Zoeken
  1. Contractenrecht : Hoe beëindig ik een overeenkomst? Opzegging, ontbinding en vernietiging

Contractenrecht : Hoe beëindig ik een overeenkomst? Opzegging, ontbinding en vernietiging

Wanneer je je verbindt aan een andere partij door het aangaan van een overeenkomst, bestaan er verplichtingen over en weer. Er kunnen zich velen denkbare situaties voordoen waarin je niet langer aan je verplichtingen wil of kan voldoen, of waarin je geen behoefte meer hebt aan de prestaties van de ander; je wil van de overeenkomst af. Er zijn verschillende mogelijkheden om dit voor elkaar te krijgen, die afhangen van de soort overeenkomst die is gesloten. Na een korte inleiding ga ik daar in...
Auteur artikelCindy Snelders-van de Kamp
Gepubliceerd06 augustus 2014
Laatst gewijzigd06 augustus 2014
Leestijd 
Wanneer je je verbindt aan een andere partij door het aangaan van een overeenkomst, bestaan er verplichtingen over en weer. Er kunnen zich velen denkbare situaties voordoen waarin je niet langer aan je verplichtingen wil of kan voldoen, of waarin je geen behoefte meer hebt aan de prestaties van de ander; je wil van de overeenkomst af. Er zijn verschillende mogelijkheden om dit voor elkaar te krijgen, die afhangen van de soort overeenkomst die is gesloten. Na een korte inleiding ga ik daar in dit artikel iets dieper op in.

Inleiding
De Nederlandse wet (het Burgerlijk Wetboek, hierna: “BW”) kent algemene bepalingen over verbintenissen en overeenkomsten. Daarnaast spreekt het BW ook over zogenaamde “bijzondere” overeenkomsten, oftewel, de wetgever heeft ten aanzien van een aantal bijzondere overeenkomsten specifieke regels opgenomen. Zo heeft de wetgever onder meer specifieke regels opgesteld voor koopovereenkomsten, huurovereenkomsten, arbeidsovereenkomsten, agentuurovereenkomsten, verzekeringsovereenkomsten, overeenkomsten van opdracht en overeenkomsten tot aanneming van werk. In Nederland geldt een grote mate van contractsvrijheid. Van deze regels kan dus in veel gevallen worden afgeweken. Soms schrijft de wet echter dwingende bepalingen voor; dit is vaak het geval bij consumenten (personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf).

De algemene regels

Opzegging
Zoals ik hierboven al heb aangegeven kennen we in Nederland de zogenaamde contractsvrijheid; het staat een ieder in principe vrij om de omvang en de voorwaarden van een overeenkomst te bepalen. Of en hoe men een overeenkomst kan beëindigen hangt dus in eerste instantie af van de inhoud van de overeenkomst. Mogelijkheden van beëindiging worden veelal ook overeengekomen in algemene voorwaarden. Het is dus goed eerst in deze documenten te kijken welke mogelijkheden er zijn om –zo makkelijk mogelijk- van de overeenkomst af te komen. Juridisch wordt er dan veelal gesproken over opzegging. In contracten wordt dit echter ook wel aangeduid met andere bewoordingen als annulering of beëindiging. In zijn algemeenheid is opzegging niet in de wet geregeld. Het bestaan van de mogelijkheid alsmede de voorwaarden daarvan worden in de overeenkomst geregeld.

Opzegging van duurovereenkomsten
Het ontbreken van een wettelijke regeling heeft in de praktijk wel tot problemen geleid. Dit geldt met name bij duurovereenkomsten. Deze zijn er in vele soorten en maten maar komen kortgezegd neer op een overeenkomst waarbij er voor een langere periode over een weer structureel verplichtingen bestaan. Sommige duurovereenkomsten zijn benoemd (zoals de arbeids- en huurovereenkomst) en kennen een specifieke regeling in de wet. De onbenoemde duurovereenkomsten (zoals distributie- en franchiseovereenkomsten) kennen geen wettelijke regeling omtrent opzegging. Wanneer er  bij onbenoemde duurovereenkomsten niets ten aanzien van opzegging is overeenkomen kan er dus niet op grond van de wet worden opgezegd en zou je alleen van de overeenkomst af kunnen wanneer de wederpartij “tekort schiet” of er sprake is van een vernietigingsgrond (zie hierna).  De Hoge Raad heeft echter uitgesproken dat (onbenoemde) duurovereenkomsten, ook al zijn deze voor onbepaalde tijd en kennen zij geen contractuele opzeggingsmogelijkheid, in beginsel opzegbaar zijn. Wel kunnen de redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat voor de opzegging een voldoende zwaarwegende grond is, er een opzegtermijn in acht moet worden genomen of er een schadevergoeding moet worden betaald aan de andere partij.

Ontbinding
De wet bepaalt in artikel 6:265 BW (wel) dat een overeenkomst onder omstandigheden kan worden ontbonden. Een overeenkomst kan (pas) worden ontbonden wanneer de andere partij tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen; oftewel wanneer afspraken niet worden nagekomen. De tekortkoming moet de ontbinding wel kunnen rechtvaardigen en mag dus niet te gering zijn. Daarnaast dient de nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk te zijn of dient de wederpartij ‘in verzuim’ te zijn. Van verzuim is op basis van de wet sprake wanneer er fatale termijnen zijn overschreden, wanneer de wederpartij in gebreke is gesteld of wanneer de wederpartij zelf aangeeft (of uit zijn mededeling blijkt)  niet (juist of tijdig) na te zullen komen. Ook in de overeenkomst of in de algemene voorwaarden kan worden geregeld wanneer er sprake is van een tekortkoming of verzuim, of er al dan niet ingebreke moet worden gesteld en of ontbinding tot de mogelijkheden behoort . Er is dus bij het sluiten van de overeenkomst genoeg ruimte voor creativiteit!

Ontbinding kan via de rechter, maar dit is niet nodig. Een schriftelijke mededeling van de ontbinding is voldoende. Ontbinding heeft geen terugwerkende kracht. De overeenkomst eindigt op het moment van de ontbinding. Eerder gedane betalingen of verrichtte prestaties zijn niet onverschuldigd (zonder rechtsgrond) verricht. Wel bestaat er een verplichting over en weer tot ‘ongedaanmaking’ van deze verplichtingen (6:271 BW). Als ongedaanmaking niet mogelijk is, bijvoorbeeld wanneer een product als is door geleverd of is gebruikt, dan dient de waarde terug betaald te worden.

Vernietiging
Een overeenkomst komt tot stand, er vanuit gaande dat partijen dat willen en dit aan elkaar verklaren. Er zijn echter ook situaties waarin een overeenkomst tot stand komt, terwijl dit eigenlijk niet gewild is. Of beter gezegd, dat je dacht dat je het wilde, maar achteraf blijkt dat deze wil beïnvloed is. Indien de wil op onzuivere wijze is gevormd, dan is er sprake van een wilsgebrek. Het BW kent vier van deze “wilsgebreken”, welke een grond voor vernietiging van de overeenkomst vormen:

  1. Bedreiging;

  2. Bedrog;

  3. Dwaling;

  4. Misbruik van omstandigheden.


In het geval van bedreiging wil je op dat moment de overeenkomst waarschijnlijk wel sluiten, als dit voorkomt dat je iets erg wordt aangedaan. Je wil is op dat moment echter niet gericht op de gevolgen van de overeenkomst (bijvoorbeeld het kopen van een product), maar op het wegnemen van de bedreiging. Op die grond is een overeenkomst niet geldig tot stand gekomen (er kleefde een gebrek aan je wil). Omdat dit oordeel aan een van de partijen is (“ik voelde mij bedreigd”), is er voor de vernietiging een actie vereist; de overeenkomst moet vernietigd worden door een schriftelijke verklaring ofwel door de uitspraak van een rechter. Men kan dus ook berusten in de handeling en dan blijft de overeenkomst geldig. De overeenkomst is niet automatisch nietig.

Bedrog en dwaling lijken veel op elkaar. In beide gevallen denk je bij aanvang iets te willen, maar blijkt achteraf dat dit op basis van een verkeerde voorstelling van zaken is geweest. Bij bedrog is deze verkeerde voorstelling van zaken opzettelijk door de wederpartij gegeven. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld wanneer achteraf blijkt dat de kilometerteller van een auto opzettelijk is teruggedraaid. Wanneer je wist dat de auto 180.000 km had gelopen in plaats van de voorgestelde 90.000 km had je de auto waarschijnlijk niet (voor die prijs) willen kopen. De overeenkomst kan dan worden vernietigd op grond van bedrog. De vereiste opzet bij bedrog is vaak lastig te bewijzen. Om die reden wordt er in die gevallen vaak (ook) een beroep op dwaling gedaan. Bij dwaling is er sprake van een onjuiste voorstelling van zaken, waarbij de overeenkomst bij een juiste voorstelling, niet gesloten zou zijn. Opzet is daarbij niet vereist. Het kan ook zo zijn dat de onjuiste voorstelling is veroorzaakt door zwijgen van de wederpartij waar hij had horen te spreken. Daarnaast kan vernietiging onder omstandigheden zelfs plaatsvinden wanneer ook de wederpartij een verkeerde voorstelling van zaken had en derhalve volledig te goeder trouw was (wederzijdse dwaling). Dwaling kan niet plaatshebben ten aanzien van een absolute toekomstige omstandigheid. Wanneer je je geërfde sierraden verkoopt omdat je in de financiële moeilijkheden zit, en je wint de volgende dag de lotto, kan je de verkoop van de sierraden niet op grond van dwaling vernietigen.

Van misbruik van omstandigheden is sprake wanneer iemand van de omstandigheden waarin een ander verkeert gebruik maakt om die ander iets te laten doen wat hij of zij in een normale situatie niet zou hebben gedaan. In de meeste gevallen is dit nadelig voor de ander en voordelig voor de misbruiker. Er wordt dus misbruik gemaakt van iemands tijdelijke kwetsbaarheid. Om te spreken van misbruik van omstandigheden moet er sprake zijn van een bijzondere omstandigheid die de ander kwetsbaar maakt. Daarnaast is het van belang dat de misbruiker het bestaan van deze bijzondere omstandigheid kent en weet of moet weten dat die ander hierdoor kwetsbaar is. Tot slot moet er een causaal verband aanwezig zijn, de overeenkomst zou niet gesloten zijn zonder deze bijzondere omstandigheid.

De vernietiging kan schriftelijk, of door de rechter, geschieden en heeft op grond van de wet terugwerkende kracht. Dit houdt in dat de vernietiging terugwerkt tot het tijdstip waarop de overeenkomst is aangegaan. Wat dit precies inhoudt, wordt hieronder door een voorbeeld toegelicht.

Het verschil tussen ontbinding en vernietiging
Hierboven heb ik aangegeven dat ontbinding geen terugwerkende kracht heeft en vernietiging wel. Daarnaast schrijf ik ook dat er bij ontbinding in principe wel een ‘ongedaanmakingsverplichting’ ontstaat. Wat is feitelijk nu het verschil? Het lijkt misschien allemaal erg juridisch en theoretisch, maar toch kunnen de gevolgen voor de praktijk (soms) heel groot zijn. Ik kan dit het beste uitleggen door middel van een voorbeeld.

Je bent ondernemer en je verkoopt meubels. Er komt een klant bij je binnen en die 100 tafels en 400 stoelen wil kopen voor de inrichting van een tehuis voor zieke kinderen (hij handelt namens de vennootschap Care4Kind B.V.) Om die reden wordt er gevraagd om een flinke korting. Je waardeert het goede werk van de man en besluit een korting van 50% te verlenen, wat nagenoeg neerkomt op verkoop tegen de inkoopprijs. Daarnaast spreek je af geen kosten in rekening te zullen brengen voor de levering. De meubelen worden door jou afgeleverd bij een leeg pand (het tehuis moet immers nog worden ingericht). De overeengekomen fatale betalingstermijn van 14 dagen is inmiddels verstreken maar de klant heeft nog niet betaald. Een week later lees je in de krant dat Care4Kind B.V. is gefailleerd. Wanneer je contact opneemt met de curator blijkt dat de man een fraudeur is, dat er nimmer concrete voornemens waren om een tehuis te beginnen en dat de man met de noorderzon – en heel veel spullen- vertrokken is. Van de geleverde goederen zijn er 200 stoelen in de gehuurde ruimte achtergebleven.

Door de koop is Care4Kind B.V. eigenaar geworden van de meubels. Als je overgaat tot ontbinding van de overeenkomst, omdat Care4Kind B.V. niet aan haar verplichtingen heeft voldaan, ontstaat er voor Care4Kind B.V. , en in dit geval dus voor de curator, een ongedaanmakings (en dus terugleverings)verplichting. Een curator hoeft deze verbintenis echter niet na te komen. Het is een zogenaamde “obligatoire verplichting” die gelijk staat met alle andere vorderingen van concurrente schuldeisers in een faillissement. Echter wanneer de overeenkomst wordt vernietigd (in dit geval op grond van dwaling of bedrog), wordt de overeenkomst geacht nooit te hebben bestaan. Care4Kind B.V. is dan nooit eigenaar geworden van de meubels. Het eigendomsrecht dient de curator wel te respecteren (het heeft een zogenaamd “goederenrechtelijk” karakter in plaats van een “obligatoir” karakter). In het geval van ontbinding heb je dus alleen een laag gerangschikte vordering in het faillissement, die doorgaans niet door de failliete boedel kan worden voldaan. In het geval van vernietiging zal de curator je in de gelegenheid stellen de meubels op te halen. De restantvordering kan alsnog in het faillissement worden ingediend. De grondslag van beëindiging van een overeenkomst kan dus ingrijpende gevolgen hebben.

De bijzondere regels
Eerder in dit artikel gaf ik al aan dat er voor een aantal benoemde overeenkomsten specifieke regels gelden. In sommige gevallen worden er extra strenge  –al dan niet dwingende- eisen gesteld aan opzegging. Bijvoorbeeld bij arbeidsovereenkomsten en agentuurovereenkomsten is dit het geval. Er zijn ook overeenkomsten waarbij de wet een ruime opzeggingsmogelijkheid voorschrijft. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een overeenkomst van opdracht. Deze overeenkomsten worden meestal gesloten met (financiële) dienstverleners als accountants, consultants, makelaars, schoonmakers, ontwerpers, reclamebureaus, fotograven en webdesigners. Een opdrachtgever kan nagenoeg altijd een overeenkomst van opdracht opzeggen. Ook indien partijen welbewust een overeenkomst hebben gesloten voor bepaalde tijd (bijvoorbeeld een aantal maanden of jaren) en daarbij geen mogelijkheid tot tussentijdse opzeggingsmogelijkheid hebben opgenomen.

De omstandigheid dat een opdrachtnemer zijn/haar werkzaamheden altijd naar behoren heeft uitgevoerd doet aan deze opzegbevoegdheid niet af. Een opdrachtgever hoeft namelijk (enkele uitzonderingen  in het licht van de redelijkheid en billijkheid daargelaten)  geen gegronde reden voor de opzegging te hebben. De opdrachtgever hoeft enkel een redelijke opzegtermijn in acht te nemen. In het geval de opdracht wordt vertrekt door een professionele partij kan van deze regeling worden afgeweken. Wanneer je dienstverlener bent is het dus goed je bewust te zijn van de directe opzeggingsmogelijkheid van de opdrachtgever en de mogelijkheid om hier andere afspraken over te maken.

Het valt buiten het bestek van dit artikel om alle in de wet benoemde overeenkomsten te bespreken. Het is voor de beoordeling of en hoe een overeenkomst kan worden opgezegd dus allereerst van belang de overeenkomst te kwalificeren en na te (laten) gaan of er ten aanzien van deze overeenkomst specifieke regels gelden. Daarna dien je na te gaan wat de overeenkomst en de algemene voorwaarden bepalen en of deze bepalingen in het kader van (dwingende) wetgeving rechtsgeldig zijn. Is niets overeengekomen, of vertoont de overeenkomst een leemte, dan dient aansluiting te worden gezocht bij de algemene regels van het verbintenissenrecht. De redelijkheid en billijkheid, de aard en omvang van de overeenkomst en de bedoeling en de hoedanigheid van partijen spelen bij de invulling daarvan een grote rol.

Wilt u wel echt helemaal van de overeenkomst af?
Wij zien in de praktijk vaak dat ondernemers al snel tot ontbinding overgaan wanneer een wederpartij de overeenkomst niet (geheel) nakomt. Het gevolg is dat dat alle prestaties moeten worden teruggedraaid. Dit is vaak niet de bedoeling. Het is goed te beseffen dat er ook andere mogelijkheden zijn. Denk daarbij aan opschorting van eigen prestaties, vordering tot nakoming, gedeeltelijke ontbinding of aanpassing van de prijs.

Al met al kan gezegd worden dat de wet een scala aan mogelijkheden biedt om van een overeenkomst af te komen, met name door professionele partijen in dit kader een grote mate van vrijheid te geven om hier zelf afspraken over te maken. Mijn advies is om hier gebruik van te maken door je van tevoren bewust te zijn van de (on)mogelijkheden en de overeenkomst zoveel als mogelijk op de concrete situatie aan te passen. In sommige gevallen is het namelijk heel plezierig wanneer een partij niet (zomaar) van een overeenkomst afkan. In andere situaties wil je misschien helemaal niet (langdurig) gebonden zijn. Maak gebruik van deze vrijheid!