1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Bestuurdersaansprakelijkheid voor fiscale schulden: voorkomen en aanvechten

Bestuurdersaansprakelijkheid voor fiscale schulden: voorkomen en aanvechten

Bestuurders van ondernemingen hebben een belangrijke verantwoordelijkheid voor het naleven van belastingwetgeving. Wanneer een onderneming haar belastingschulden niet op tijd voldoet, kan het bestuur onder omstandigheden door de Belastingdienst aansprakelijk worden gehouden voor deze fiscale schulden. In dit artikel leest u wanneer het bestuur aansprakelijk kan zijn voor fiscale schulden en hoe die aansprakelijkheid kan worden voorkomen of aangevochten.
Leestijd 
Auteur artikel Maartje ter Horst
Gepubliceerd 05 april 2023
Laatst gewijzigd 06 april 2023

Melding betalingsonmacht + inlichtingenplicht

Wanneer een ondernemer (tijdelijk) niet in staat is zijn belastingen aan de fiscus te voldoen, dient hij dat te melden bij de Belastingdienst. Daarbij dient de ondernemer, indien de Belastingdienst dit verlangt, nadere inlichtingen te verstrekken en stukken te overleggen. Doet de ondernemer de melding betalingsonmacht niet of niet tijdig, of wordt niet voldaan aan de inlichtingenplicht, dan loopt het bestuur het risico hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld voor de niet-betaalde belastingschulden. Dit kan vergaande consequenties hebben, zoals beslaglegging op een huis, auto of andere privé-vermogensbestanddelen van de bestuurder.

Wanneer melden?

De melding betalingsonmacht dient “onverwijld” gedaan te worden zodra is gebleken dat betaling niet mogelijk is. Onverwijld houdt in dat binnen twee weken nadat de belasting of premie betaald had moeten worden, de betalingsonmacht gemeld moet worden. De plicht tot melden ligt bij het bestuur van de rechtspersoon.

De melding dient schriftelijk te geschieden en dient inzicht te geven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat er niet kan worden betaald. Voor het doen van de melding kunt u gebruikmaken van het formulier dat u kunt downloaden van de website van de Belastingdienst. Zodra de Belastingdienst de melding heeft ontvangen, onderzoekt zij deze op juistheid. Pas wanneer de Belastingdienst dit aan u heeft bevestigd, is de melding betalingsonmacht rechtsgeldig geregistreerd.

Gevolgen niet (tijdig) melden

Wordt de melding betalingsonmacht niet of niet tijdig gedaan, dan komt de bestuurder in een nadelige bewijspositie te verkeren. Op grond van de wet wordt dan vermoed dat het niet-betalen van de belastingen is veroorzaakt door onbehoorlijk bestuur. Het is dan aan de bestuurder om aan te tonen dat hem niet kan worden verweten dat de betalingsonmacht niet-tijdig is gedaan en dat verder ook geen sprake is geweest van onbehoorlijk bestuur in de 3 jaren voorafgaand aan het in gebreke zijn. Deze zware bewijslast ligt dan dus bij de bestuurder. 

Gevolgen tijdige melding

Is er tijdig gemeld, dan is van bestuurdersaansprakelijkheid in beginsel geen sprake. De Belastingdienst kan een bestuurder, ondanks een tijdige melding betalingsonmacht, slechts aansprakelijk houden indien de Belastingdienst kan aantonen dat het niet-betalen te wijten is aan kennelijk onbehoorlijk bestuur. De bewijslast ligt alsdan bij de Belastingdienst. De lat voor een geslaagde aansprakelijkstelling ligt hoog. 

Wanneer is sprake van 'kennelijk onbehoorlijk bestuur'?

Van kennelijk onbehoorlijk bestuur is sprake 'indien geen redelijk denken bestuurder onder dezelfde omstandigheden zo zou handelen', aldus de Leidraad Invordering. Het moet gaan om ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Uit jurisprudentie blijkt dat het vaak gaat om gedragingen die getypeerd kunnen worden als onverantwoordelijk, onbezonnen, verregaand onnadenkend of roekeloos. Veelal wordt aangesloten bij de norm die geldt voor bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Voor de beoordeling of sprake is kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 36 Invorderingswet dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen..

Voorbeelden van kennelijk onbehoorlijk bestuur zijn:

  • structureel grote bedragen in privé onttrekken aan de vennootschap terwijl de fiscus niet betaald wordt;
  • fraude en misbruik;
  • onverantwoorde grote investeringen doen;
  • het aangaan van verplichtingen terwijl duidelijk is dat de vennootschap deze verplichtingen niet zal kunnen nakomen;
  • bewuste benadeling van de fiscus.

Van belang is te benoemen dat bestuurders een grote mate van vrijheid toekomt om keuzes te maken, ook als die achteraf niet goed blijken uit te pakken. Ondernemingsrisico's mogen worden genomen en er mag niet te snel geoordeeld worden dat van kennelijk onbehoorlijk bestuur sprake is, ook om te voorkomen dat bestuurders teveel risicomijdend worden. 

Wie geldt als 'bestuurder'?

Naast formele bestuurders, worden voor de toepassing van fiscale bestuurdersaansprakelijkheid tevens als bestuurder aangemerkt:

  • voormalig bestuurders, tijdens wiens bestuur de belastingschuld is ontstaan;
  • feitelijk bestuurders/beleidsbepalers: degene ten aanzien van wie aannemelijk is dat hij het beleid van de onderneming heeft bepaald of mede heeft bepaald als ware hij bestuurder;
  • iedere bestuurder van een rechtspersoon-bestuurder. 

Voor welke belastingen?

Bestuurdersaansprakelijkheid is beperkt tot de navolgende type belastingen: 

  • loonbelasting
  • omzetbelasting (btw)
  • accijnzen
  • verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van pruim- en snuiftabak
  • kansspelbelasting
  • milieubelasting

Als bestuurder kunt u dus niet aansprakelijk worden gehouden voor onbetaalde vennootschapsbelasting. Voor die belasting kunt u dan ook geen melding betalingsonmacht doen.

Bezwaar en beroep

Bestuurders die door de Belastingdienst aansprakelijk worden gesteld, kunnen daartegen bezwaar en beroep aantekenen. De fiscus stelt bestuurders aansprakelijk bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Hiertegen kan binnen zes weken bezwaar worden gemaakt bij de Belastingdienst. Dat kan eventueel ook een pro forma bezwaarschrift zijn waarbij de gronden van het bezwaar later worden aangevuld. Het is evenwel van belang om tijdig bezwaar in te stellen, om zo toegang tot de belastingrechter te behouden.

Indien de Belastingdienst het bezwaar afwijst (via een 'uitspraak op bezwaar'), kan de bestuurder daartegen in beroep gaan bij de belastingrechter van de rechtbank. De rechtbank toetst  of en in hoeverre de Belastingdienst de bestuurder terecht aansprakelijk heeft gesteld voor de fiscale schulden. Wordt die procedure door de bestuurder verloren, dan kan hiertegen hoger beroep of (daarna) cassatie worden ingesteld. 

Tot slot

Bestuurders die voorzien dat hun onderneming niet in staat is tot tijdige betaling van belastingen, dienen tijdig een melding betalingsonmacht te doen en op verzoek van de fiscus nadere inlichtingen te verstrekken en stukken te overleggen. Dit kan privé-aansprakelijkheid voorkomen. Is evenwel sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur, dan kunnen bestuurders ook - ondanks een tijdige melding betalingsonmacht - aansprakelijk worden gehouden.

Wilt u meer weten over bestuurdersaansprakelijkheid voor belastingschulden, of wilt u tegen een fiscale aansprakelijkstelling bezwaar of beroep aantekenen? Neem contact op met Maartje ter Horst.