Zoeken
  1. Wet modernisering faillissementsprocedure van kracht

Wet modernisering faillissementsprocedure van kracht

Artikel | 21 september 2018 | Joanne Houwers

Eerder hebben wij een artikel geschreven over de indiening van het Wetsvoorstel modernisering faillissementsprocedure. Het doel de modernisering van de faillissementsprocedure is om de afwikkeling van een faillissement transparanter en efficiënter te maken. Tevens is het wetsvoorstel gericht op het verhogen van de opbrengsten voor de schuldeisers in een faillissement en het beperken van de met een faillissement gepaarde gaande kosten. Op 26 juni 2018 is het wetsvoorstel door de Eerste Kamer aangenomen.


Hierbij volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen die in de Faillissementswet (Fw) zijn doorgevoerd.


1. Bevorderen digitalisering van de faillissementsprocedure en verbetering van de toegankelijkheid van informatie

Het doel van de wet sluit aan bij het doel van het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak,  namelijk het faciliteren van het gebruik van digitale hulpmiddelen tijdens het faillissementsproces. De curator mag voortaan kiezen of hij schuldeisers per brief of bijvoorbeeld e-mail informeert over wanneer zij hun vordering moeten indienen. In het nieuwe artikel 80a Fw staat beschreven dat de rechter-commissaris bepaalt of een vergadering van schuldeisers fysiek, schriftelijk of met gebruikmaking van een elektronisch communicatiemiddel plaatsvindt. De gedachte is dat digitaal vergaderen een laagdrempelig en goedkoop alternatief is voor fysieke vergaderingen, met name voor grotere faillissementen met schuldeisers uit het buitenland. Ook de aankondiging van de verificatievergadering kan voortaan via e-mail. Verder blijkt het nieuwe artikel 127 lid 4 Fw dat de griffier in het centraal insolventieregister opneemt wanneer de uiterlijke dag is waarop de vorderingen kunnen worden ingediend.

In artikel 14 lid 3 Fw is opgenomen dat de griffier van de rechtbank het faillissement publiceert in de Nederlandse Staatscourant en terstond inschrijft in het centraal insolventieregister, waarbij in ieder geval de naam en de woonplaats of het kantoor van gefailleerde op de dag van de uitspraak in het register worden ingeschreven.

Verder is voor onderhandse verkoop van goederen niet langer toestemming van de rechter-commissaris vereist voor zover de waarde van de verkopen goederen niet meer bedraagt dan
€ 2.000,00. De onderhandse verkoop van de boedel tot deze waarde wordt (dus) vereenvoudigd, waardoor de lasten van zowel de curator als de rechter-commissaris worden verlicht.


2. Versnelling van de faillissementsprocedure

Om vertraging van de afwikkeling van faillissementen te voorkomen, is artikel 108 Fw aangepast. De termijn waarbinnen vorderingen kunnen worden ingediend is niet langer veertien dagen, maar is nu afhankelijk van de te houden verificatievergadering die zal worden bepaald door de rechter-commissaris. Op grond van dit artikel heeft de rechter-commissaris (dus) een discretionaire bevoegdheid om de termijn van indiening van vorderingen door concurrente schuldeisers te verlengen of te verkorten.


3. Meer maatwerk

De rechtbank kan op grond van artikel 74 lid 1 Fw bij het vonnis tot faillietverklaring of bij een latere beschikking, gelet op de omvang van de aard van het faillissement, een voorlopige schuldeiserscommissie instellen die de curator van advies dient. Deze schuldeiserscommissie heeft als taak de curator van advies te voorzien en hem te controleren, bijvoorbeeld bij de tegeldemaking van de boedel. Nieuw is dat ook een deskundige of bijzondere belangenbehartiger kan worden benoemd tot lid.


4. Bevorderen specialisatie bij wetgever en ondersteuning wetgevingsproces

De wet biedt in het nieuwe artikel 14b Fw de mogelijkheid meerdere rechters-commissarissen te benoemen. Uitgangspunt is dat zij zowel afzonderlijk als tezamen hun bevoegdheid kunnen uitoefenen.


Verder kan de rechter -commissaris op grond van artikel 66 Fw een deskundige benoemen voor zover dit nodig is voor de goede en effectieve vervulling van het toezicht op het beheer en de vereffening van de failliete boedel. De kosten in verband met de benoeming van de deskundige komen ten laste van de boedel.


Inwerkingtreding

De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Minister Dekker heeft in de memorie van antwoord kenbaar gemaakt dat hij voorziet dat de andere maatregelen op 1 januari 2019 in werking zullen treden. Inmiddels is duidelijk dat de invoering van een ‘real-time’ insolventieregister tot nader orde zal worden uitgesteld.


Overgangsrecht

Voor faillissementen die voor het tijdstip van inwerkingtreden van de wet zijn uitgesproken, geldt nog het oude recht.