Zoeken
  1. Waarde voor overdrachtsbelasting toch verminderd met bouw- én grondkosten

Waarde voor overdrachtsbelasting toch verminderd met bouw- én grondkosten

De Hoge Raad heeft op 22 maart 2013 een belangrijk arrest gewezen inzake de vermindering van overdrachtsbelasting bij opeenvolgende verkrijgingen. Waar de rechtbank en het hof zoals in de praktijk tot dat moment gebruikelijk oordeelden dat de kosten voor de grond niet tot vermindering leidden, oordeelt de Hoge Raad dat dit wel het geval is. De grond werd weliswaar meer dan 6 maanden voor de opvolgende verkrijging verkregen, echter de Hoge Raad ziet de levering van de grond en de oplevering va...
Auteur artikelKlaas-Albert Veerbeek
Gepubliceerd03 april 2013
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
De Hoge Raad heeft op 22 maart 2013 een belangrijk arrest gewezen inzake de vermindering van overdrachtsbelasting bij opeenvolgende verkrijgingen. Waar de rechtbank en het hof zoals in de praktijk tot dat moment gebruikelijk oordeelden dat de kosten voor de grond niet tot vermindering leidden, oordeelt de Hoge Raad dat dit wel het geval is. De grond werd weliswaar meer dan 6 maanden voor de opvolgende verkrijging verkregen, echter de Hoge Raad ziet de levering van de grond en de oplevering van het appartement als één prestatie voor de omzetbelasting.

De zaak
Koper verkrijgt van verkoper een appartement in eigendom dat verkoper 3 maanden daarvoor opgeleverd heeft gekregen van de aannemer. Ter zake van de verkrijging heeft koper op aangifte een bedrag aan overdrachtsbelasting voldaan, maar heeft tegen de betaling van dit bedrag vervolgens bezwaar gemaakt. Koper was van mening dat de grondslag voor de overdrachtsbelasting verminderd moest worden. Het bezwaar is door de inspecteur afgewezen en zijn beroep bij de rechtbank is ongegrond verklaard. In het ingestelde hoger beroep heeft het hof de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Voor de behandeling van deze zaak bij de rechtbank en het hof verwijs ik u naar het artikel van mijn college Karin Braam.

Artikel 13 Wet op belastingen van rechtsverkeer
Op grond van artikel 13 lid 1 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: artikel 13 WBR) wordt in geval van een verkrijging binnen 6 maanden na een vorige verkrijging van dezelfde goederen door een ander, de waarde waarover overdrachtsbelasting verschuldigd is, verminderd met het bedrag waarover ter zake van de vorige verkrijging hetzij overdrachtsbelasting, hetzij niet aftrekbare omzetbelasting verschuldigd was. In geschil is tot welk bedrag koper recht heeft op vermindering van de grondslag voor overdrachtsbelasting. De rechtbank en het hof oordeelden dat de grond meer dan 6 maanden voor de opvolgende verkrijging door verkoper geleverd is gekregen en dat alleen de levering van het appartement binnen de termijn van 6 maanden valt. Het bedrag dat in mindering gebracht moet worden op de waarde voor overdrachtsbelasting is dus alleen het bedrag aan bouwkosten en niet de kosten voor de grond.

Don Bosco
De Hoge Raad oordeelt aan de hand van het arrest van het Hof van Justitie van 19 november 2009 (Don Bosco) echter dat de handelingen van de aannemer jegens de vorige verkrijger met betrekking tot de grond en het appartement voor de heffing van omzetbelasting tezamen als één prestatie moeten worden beschouwd, die als geheel de levering van een nieuw appartement tot voorwerp heeft. Deze levering vond plaats binnen 6 maanden voor de levering van verkoper aan koper, waardoor het gehele bedrag van koop- en aanneemsom in mindering gebracht dient te worden op de grondslag voor de overdrachtsbelasting.

Verruiming termijn
De termijn van 6 maanden in artikel 13 WBR werd met ingang van 1 september tijdelijk verruimd tot 36 maanden!