De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Bepalingen van dwingend recht bij agentuurovereenkomst: opzeggingsregeling

Bepalingen van dwingend recht bij agentuurovereenkomst: opzeggingsregeling

Het komt in de praktijk meer dan eens voor dat partijen een agentuurovereenkomst met elkaar hebben gesloten en de ene partij op enig moment niet meer verder wil met de andere partij. Partijen zijn vanzelfsprekend gehouden aan de afspraken die zij hierover hebben gemaakt in de agentuurovereenkomst. Wat nog wel eens vergeten wordt, is dat de agentuurovereenkomst wettelijk is geregeld waarbij nogal wat bepalingen van (semi-)dwingend recht zijn. Dat betekent dat partijen in de agentuurovereenkomst daarvan niet kunnen afwijken. In dit artikel ga ik in op de opzeggingsregeling die van dwingend recht is.
Leestijd 
Auteur artikel Joanne Houwers
Gepubliceerd 14 juli 2021
Laatst gewijzigd 14 juli 2021
 

Kwalificatie agentuurovereenkomst

Een agentuurovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij (de handelsagent) voor een andere partij (de principaal) voor bepaalde of onbepaalde tijd tegen beloning bemiddelt bij het sluiten van overeenkomsten.

Opzegging: opzegtermijn

De agentuurovereenkomst mag worden opgezegd indien zij geldt voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd met recht van tussentijdse opzegging.

Bij de opzegging dient een opzegtermijn in acht te worden genomen. De opzegtermijn is vier maanden, vermeerderd met een maand na drie jaren looptijd van de overeenkomst en met twee maanden na zes jaren. Partijen kunnen anders overeengekomen, maar in dat geval kan de opzegtermijn niet korter zijn dan een maand in het eerste jaar van de overeenkomst, twee maanden in het tweede jaar en drie maanden in de volgende jaren.

Opzegging: faillissement en surseance van betaling

Daarnaast kan de agentuurovereenkomst ook worden opgezegd bij faillissement en surseance van betaling van de principaal.

Opzegging: dringende reden

Opzegging is tevens mogelijk op grond van een dringende, aan de wederpartij onverwijld meegedeelde reden. Dringende redenen zijn omstandigheden van zodanige aard dat van de partij die de agentuurovereenkomst doet eindigen, redelijkerwijs niet gevergd kan worden de agentuurovereenkomst, zelfs tijdelijk, in stand te laten.

Een voorbeeld van een dringende reden voor de principaal is het faillissement van de handelsagent, een situatie waarin de handelsagent de principaal heeft bedrogen omtrent zijn kwalificaties, de handelsagent zijn geheimhoudingsplicht in ernstige mate heeft geschonden en/of de handelsagent inbreuk heeft gemaakt op het op zijn rustende concurrentiebeding.

Een voorbeeld van een dringende reden voor de handelsagent is de aanstelling van een tweede agent in strijd met een alleenrecht.

Zoals ook volgt uit de letterlijke tekst van de bepaling, dient de dringende reden onverwijld te worden meegedeeld. Dat betekent dat de opzeggende partij kenbaar moet maken waarom hij de agentuurovereenkomst opzegt. Als dit niet gebeurt, kan deze partij zich niet met succes beroepen op een dringende reden. In de praktijk wordt dit nog wel eens vergeten.

Overigens is een beding in de agentuurovereenkomst waardoor aan een van de partijen de beslissing wordt overgelaten of er een dringende reden aanwezig is, nietig.

Onregelmatige opzegging

Opzegging zonder inachtneming van de toepasselijke regels inzake de duur, opzeggingsmogelijkheid, termijn of dringende reden, leidt tot schadeplichtigheid. Deze regel is van dwingend recht en luidt als volgt:

“De partij die de overeenkomst beëindigt zonder eerbiediging van haar duur of zonder inachtneming van de wettelijke of overeengekomen opzeggingstermijn en zonder dat de wederpartij daarin toestemt, is schadeplichtig, tenzij zij de overeenkomst doet eindigen om een dringende, aan de wederpartij onverwijld medegedeelde reden.”

Een onregelmatige opzegging leidt ertoe dat de agentuurovereenkomst wel wordt beëindigd, maar de opzeggende partij gehouden is tot betaling van een schadevergoeding.

De vergoeding wegens schadeplichtigheid is gelijk aan de beloning over de tijd dat de agentuurovereenkomst bij regelmatige beëindiging had behoren voort te duren (zie artikel 7:441 lid 1 en 2 BW). Voor vaststelling van deze som wordt rekening gehouden met de in de voorafgaande tijd verdiende provisie en met alle andere ter zake in acht te nemen factoren.

Het zou erop kunnen lijken dat enkel de handelsagent als benadeelde partij kan worden aangemerkt, aangezien de vergoeding wordt bepaald op basis van de provisie die zou zijn verdiend indien de overeenkomst regelmatig zou zijn beëindigd (aantal maanden vermenigvuldigd met de maandelijkse provisie). De wet laat echter ook de mogelijkheid toe dat de principaal de benadeelde partij is. Dat betekent dat de handelsagent geen hogere vergoeding hoeft te betalen dan de provisie die hij zou hebben ontvangen bij regelmatige opzegging.

Vragen over dit artikel of over de (opzegging van een) agentuurovereenkomst? Neem contact op met Joanne Houwers.