Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Aandeelhoudersovereenkomst prevaleert toch niet bij ontslagbesluit

Aandeelhoudersovereenkomst prevaleert toch niet bij ontslagbesluit

Op 5 februari 2014 informeerde collega Marèl Baak u over een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin de verhouding tussen een bepaling in de statuten van een BV en een bepaling in de aandeelhoudersovereenkomst aan de orde was. Onlangs heeft het Hof Amsterdam in deze zaak uitspraak in hoger beroep gedaan.De casusA, een van de statutair bestuurders en aandeelhouders van X BV, is uitgenodigd voor een algemene vergadering van X BV waarbij op de agenda onder meer is opgenomen de besluitvorming...
Auteur artikelPeter-Jan Hopmans (uit dienst)
Gepubliceerd27 februari 2015
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Op 5 februari 2014 informeerde collega Marèl Baak u over een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin de verhouding tussen een bepaling in de statuten van een BV en een bepaling in de aandeelhoudersovereenkomst aan de orde was. Onlangs heeft het Hof Amsterdam in deze zaak uitspraak in hoger beroep gedaan.

De casus
A, een van de statutair bestuurders en aandeelhouders van X BV, is uitgenodigd voor een algemene vergadering van X BV waarbij op de agenda onder meer is opgenomen de besluitvorming over het voorgenomen ontslag van A als statutair bestuurder. Deze vergadering is niet doorgegaan en voor onbepaalde tijd uitgesteld. A start vervolgens een kortgedingprocedure en vordert onder meer gedaagden te verbieden een besluit te nemen tot ontslag van A als statutair bestuurder op grond dat in de tussen de aandeelhouders gesloten aandeelhoudersovereenkomst is opgenomen dat ontslag van een bestuurder een unaniem besluit vereist. Deze bepaling wijkt af van de statuten van de BV, waarin was opgenomen dat voor het ontslag van bestuurders een versterkte meerderheid nodig was van 2/3e van de uitgebrachte stemmen die de helft van het kapitaal vertegenwoordigen; een regeling die in lijn is met de dwingendrechtelijke bepaling over dit onderwerp.

De rechtbank
De rechtbank oordeelde dat partijen een dergelijke bepaling, hoewel in strijd met de wettelijk en statutaire bepaling, in een aandeelhoudersovereenkomst overeen kunnen komen. Ook kan, aldus de rechtbank, nakoming van een dergelijke bepaling worden gevorderd. Afspraken die zijn opgenomen in een aandeelhoudersovereenkomst werken op grond van de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW door in de vennootschappelijke rechtsverhouding. Dat het belang van aandeelhouders bij nakoming van de door hen gesloten overeenkomst niet altijd gelijk loopt met het vennootschappelijke belang, doet aan de gebondenheid aan een overeenkomst niet af. Wel kunnen er bijzondere omstandigheden van toepassing zijn die tot gevolg hebben dat de nakoming van een aandeelhoudersovereenkomst  op grond van de redelijkheid en billijkheid niet van een aandeelhouder kan worden verlangd. Dit kan het geval zijn indien het belang van de vennootschap afgezet tegen het aandeelhoudersbelang in onaanvaardbare mate wordt geschaad. De voorzieningenrechter oordeelde dat in dit geval onvoldoende is gebleken van bijzondere omstandigheden.

Het Hof
Het Hof laat in het midden of het bepaalde in de aandeelhoudersovereenkomst in beginsel afdwingbaar is, omdat zich naar het oordeel van het Hof in deze casus de situatie voordoet dat de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 lid 2 BW aan het vorderen van nakoming in de weg staat. Het Hof is van mening dat de wettelijke regeling omtrent het ontslag van bestuurders ervoor moet waken dat ontslag van een bestuurder te zeer wordt bemoeilijkt dan wel onmogelijk wordt gemaakt. Deze regeling dient het belang van de vennootschap. De gedachte die uit de wettelijke regeling spreekt is dat het handhaven van een bestuurder tegen de wens van aandeelhouders in die tezamen meer dan twee derden van de uitgebrachte stemmen en meer dan de helft van het kapitaal vertegenwoordigen, in het algemeen op gespannen voet zal komen te staan met het vennootschapsbelang en dat deze situatie dient te worden voorkomen. Tegen de achtergrond van het voorgaande zal een vordering tot nakoming van een in een aandeelhoudersovereenkomst opgenomen bepaling als de onderhavige die ertoe strekt te beletten dat een bestuurder/aandeelhouder tegen zijn/haar wil kan worden ontslagen ook al wensen de overige aandeelhouders (die 75% van het kapitaal vertegenwoordigen) dit ontslag wel, met het oog op het belang van de vennootschap al spoedig naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moeten worden geacht.

Eigen observaties
Indien in een aandeelhoudersovereenkomsten  bepalingen worden opgenomen die het belang van één of meer aandeelhouder(s) dien(t)(en), moet er rekening mee worden gehouden dat het belang van de vennootschap aan (het vorderen van) nakoming van deze bepalingen in de weg kunnen staan omdat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit geldt los van de vraag of de desbetreffende bepaling in strijd is met de wet of de statuten.

Peter-Jan Hopmans