Zoeken
  1. Wat te doen tegen concurrende activiteiten van een ex-werknemer na overname van een bedrijf uit een faillissement deel II

Wat te doen tegen concurrende activiteiten van een ex-werknemer na overname van een bedrijf uit een faillissement deel II

Onlangs (ma. 9 augustus 2010) behandelde mr. Lieke aan den Toorn op deze website een uitspraak van de Voorzieningenrechter te Den Bosch. In de uitspraak heeft de Voorzieningenrechter zich uitgelaten over de (on)mogelijkheden om als overnemer van een onderneming uit een faillissementsboedel op te treden tegen ex-werknemers die concurrerende activiteiten ontplooien. De Voorzieningenrechter in Dordrecht zag zich recentelijk eveneens geconfronteerd met een vergelijkbare kwestie (LJN: BN4507). Voo...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd24 augustus 2010
Laatst gewijzigd24 augustus 2010
Leestijd 
Onlangs (ma. 9 augustus 2010) behandelde mr. Lieke aan den Toorn op deze website een uitspraak van de Voorzieningenrechter te Den Bosch. In de uitspraak heeft de Voorzieningenrechter zich uitgelaten over de (on)mogelijkheden om als overnemer van een onderneming uit een faillissementsboedel op te treden tegen ex-werknemers die concurrerende activiteiten ontplooien. De Voorzieningenrechter in Dordrecht zag zich recentelijk eveneens geconfronteerd met een vergelijkbare kwestie (LJN: BN4507). Voor deze overnemer lagen de kaarten echter anders.

Den Bosch
De conclusie die uit de uitspraak van de Bossche Voorzieningenrechter kan worden getrokken is de volgende. Het is op zich niet onrechtmatig indien een voormalig werknemer van een failliete onderneming concurrerende werkzaamheden gaat uitvoeren. Zelfs niet indien de werknemer daarbij gebruik maakt van kennis en informatie die hij van de failliete onderneming heeft verkregen. Dit is anders, aldus de Voorzieningenrechter, indien er specifieke non-concurrentie afspraken zijn overeengekomen, of er sprake is van bijkomende omstandigheden. Een non-concurrentiebeding was in deze zaak niet overeengekomen, maar van bijkomende omstandigheden was wel sprake, zodat de werknemer aansprakelijk was voor de schade die de overnemer daardoor had geleden. Ik verwijs voor een verdere uitwerking van deze uitspraak naar de bijdrage van mr. Aan den Toorn.

Dordrecht
De zaak die aan de rechter te Dordrecht voorlag, draaide om drie werknemers van een failliete onderneming (Absorbit) zijnde de verkoopleider buitendienst, de general manager en een vertegenwoordiger. Alle drie de werknemers hadden een geheimhoudingsbeding in hun arbeidsovereenkomst. De general manager en de vertegenwoordiger eveneens een non-concurrentiebeding. De curator heeft tijdens faillissement de arbeidsovereenkomsten met de werknemers opgezegd.

De onderneming wordt even later door de curator aan VDC verkocht. Eventuele toepasselijke concurrentie en/of relatiebedingen zijn daarbij door de curator aan VDC overgedragen. Ten aanzien van de geheimhoudings-bedingen is in de overeenkomst niets geregeld. VDC moet vervolgens met lede ogen aanzien dat de ex-werknemers VDC beconcurreren, onder andere door gebruik te maken van persoonlijke e-mailadressen van relaties uit het klantenbestand van het failliete Absorbit.

Geheimhoudingsbedingen

In kort geding had VDC zich onder meer op het standpunt gesteld dat de geheimhoudingsbedingen op haar waren overgegaan. Zij heeft dit echter niet voldoende kunnen aantonen. Het overnamecontract tussen VDC en de curator bevatte enkel een bepaling over de concurrentiebedingen en/of relatiebedingen. Een beroep op de geheimhoudingsbedingen kan VDC dan ook niet baten, aldus de Voorzieningenrechter.

Concurrentie- en/of relatiebedingen

Ten aanzien van de non-concurrentiebedingen oordeelt de Voorzieningenrechter anders. De overdracht van dit beding was immers wél geregeld in de overeenkomst met de curator. Om te beoordelen wat de werking van deze overdracht is, knoopt de rechter aan bij art. 7:663. Hierin is – kort gezegd – geregeld dat bij overgang van onderneming, alle rechten en verplichtingen tussen werknemer en werkgever op de nieuwe werkgever overgaan. Maar, een recht van een werkgever om een voormalige werknemer aan zijn concurrentiebeding te houden gaat bij overdracht van onderneming niet op de verkrijger over. Op die manier wordt de werknemer enigszins beschermd in zijn arbeidskeuzevrijheid. Deze zelfde bescherming moet ook in faillissement aan de werknemer worden gegeven, aldus de rechter.

Conclusie
De Voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat het recht om een voormalig werknemer aan zijn concurrentiebeding te houden wel aan de voormalige werkgever (of in geval van faillissement) de curator, toekomt – mits zij daarbij een redelijk belang hebben – maar dat dit recht niet aan de overnemer van de in de faillissementsboedel vallende onderneming kan worden overgedragen, althans niet door deze kan worden uitgeoefend. Het beroep van VDC op deze bedingen kan haar dan ook niet baten.

VDC heeft tegen de werknemers tevens een vordering ingesteld vanwege onrechtmatige concurrentie. De feiten en omstandigheden in dit concrete geval leidden echter niet tot een veroordeling van de werknemers. VDC staat in dit geval dus met lege handen.