Zoeken
  1. Surseance van betaling: redmiddel of voorportaal? (1)

Surseance van betaling: redmiddel of voorportaal?

Surseance van betaling wordt wel het voorportaal van een faillissement genoemd. Dat komt niet zozeer door het instrumentarium van de surseance, maar als gevolg van het feit dat er veel onbekendheid is met de werking van dit middel. Surseance van betaling kan nuttig zijn indien een onderneming (van een natuurlijk of een rechtspersoon) kampt met een (tijdelijk) liquiditeitstekort, maar dan moet het wel tijdig worden ingezet. Algemeen beschouwd biedt surseance van betaling in een beperkt aantal...
Artikel | 04 november 2011 | Dirkzwager
Surseance van betaling wordt wel het voorportaal van een faillissement genoemd. Dat komt niet zozeer door het instrumentarium van de surseance, maar als gevolg van het feit dat er veel onbekendheid is met de werking van dit middel. Surseance van betaling kan nuttig zijn indien een onderneming (van een natuurlijk of een rechtspersoon) kampt met een (tijdelijk) liquiditeitstekort, maar dan moet het wel tijdig worden ingezet. Algemeen beschouwd biedt surseance van betaling in een beperkt aantal gevallen een oplossing voor (acute) financiële problemen.

Aanvragen
Zodra een schuldenaar met een onderneming (een rechtspersoon of een natuurlijk persoon met een onderneming) surseance van betaling nodig acht, moet zij aan de rechtbank een verzoek hiertoe doen en hierbij een staat van baten en schulden overleggen. De rechtbank zal dit bij voorrang behandelen (en dus een eventueel faillissementsverzoek terzijde leggen) en verleent altijd de voorlopige surseance van betaling. De verlening is voorlopig; in die periode, die in de regel vier tot zes weken duurt, wordt onderzocht of er voldoende gronden bestaan om de surseance van betaling om te zetten in een definitief karakter.

De periode van voorlopige verlening
De rechtbank benoemt direct een bewindvoerder die vervolgens samen met de schuldenaar het beheer over de onderneming zal voeren. De bewindvoerder onderzoekt (onafhankelijk) of de surseance van betaling kans van slagen biedt (in een definitief karakter) en adviseert de rechtbank hierover. In veel gevallen gaat het hier al mis: de bewindvoerder constateert dat er geen middelen (gelden) voorhanden zijn om de lopende verplichtingen te betalen. Hij is dan volgens de wet verplicht dit aan de rechtbank te melden. De schuldenaar wordt dan opgeroepen om hem hierover te horen. Indien de rechtbank dan ook tot de conclusie komt dat er geen grond is voor het definitief verlenen van de surseance van betaling, zal het faillissement worden uitgesproken.

Definitieve verlening (schuldeisers hebben een belangrijke stem)
De bewindvoerder kan echter ook tot de conclusie komen dat uiteindelijk (na de gehele periode, dus zowel voorlopig als definitief) alle schuldeisers volledig of gedeeltelijk (zie hieronder) voldaan kunnen worden. In dat geval zullen alle betrokkenen ter zitting –waarvan de datum direct bij het uitspreken van de voorlopige verlening wordt bepaald- worden gehoord. Als eerste zal dan de schuldenaar een toelichting moeten geven op het herstructureringsplan waarbij het traject wordt gepresenteerd dat er een voldoening kan plaatshebben van alle schuldeisers. De bewindvoerder zal vervolgens zijn/haar visie moeten geven en indien deze positief adviseert zal de rechtbank op dat moment -ter zitting- moeten uitspreken of er wat haar betreft voldoende gronden bestaan om de voorlopige verlening om te zetten in een definitieve verlening. Mocht zij tot de conclusie komen dat er geen redelijk vooruitzicht is, zal zij het verzoek dienen af te wijzen. Als het vooruitzicht er wel is, is het woord aan de (dan aanwezige!) schuldeisers. Zij mogen gaan stemmen of ze ook vertrouwen hebben in de plannen van de schuldenaar. Mocht een gekwalificeerde meerderheid vóór stemmen, zal de rechtbank bepalen dat de surseance van betaling definitief wordt verleend en bepaalt de termijn die dit zal duren, meestal anderhalf jaar.

Werking surseance van betaling
Surseance van betaling betekent letterlijk uitstel van betaling; de schulden waaraan geen wettelijke of feitelijke voorrang is verbonden hoeven gedurende de periode niet betaald te worden. Dit is een belangrijk aspect: niet alle schuldeisers kunnen op afstand gehouden worden. Het houdt eigenlijk in dat de schuldeisers waarvoor de surseance van betaling werkt (de concurrente schuldeisers) de betaling van hun vordering niet meer kunnen afdwingen. De omvang van deze schuldenlast is derhalve direct bekend. Dit geeft dus eigenlijk beperkt en tijdelijk lucht: de nieuwe rekeningen dienen gewoon betaald te worden.

Eén van de voordelen van de verlening van de surseance van betaling is het feit dat gedurende deze periode niet het faillissement van de schuldenaar aangevraagd kan worden. De keerzijde is echter dat indien en zodra de bewindvoerder tot het oordeel komt dat de surseance van betaling geen uitzicht meer heeft op (gedeeltelijke) betaling van alle schuldeisers, hij/zij verplicht is om de surseance om te zetten in een faillissement.

Belangrijke gevolgen van de surseance
De bewindvoerder voert samen met de schuldenaar het beheer over de zaken die tot de boedel behoren. Alleen in samenwerking en met toestemming van de bewindvoerder kunnen rechtshandelingen worden verricht die het vermogen van de boedel aangaan; hier vallen ook de betalingen onder. Gedurende de surseance van betaling kan er niet aan een schuldeiser betaald worden die onder de werking van de surseance van betaling valt; betaling aan schuldeisers kan slechts als alle schuldeisers naar evenredigheid van hun vordering voldaan worden.

Uitvoeren herstructurering
Gedurende de periode van de definitieve surseance van betaling zal (het bestuur van) de schuldenaar - in samenwerking met bewindvoerder - een zodanige herstructurering moeten doorvoeren dat de bedrijfsactiviteit weer winstgevend wordt. Deze herstructurering kan nodig zijn op verschillende vlakken; zoals bijvoorbeeld de financieringsstructuur, saneren van personeel en/of saneren van andere verplichtingen (zoals huur). Deze herstructurering is over het algemeen redelijk kostbaar (zoals bijvoorbeeld de extra (salaris-)kosten van de bewindvoerder) en deze kosten dienen ook direct te worden voldaan.

Arbeidsovereenkomsten
Tijdens de surseance van betaling is het niet zo dat de werknemers ontslag aangezegd kan worden. Dit is alleen mogelijk, net zoals buiten surseance van betaling, met toestemming van de Centrale Organisatie Werk en Inkomen en met machtiging van de bewindvoerder. Echter, onderdeel van de herstructurering kan met zich brengen dat personeel ontslag aangezegd moet worden; surseance van betaling biedt dan weinig extra voordelen. Omgekeerd is het zo dat iedere werknemer per direct ontslag kan nemen; werknemers zijn niet gebonden aan een opzegtermijn.

Banken
De financieringsovereenkomsten dienen in beginsel volledig te worden nagekomen. De daaraan verbonden zekerheidsrechten (pand en hypotheek) kunnen door de bank uitgeoefend worden alsof er geen surseance van betaling is. Overigens staat in elke financieringsovereenkomst dat indien er sprake is van surseance van betaling de volledige schuld direct opeisbaar is geworden. De bank is derhalve een zeer belangrijke speler die als eerste) overtuigd moet worden van de reden om surseance van betaling aan te vragen.

Volledige of gedeeltelijk voldoening
Anders dan in faillissement is de surseance van betaling dus gericht op instandhouding en voortgang van de onderneming met als doel dat er gedurende de surseance van betaling wordt gestreefd naar algehele of gedeeltelijke voldoening van alle schuldeisers. Met betrekking tot de gedeeltelijke voldoening kan dit bestaan door het aanbieden van een akkoord (onderhands of gerechtelijk). Bij het vaststellen van een akkoord door de rechter zal er instemming vereist zijn van een gekwalificeerde meerderheid van schuldeisers (gekwalificeerd naar aantal en hoogte van de vordering van de schuldeisers). Bij een onderhands akkoord wordt met elke schuldeiser een overeenkomst gesloten. De oplossing kan ook gevonden worden door een fusie (met een over liquiditeiten beschikkende partner) aan te gaan. Maar…Elke situatie is anders: het ligt meestal aan de creativiteit en de wil van de betrokkenen om een kans van slagen (op overleven) te hebben.

Het bovenstaande is slechts van toepassing indien er dus voldoende middelen voorhanden zijn om de surseance van betaling te bekostigen. Het pareren van een faillissementsaanvraag met een surseanceverzoek houdt eigenlijk al in dat het middel te laat wordt ingezet. Mocht er toch (in een noodgeval) gegrepen moeten worden naar een wettelijk insolventietraject ligt het voor de hand om dan surseance van betaling aan te vragen omdat dit wettelijk insolventiemiddel (als enige) gericht is op overleven.

Conclusie
Wat mij betreft is, zeker ook gezien de perceptie (in de media) dat een surseance van betaling het voorportaal van een faillissement is, het verzoeken van de surseance van betaling een allerlaatste redmiddel. Het biedt beperkte kansen en brengt het gedeeltelijk uit handen geven van de regie met zich.