen bezwaren tegen het besluit aanvoeren die voordien in de adviesprocedure niet aan de orde zijn gesteld.

De mondelinge behandeling in deze procedure vindt ongeveer zes weken na indiening van het verzoekschrift plaats. Het oordeel van de Ondernemingskamer volgt meestal op een termijn van zes weken na de zitting. Op verzoek van partijen kan de procedure wegens spoedeisende belangen sneller worden doorlopen en ook kan de OR aan de Ondernemingskamer vragen om voor de duur van de procedure – dus tijdelijk – “voorzieningen” te treffen, zoals een verbod voor de ondernemer om het al genomen besluit ook daadwerkelijk uit te voeren totdat de Ondernemingskamer zijn oordeel over het besluit geeft.

Wijze van toetsing van het besluit
De OR heeft “slechts” adviesrecht en de ondernemer houdt dus bepaalde vrijheid om zelf beslissingen te nemen. De Ondernemingskamer respecteert deze ondernemersvrijheid en zal bij zijn beoordeling niet op de stoel van de ondernemer gaat zitten. De WOR dwingt de ondernemer wel tot een afweging van alle betrokken belangen en het resultaat van die belangenafweging wordt aan het oordeel van de Ondernemingskamer onderworpen, zij het met de belangrijke restrictie dat de Ondernemingskamer slechts nagaat of de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen. Beslissend is niet of de Ondernemingskamer, met inachtneming van alle feiten en omstandigheden, tot hetzelfde resultaat zou zijn gekomen, maar of de wijze waarop de ondernemer de in aanmerking komende belangen heeft afgewogen verdedigbaar is.

Voor OR is terzake van de toetsing van het besluit door de Ondernemingskamer met name van belang om aan te geven welke belangen de ondernemer bij zijn besluitvorming onvoldoende heeft meegewogen en waarom de OR het besluit dus onredelijk acht. Indien de ondernemer bijvoorbeeld heeft nagelaten het belang van de werknemers voldoende mee te wegen in de besluitvorming, zal een besluit kennelijk onredelijk zijn. Ook als bijvoorbeeld het genomen besluit afwijkt van het voorgenomen besluit dat voor advies aan de OR is voorgelegd, zal het niet vragen van advies over dit gewijzigde besluit kennelijk onredelijk zijn.

In de toetsing door de Ondernemingskamer zal het accent liggen op (1) de procedurele aspecten en (2) de motivering van het besluit.

  1. Bij ernstige schending van procedure voorschriften, waardoor de ondernemer wezenlijk tekort heeft gedaan aan de in de WOR gewaarborgde belangen van de OR, zal de Ondernemingskamer tot de conclusie komen dat de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid niet tot het bestreden besluit had kunnen komen.

  2. De Ondernemingskamer stelt aan de ondernemer de eis dat hij niet alleen inzicht geeft in de argumenten die voor zijn besluit pleiten, maar ook in de argumenten die hem ertoe hebben gebracht de tegenwerpingen en de eventuele tegenvoorstellen van de OR te verwerpen.


Een voorbeeld waarin dit laatste mis ging, is een kwestie waarin de ondernemer besloot tot overdracht van zeggenschap over de onderneming X aan een derde (Y). De transactie paste in een groter geheel van overdracht van ondernemingen aan Y door de buitenlandse moedermaatschappij van X. De OR had echter voorgesteld deze specifieke onderneming X aan een andere partij (Z) te verkopen die meer waarborgen voor de werkgelegenheid bood. Dit alternatief van partij Z werd geheel niet door de ondernemer onderzocht, op grond waarvan de Ondernemingskamer oordeelde dat het besluit kennelijk onredelijk was. Onderzoek naar de opvattingen van de OR is dus noodzakelijk.

Concluderend kan een ondernemer een besluit nemen ondanks een negatief advies van de OR, maar de ondernemer zal daarbij wel alle procedurele voorschriften moeten volgen en alle belangen goed moeten afwegen. In het bijzonder zullen de bezwaren van de OR die leidden tot het negatieve advies, goed moeten worden onderzocht en zonodig tot een aanpassing van het voorgenomen besluit moeten leiden.