Zoeken
  1. Wat hoort tot het beklemde vermogen na omzetting van een stichting?

Wat hoort tot het beklemde vermogen na omzetting van een stichting?

De rechtsvorm waarbinnen activiteiten worden ontplooid kan onder omstandigheden niet langer passend zijn. De wetgever heeft hiermee rekening gehouden en de mogelijkheid geopend om van rechtsvorm te veranderen. Bij een omzetting blijft de rechtspersoon, als de drager van rechten en plichten, voortbestaan en behoudt hij zijn identiteit. Hij trekt louter een andere juridische jas aan.Kernartikel bij alle vormen van omzetting van een rechtspersoon van een bepaalde soort in een rechtspersoon van e...
Auteur artikelPeter-Jan Hopmans (uit dienst)
Gepubliceerd06 april 2011
Laatst gewijzigd06 april 2011
Leestijd 
De rechtsvorm waarbinnen activiteiten worden ontplooid kan onder omstandigheden niet langer passend zijn. De wetgever heeft hiermee rekening gehouden en de mogelijkheid geopend om van rechtsvorm te veranderen. Bij een omzetting blijft de rechtspersoon, als de drager van rechten en plichten, voortbestaan en behoudt hij zijn identiteit. Hij trekt louter een andere juridische jas aan.

Kernartikel bij alle vormen van omzetting van een rechtspersoon van een bepaalde soort in een rechtspersoon van een andere soort is artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek (“BW”). Dit artikel bepaalt dat een rechtspersoon die zich gaat omzetten twee besluiten moet nemen: een besluit tot omzetting en een besluit tot wijziging van de statuten. Bij het nemen van beide besluiten moeten dezelfde regels in acht worden genomen. Dit zijn de regels die bij de desbetreffende rechtspersoon gelden voor een besluit tot wijziging van de statuten. Afgezien van deze besluiten is een notariële akte van omzetting nodig. Deze akte moet de nieuwe statuten bevatten. Uit de statuten moet de nieuwe rechtsvorm van de rechtspersoon blijken, terwijl voorts de inrichting van de rechtspersoon in overeenstemming moet worden gebracht met de wettelijke regels die gelden voor de rechtspersoon van de soort waarin wordt omgezet. De omzetting komt tot stand met het verlijden van de akte van omzetting.

Indien een stichting zich omzet in een andere rechtsvorm wordt door de wetgever rekening gehouden met de bijzondere status van de stichting. De stichting bestaat uit een vermogen waaraan een bepaalde bestemming is gegeven. In de wet is in artikel 2:18 lid 6 BW bepaald dat na omzetting van een stichting uit de statuten moet blijken dat het vermogen dat zij bij de omzetting heeft en de vruchten daarvan (het zogenaamde: “beklemde vermogen”) slechts met toestemming van de rechter anders mogen worden besteed dan voor de omzetting was voorgeschreven. Hetzelfde geldt voor de statuten van een rechtspersoon voor zover het vermogen van een stichting en de vruchten daarvan krachtens fusie of splitsing zijn overgegaan. Het beklemde vermogen maakt overigens gewoon deel uit van het vermogen van de rechtspersoon na omzetting, van vermogensafzondering is dus geen sprake.

Lange tijd bestond onduidelijkheid over de vraag wat precies onder het beklemde vermogen viel. Onlangs heeft de Hoge Raad zich hierover uitgesproken door te oordelen dat de tekst noch de strekking van het voorschrift van artikel 2:18 lid 6 BW er toe leiden dat de voorgeschreven wettelijke beklemming dient te rusten op alle individuele activa en passiva. Het voorschrift beoogt te waarborgen dat het eigen vermogen van de omgezette stichting na omzetting niet ongeoorloofd wordt uitgekeerd of wordt besteed op een andere wijze dan in overeenstemming is met de statuten van de omgezette stichting. Gelet op deze beschermingsfunctie kan onder vermogen in dit verband slechts het saldo van de activa en passiva worden begrepen. Alleen voor dit saldo kan een omzettingsreserve worden gevormd. Aan de door de rechter te bewaken bescherming wordt voldoende recht gedaan door de beklemming te doen rusten op het gesaldeerde eigen vermogen van de omgezette stichting.

Conclusie is dus dat het beklemde vermogen bestaat uit het saldo van alle vermogensbestanddelen op het moment van omzetting, en dat dit (gefixeerde) bedrag het vermogen is ten aanzien waarvan uit de statutenmoet blijken dat het slechts met toestemming van de rechter anders mag worden besteed dan voor de omzetting was voorgeschreven.

Voor een link naar de uitspraak van de Hoge Raad klik hier.