Zoeken
  1. Uitleg pensioenplafond bij aanbevelingen kring van kantonrechters

Uitleg pensioenplafond bij aanbevelingen kring van kantonrechters

De berekening van het pensioenplafond is door de kring van kantonrechters in aanbeveling 3.5  opgenomen. Het pensioenplafond is de maximale te verwachte inkomstenderving tot aan de redelijkerwijs te verwachten pensioendatum. Als het bedrag van het pensioenplafond lager is dan de uitkomst van de kantonrechtersformule[1], wordt de vergoeding in beginsel berekend aan de hand van de verwachte inkomstenderving in plaats van de (neutrale) kantonrechtersformule. Met name bij oudere medewerkers met e...
Auteur artikelFrédérique Hoppers
Gepubliceerd15 februari 2011
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
De berekening van het pensioenplafond is door de kring van kantonrechters in aanbeveling 3.5  opgenomen. Het pensioenplafond is de maximale te verwachte inkomstenderving tot aan de redelijkerwijs te verwachten pensioendatum. Als het bedrag van het pensioenplafond lager is dan de uitkomst van de kantonrechtersformule[1], wordt de vergoeding in beginsel berekend aan de hand van de verwachte inkomstenderving in plaats van de (neutrale) kantonrechtersformule. Met name bij oudere medewerkers met een lang dienstverband kan het pensioenplafond een belangrijke rol van betekenis spelen, omdat dit een begrenzing stelt aan de ontbindingsvergoeding.

Sinds de introductie van het pensioenplafond discussiëren werkgevers en werknemers over de vraag of met een WW-uitkering of IOW-uitkering rekening mag worden gehouden bij de berekening van het inkomen dat een werknemer gaat derven tot de verwachte pensioendatum.

In de lagere rechtspraak tekende de lijn zich af dat een WW- of IOW-uitkering in mindering komt op de berekening van de verwachte inkomstenderving. Het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft deze lijn in zijn arrest van 5 oktober 2010 doorgetrokken, wat derhalve een gunstige ontwikkeling voor de werkgever is. Kort gezegd diende het hof te oordelen over een bepaling in het sociaal plan waarin was geregeld dat de eenmalige uitkering bij een vrijwillig vertrek gelijk is aan de kantonrechtersformule met correctiefactor 1, maar nooit meer dan de verwachte inkomensderving tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. In het sociaal plan werd verwezen naar aanbeveling 3.5 van de kring van kantonrechters. Het hof concludeert dat een WW-uitkering in de plaats komt van het eerder verdiende loon, zodat hiermee rekening moet worden gehouden bij de berekening van het pensioenplafond. Een andere uitleg zou ertoe leiden dat de werknemer na zijn ontslag een aanzienlijk hoger bedrag zou ontvangen dan zijn laatstverdiende loon, terwijl dit volgens het hof niet strookt met het doel van het sociaal plan (opvangen van de gevolgen van het verlies van inkomen).    

Het belang van het in de aanbevelingen verwoorde pensioenplafond moet niet onderschat worden. Niet enkel in een ontbindingsprocedure staan de aanbevelingen in de belangstelling. Ook in een sociaal plan worden met regelmaat de aanbevelingen als leidraad gehanteerd, zoals blijkt uit het hierboven besproken arrest van het hof. De opstellers van het sociaal plan (bijvoorbeeld werkgevers of werkgevers- en werknemersorganisaties) doen er verstandig aan nadrukkelijk stil te staan bij de vraag welke inkomsten meetellen voor de berekening van het pensioenplafond, zoals bijvoorbeeld een WW-uitkering. Ook is het raadzaam het begrip verwachte pensioendatum in het sociaal plan nader te definiëren. Als het binnen de onderneming bijvoorbeeld gebruik is dat medewerkers op 63-jarige leeftijd (in plaats van de AOW-gerechtigde leeftijd) uit dienst treden, dan kan dit aspect in het sociaal plan verwerkt worden. Het bedrag dat gemoeid is met het pensioenplafond pakt in dat geval lager uit.  

Tot slot is het pensioenplafond ook bij eventuele onderhandelingen over een minnelijke beëindigingsregeling een relevant aspect. Voorafgaand aan deze onderhandelingen doen werkgevers er verstandig aan na te gaan of de (neutrale) kantonrechtersformule het bedrag van het pensioenplafond overstijgt. Toepassing van het pensioenplafond bij een beëindiging van het dienstverband kan financieel aantrekkelijk zijn voor een werkgever, temeer als een WW-uitkering of IOW-uitkering wordt meegenomen bij de berekening van de inkomstenderving.   


[1] De kantonrechtersformule komt neer op A x B x C, waarbij A voor het aantal gewogen dienstjaren staat, B voor het bruto maandsalaris inclusief vaste emolumenten en C voor de correctiefactor.