Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Wetsvoorstel ‘Continuïteit van zorg’ aangenomen door Eerste Kamer

Wetsvoorstel ‘Continuïteit van zorg’ aangenomen door Eerste Kamer

De crisis laat geen sector onberoerd; nadat in de afgelopen jaren banken zoals ING, SNS, ABN, Fortis en AEGON met overheidssteun zijn geholpen, komen ook zorgaanbieders vaker in de financiële problemen. Daarbij speelt steeds de vraag of de bank/ zorgaanbieder overeind moet worden gehouden met publiek geld. Of moeten slecht presterende banken en zorgaanbieders, net als ‘gewone’ ondernemingen, failliet gaan op het moment dat ze hun schulden niet meer kunnen betalen?Een onderneming die failliet...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd04 december 2013
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
De crisis laat geen sector onberoerd; nadat in de afgelopen jaren banken zoals ING, SNS, ABN, Fortis en AEGON met overheidssteun zijn geholpen, komen ook zorgaanbieders vaker in de financiële problemen. Daarbij speelt steeds de vraag of de bank/ zorgaanbieder overeind moet worden gehouden met publiek geld. Of moeten slecht presterende banken en zorgaanbieders, net als ‘gewone’ ondernemingen, failliet gaan op het moment dat ze hun schulden niet meer kunnen betalen?

Een onderneming die failliet gaat, sluit meestal nog dezelfde dag haar deuren en zal - behalve bij een doorstartscenario - de deuren ook gesloten houden. Een ziekenhuis echter kan haar deuren niet zomaar sluiten. Er zijn patiënten die continue zorg nodig hebben, patiënten die niet vervoerd kunnen worden, patiënten die met spoed behandeling nodig hebben. In het belang van deze patiënten lijkt het de taak van de overheid om ieder ziekenhuis te redden. Is een ziekenhuis om wat voor reden ook echter niet financieel levensvatbaar, dan zou het gevolg zijn dat al dat publieke geld in een bodemloze put verdwijnt.

In het Wetsvoorstel ‘Continuïteit van Zorg’[1], dat op 26 november jl. door de Eerste Kamer is aangenomen, is getracht de balans te vinden tussen enerzijds de behoefte van de samenleving aan continuering van cruciale zorg tegenover anderzijds de behoefte om financieel niet levensvatbare zorgaanbieders uit de samenleving te kunnen later verdwijnen. Het uitgangspunt: de overheid (en dus de belastingbetaler) neemt niet langer de kosten van een falende zorgaanbieder op zich terwijl wel de spoedeisende hulp, acute verloskunde, ambulancezorg, crisis-ggz of AWBZ-zorg (de ‘cruciale zorg’) blijven bestaan. Het Wetsvoorstel biedt daartoe de volgende instrumenten.

‘Early warning’

In de eerste plaats dient een zorgverzekeraar die ziet dat de continuïteit van de zorg in gevaar dreigt te komen, dit te melden aan de NZa. De zorgverzekeraar zal hiervoor informatie nodig hebben van de zorgaanbieders. Nu al gebruiken zij (vergaande) contractsbepalingen om zo vroeg mogelijk eventuele financiële problemen bij de zorgaanbieder te kunnen signaleren. Het is dan in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar om de problemen bij de zorgaanbieder op te lossen. Gaat het vervolgens toch mis en komt daardoor de cruciale zorg in gevaar, pas dan kan de overheid als uiterste redmiddel voor deze cruciale zorg een vangnetstichting oprichten.

Verscherpte fusietoets

In de tweede plaats wordt met het wetsvoorstel de toetsing aangescherpt van fusies en concentraties waarbij zorgaanbieders zijn betrokken. Nu al moeten fusies en concentraties tussen zorgaanbieders met een bepaalde omvang worden gemeld bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). In het Wetsvoorstel is opgenomen dat een zorgaanbieder met meer dan 50 man personeel die wil fuseren, voorafgaande toestemming nodig heeft van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De zorgaanbieder legt bij haar aanvraag een zogenaamde fusie-effect rapportage over, waarin onder meer het doel, de redenen, de nieuwe structuur, de financiële gevolgen, de gevolgen voor de zorgverlening, de risico’s voor de kwaliteit en bereikbaarheid van de zorg, de wijze van overleg met belanghebbenden en het tijdsbestek met betrekking tot de fusie staan beschreven. De NZa voert vervolgens een procedurele toets uit: zij toetst of de cliënten en het personeel op een zorgvuldige wijze betrokken zijn bij de voorbereiding van de fusie en of de continuïteit van de cruciale zorg in gevaar komt. Pas nadat de NZa haar goedkeuring aan de voorgenomen fusie heeft verleend, kan deze (indien noodzakelijk) worden gemeld bij de ACM.

Splitsing zorgaanbieders

Het derde instrument dat in het Wetsvoorstel staat opgenomen, is de bevoegdheid van de minister om structurele maatregelen te nemen bij ernstige afbreuk aan de kwaliteit van de zorg. De minister kan op basis van deze nieuwe bevoegdheid als ultimum remedium zelfs zo ver gaan als het splitsen een zorgaanbieder. Dit is een zeer vergaande maatregel en voordat hiertoe kan worden overgegaan, dient de NZa een bedrijfskundig rapport uit te brengen over de effecten en moeten andere, minder vergaande opties zijn onderzocht.

Doordat de Eerste Kamer akkoord is gegaan met het Wetsvoorstel geldt dat de wet is aangenomen en zij zal inwerkingtreden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Of het nieuwe instrumentarium inderdaad zal leiden tot de ‘continuering van de cruciale zorg’ zonder overheidsingrijpen, zal de tijd leren.







[1] Wetsvoorstel 33253: Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet cliëntenrechten zorg en enkele andere wetten in verband met het tijdig signaleren van risico's voor de continuïteit van zorg alsmede in verband met het aanscherpen van procedures met het oog op de kwaliteit en bereikbaarheid van zorg.