Zoeken
  1. Wetsvoorstel om executoriale veiling van onroerende zaken te verbeteren

Wetsvoorstel om executoriale veiling van onroerende zaken te verbeteren

De regering heeft ten aanzien van executieveilingen van onroerende zaken onder meer de onderstaande wijzigingen voorgesteld. Een datum van inwerkingtreding is nog niet genoemd.Wijzigingen voor wat betreft het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: de aankondiging van de executieveiling mag in de toekomst geschieden op een website. De verplichting tot “aanplakking” en publicatie in een lokaal dagblad, als bedoeld in het huidige artikel  516 lid 1 Rv komen te vervallen; de veilingvoorwaarden...
Artikel | 03 januari 2013 | Ruben Berentsen
De regering heeft ten aanzien van executieveilingen van onroerende zaken onder meer de onderstaande wijzigingen voorgesteld. Een datum van inwerkingtreding is nog niet genoemd.

Wijzigingen voor wat betreft het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:

  • de aankondiging van de executieveiling mag in de toekomst geschieden op een website. De verplichting tot “aanplakking” en publicatie in een lokaal dagblad, als bedoeld in het huidige artikel  516 lid 1 Rv komen te vervallen;

  • de veilingvoorwaarden moeten straks worden geplaatst op de hiervoor bedoelde website;

  • voorgesteld wordt dat de executieveiling ook (en/of uitsluitend) via internet kan plaatsvinden;

  • bij executieveiling van een woning mogen aan de koper geen andere veilingkosten meer in rekening worden gebracht dan de overdrachtsbelasting of BTW; het honorarium van de veiling; de kosten van het Kadaster; de kosten van ontruiming. Vóór de executieveiling moet de notaris een indicatie geven van de maximale hoogte van deze kosten;

  • het huidige artikel 525 lid 3 Rv wordt aangepast zodanig dat ook onbekende personen die zonder recht van de geveilde woning gebruik maken, tot ontruiming kunnen worden gedwongen;

  • met betrekking tot de executieveiling van een woning wordt voorgesteld dat het risico van het gekochte pas op de koper overgaat na inschrijving van de verzameling gepasseerde akten in het veilingtraject in de openbare registers.


Wijzigingen voor wat betreft het Burgerlijk Wetboek:

  • in de  toekomst zal een hypotheekhouder vóór de veiling het huurbeding moeten inroepen (artikel 3:264 BW) als er sprake is van een woning, tenzij er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat:



  1. de verkoopopbrengst in verhuurde staat hoger is dan in onverhuurde staat;

  2. de opbrengst voldoende is om alle hypotheekhouders (die zich kunnen beroepen op een huurbeding) te voldoen; of

  3. niemand aanspraak kan maken op een huurovereenkomst.


Overigens hoeft het huurbeding niet te worden ingeroepen in geval van een onderhandse verkoop.

  • voor zover een beroep op een huurbeding tot ontruiming moet leiden, zal de rechter de ontruimingstermijn ten hoogste op 3 maanden vaststellen (thans is deze maximaal 1 jaar);

  • artikel 3:267 BW geeft de hypotheekhouder de bevoegdheid om de onroerende zaak onder zich te nemen. Voorgesteld wordt om ten aanzien van deze bevoegdheid een machtiging van de voorzieningenrechter verplicht te stellen. Verder kunnen het beheer- en ontruimingsbeding tegen eenieder (tenzij deze een huurder is) die zich in het huis bevindt worden ingeroepen;

  • in een nieuw artikel 3:267a BW wordt voorgesteld de hypotheekgever en de gebruikers van de te veilen woning, met het oog op de aangekondigde executie, te verplichten om medewerking te verlenen ana het bezichtigen van de woning;

  • daarnaast wordt in artikel 3:268 BW bepaald dat, behalve de hypotheekhouder (de geldverstrekker) en de hypotheekgever, ook de executoriale beslaglegger een verzoek kan indienen tot onderhandse verkoop, aangezien een onderhandse verkoop in de regel leidt tot een hogere verkoopopbrengst;

  • tegelijk met een verzoek tot onderhandse verkoop kunnen de hypotheekgever en de zijnen worden veroordeeld tot ontruiming;

  • ten slotte wordt voorgesteld dat niet alleen een advocaat maar ook een notaris bepaalde proceshandelingen zal kunnen verrichten. Bedoeld wordt:



  1. een verzoek tot onderhandse verkoop;

  2. een verzoek tot inroeping van het beheer- en ontruimingsbeding;

  3. de goedkeuringsverklaring voor uitbetaling ex artikel 3:270 lid 3 BW, en

  4. de verklaring van tenietgaan van hypotheken etc. als bedoeld in artikel 3:273 lid 2 BW.


Bronvermelding: Notamail 23 november 2012 en NJB 2012/2515