Zoeken
  1. Taxatie door bijzonder beheer bij banken: altijd eerlijk? (1)

Taxatie door bijzonder beheer bij banken: altijd eerlijk?

Onlangs heeft de vereniging voor ontwikkelaars en bouwondernemers onderzoek gedaan naar de taxaties die de afdeling bijzonder beheer van de bank laat verrichten, wanneer vastgoed- en bouw­bedrijven terechtkomen bij deze afdeling van de bank. Deze afdelingen zijn daarop gericht, dat ‘zieke klanten’ van de bank extra onder de loep worden genomen en zich kunnen gaan richten op een financieel herstel, dan wel (in latere instantie) een afwikkeling van de financiering van de bank.De Nederlandse ver...
Artikel | 13 februari 2015 | Chris Diks
Onlangs heeft de vereniging voor ontwikkelaars en bouwondernemers onderzoek gedaan naar de taxaties die de afdeling bijzonder beheer van de bank laat verrichten, wanneer vastgoed- en bouw­bedrijven terechtkomen bij deze afdeling van de bank. Deze afdelingen zijn daarop gericht, dat ‘zieke klanten’ van de bank extra onder de loep worden genomen en zich kunnen gaan richten op een financieel herstel, dan wel (in latere instantie) een afwikkeling van de financiering van de bank.

De Nederlandse vereniging voor ontwikkelaars en bouwondernemers, kort “NVB”, constateert dat alle vastgoed- c.q. bouwbedrijven op dit moment zonder aanleiding onder bijzonder beheer komen te vallen. In het kader van de werkzaamheden van bijzonder beheer, wordt onder andere het vast­goed van die bedrijven getaxeerd. Het rapport van de NVB laat zien dat de taxaties in de praktijk laag uitvallen, doordat bepaalde relevante informatie, zoals inkomsten uit een huurdersrelatie, buiten be­schouwing worden gelaten. Dit blijkt zelfs bewust te gebeuren; sommige taxateurs geven kennelijk zelfs toe dat zij van de bank de opdracht hebben gekregen om zo laag mogelijk te taxeren. Zodoende zouden banken bewust te laag het vastgoed taxeren, wat behoort tot het vermogen van de klant.

Dit kan alle gevolgen van dien hebben voor de klant. De bank kan zich op het standpunt stellen dat er sprake is van onderdekking en op grond daarvan meer zekerheden eisen. Ook kan de bank de vermogenstoestand van de klant, die dan dus te laag is ingeschaald, gebruiken als onderbouwing voor op­zegging van de financiering. Wanneer de ondernemer dan, mogelijk zelfs onnodig, de financiering bij de bank aflost, kan de bank een hogere rente en boetekosten in rekening brengen.

Deze ontwikkeling is natuurlijk zorgelijk. In een discussie met de bank over onderdekking, aan­vullende zekerheden of zelfs opzegging van de financieringen, is het dus zaak om zelf een goed dossier aan te leggen over het vermogen van de klant. Het verdient hierbij grote aanbeveling om zorg te dragen voor eigen taxaties, om daarmee te voorkomen dat taxaties van de bank zelf als uitgangspunt zouden dienen. Dit gaat natuurlijk veel verder dan alleen maar vastgoed- en bouwbedrijven, maar iedere klant van de bank die als vermogen beschikt over goederen die getaxeerd moeten worden, of het nu onroerende zaken zijn of zelfs ook roerende zaken.

De Autoriteit Financiële Markten heeft op dit moment zelfs een onderzoek aangekondigd naar de praktijken van de afdeling Bijzonder Beheer van banken. Het rapport van de NVB komt nu natuur­lijk net op een voor de banken ongunstig moment. Het is zaak de ontwikkeling op dit vlak sterk in de gaten te houden.