De dwangsom bij veroordeling tot betaling van een geldsom

27 februari 2015

De dwangsom is bedoeld om druk uit te oefenen op de schuldenaar, zodat deze de tegen hem uitgesproken hoofdveroordeling zal nakomen. Door gebruikmaking van dit executiemiddel worden rechterlijke beslissingen veel effectiever.

Steven Effting
Steven Effting
Advocaat - Senior
In dit artikel

De dwangsom is bedoeld om druk uit te oefenen op de schuldenaar, zodat deze de tegen hem uitgesproken hoofdveroordeling zal nakomen. Door gebruikmaking van dit executiemiddel worden rechterlijke beslissingen veel effectiever.

Inleiding

Een veroordeling tot betaling van een dwangsom is een middel om het voldoen aan een gerechtelijke beslissing af te dwingen. De dwangsom is bedoeld om druk uit te oefenen op de schuldenaar, zodat deze de tegen hem uitgesproken hoofdveroordeling zal nakomen. Door gebruikmaking van dit executiemiddel worden rechterlijke beslissingen veel effectiever. Als bijkomende veroordeling is de veroordeling tot betaling van een dwangsom nauw met de hoofdveroordeling verbonden en kan zij los daarvan in principe niet (voort)bestaan. Slechts als de dwangsom definitief is verbeurd wordt de band met de hoofdveroordeling losgelaten: de verbeurde dwangsommen kunnen dan afzonderlijk worden geïncasseerd.

De rechter kan niet uit eigen beweging een dwangsom aan zijn uitspraak verbinden, maar dit moet door de eisende partij worden 'gevraagd'. Daarbij geldt wel een belangrijke beperking: een dwangsom kan in beginsel niet worden opgelegd in geval van een veroordeling tot betaling van een geldsom. Hierna wordt een recente uitspraak behandeld waarin de Hoge Raad zich over de reikwijdte van deze uitzondering uitlaat.

Hoge Raad 23 januari 2015


Feiten

De aan- en verkoopmakelaar van A en B onderhandelen over de verkoop van een bedrijfspand van A aan B. Nadat zij ‘onder een aantal voorwaarden’ overeenstemming hebben bereikt, fluit B zijn makelaar terug en geeft aan dat hij het pand niet van A wil kopen. A start een kort geding en de voorzieningenrechter veroordeelt B om op straffe van verbeurte van een dwangsom het pand af te nemen tegen betaling van de overeengekomen koopprijs. B stelt tevergeefs hoger beroep in tegen dit vonnis. Vervolgens levert A het pand aan B en B betaalt de koopsom.

Dan start A een bodemprocedure waarin hij schadevergoeding van B vordert, vanwege het feit dat B het pand niet op de oorspronkelijk overeengekomen datum heeft afgenomen. B stelt een tegenvordering in, inhoudende dat A wordt veroordeeld tot “medewerking aan de teruglevering van het pand tegen terugbetaling van de koopprijs op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag”.

De rechtbank oordeelt dat een koopovereenkomst tot stand is gekomen en wijst de vorderingen van A toe en die van B af. Het hof vernietigt dit vonnis echter en beslist dat geen koopovereenkomst tot stand is gekomen. De vordering van A wordt alsnog afgewezen en de vorderingen van B worden door het hof toegewezen. A moet zich het pand dus laten terugleveren en de koopprijs aan B terugbetalen, bij gebreke waarvan hij een dwangsom aan B zal verbeuren.

In cassatie

Vervolgens komt de zaak bij de Hoge Raad. A klaagt dat het hof heeft miskend dat een dwangsom niet kan worden opgelegd bij een veroordeling die hoofdzakelijk de verplichting tot betaling van een geldsom (in casu: de koopprijs) inhoudt. De verplichting om mee te werken aan het terugdraaien van de transactie komt volgens A in feite uitsluitend neer op de verplichting tot terugbetaling van de koopsom.

De Hoge Raad overweegt dat de beoordeling van deze klacht moet plaatsvinden tegen de achtergrond van de Europese regelgeving waarop de Nederlandse wetsbepalingen over dwangsommen zijn gebaseerd. Uit de toelichting op die Europese regelgeving en rechtspraak van het Benelux Gerechtshof volgt, dat een dwangsom ten doel heeft werkelijke nakoming van een verbintenis te verzekeren, terwijl in het geval van veroordeling tot betaling van een som geld, voldoening aan de veroordeling met behulp van de gewone executiemiddelen kan worden verkregen.

Vervolgens stelt de Hoge Raad dat het hof de vordering van B kennelijk aldus heeft opgevat, dat B besefte dat hij de koopsom alleen dan terugbetaald zou kunnen krijgen indien de eigendom van de bedrijfsruimte gelijktijdig aan A teruggeleverd zou worden en dat, om de voor de vervulling van die voorwaarde vereiste medewerking van A te kunnen afdwingen, een dwangsom nodig was.

Gezien deze omstandigheden heeft het hof volgens de Hoge Raad de wettelijke regeling niet miskend, door de dwangsom toe te wijzen. Er stonden B immers geen middelen ten dienste om (terug)betaling van de koopsom door rechtstreekse tenuitvoerlegging te bewerkstelligen, nu het bestreden arrest daartoe geen veroordeling bevat. Pas ter gelegenheid van de teruglevering van de onroerende zaak – waarvoor de medewerking van A noodzakelijk was – zou B het bedrag van de eerder betaalde koopsom terugbetaald kunnen krijgen.

Volgens de Hoge Raad heeft het hof niet bedoeld de dwangsom afzonderlijk te verbinden aan de terugbetaling van de koopsom. Het opleggen van een dwangsom was in dit geval dus mogelijk.

Gerelateerd

Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen