Zoeken
  1. Weten We Zeker dat… een proeftijd niet altijd geldig kan worden overeengekomen?

Weten We Zeker dat… een proeftijd niet altijd geldig kan worden overeengekomen?

Met de WWZ is de mogelijkheid om een proeftijd overeen te komen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd beperkt. In het nieuwe artikel 7:652 BW is bepaald dat een proeftijdbeding in een arbeidsovereenkomst die is aangegaan voor ten hoogste zes maanden nietig is. Onder de WWZ kan derhalve geen geldige proeftijd meer worden overeengekomen in arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan voor ten hoogste zes maanden. De wetgever heeft in dit kader overwogen dat een kortdurend contract voor bepa...
Artikel | 17 juni 2015 | Marieke Hulstijn-Botter

Met de WWZ is de mogelijkheid om een proeftijd overeen te komen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd beperkt. In het nieuwe artikel 7:652 BW is bepaald dat een proeftijdbeding in een arbeidsovereenkomst die is aangegaan voor ten hoogste zes maanden nietig is. Onder de WWZ kan derhalve geen geldige proeftijd meer worden overeengekomen in arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan voor ten hoogste zes maanden. De wetgever heeft in dit kader overwogen dat een kortdurend contract voor bepaalde tijd op zich al veel onzekerheid met zich meebrengt voor de werknemer en dat het onwenselijk is dat in die gevallen de onzekerheid nog verder wordt vergroot door een proeftijdbeding, aangezien de werknemer gedurende de proeftijd immers geen ontslagbescherming geniet.


Het nieuwe artikel 7:652 BW bepaalt voorts dat een overeengekomen proeftijd nietig is, indien (a) de proeftijd niet voor beide partijen gelijk is, (b) de proeftijd in arbeidsovereenkomsten korter dan twee jaren langer is dan een maand (tenzij een en ander bij cao is bepaald), (c) de proeftijd op langer dan twee maanden wordt gesteld, (d) het beding is opgenomen in een opvolgende arbeidsovereenkomst tussen een werknemer en dezelfde werkgever (tenzij die overeenkomst duidelijk andere vaardigheden of verantwoordelijkheden van de werknemer eist dan de vorige arbeidsovereenkomst), en (e) het beding is opgenomen in een opvolgende arbeidsovereenkomst tussen een werknemer en een andere werkgever die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moet worden de opvolger van de vorige werkgever te zijn.