Zoeken
  1. De enquêteprocedure bij de ondernemingskamer

De enquêteprocedure bij de ondernemingskamer

Het starten van een enquêteprocedure bij de ondernemingskamer kan helpen bij het oplossen van conflictsituaties binnen de vennootschap of het doorbreken van impasses. Iedereen kent wel de grote bekende zaken zoals de enquête bij ABN AMRO in verband met de verkoop van de dochtervennootschap La Salle en de enquête bij Ahold waarbij een groot boekhoudschandaal aan het licht kwam. Een enqueteprocedure kan echter ook oplossingen bieden voor minder grote ondernemingen, maar hoe werkt een enquêtepro...
Artikel | 21 februari 2012 | Dirkzwager
Het starten van een enquêteprocedure bij de ondernemingskamer kan helpen bij het oplossen van conflictsituaties binnen de vennootschap of het doorbreken van impasses. Iedereen kent wel de grote bekende zaken zoals de enquête bij ABN AMRO in verband met de verkoop van de dochtervennootschap La Salle en de enquête bij Ahold waarbij een groot boekhoudschandaal aan het licht kwam. Een enqueteprocedure kan echter ook oplossingen bieden voor minder grote ondernemingen, maar hoe werkt een enquêteprocedure eigenlijk en wat kun je ermee bereiken?

Wie kan een enquêteprocedure starten?
Een enquêteprocedure begint door het indienen van een verzoekschrift. Bij een vennootschap kan een aandeelhouder die óf 10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigt, óf € 225.000 aan nominaal aandelenkapitaal bezit een enquêteprocedure starten. Indien een ondernemingsraad is ingesteld kan ook de ondernemingsraad een enquêteprocedure starten. De statuten van de vennootschap kunnen bepalen dat ook andere personen zich tot de ondernemingskamer kunnen wenden. Daarnaast kan dit recht middels een overeenkomst aan derden worden toegekend.

Voordat iemand zich tot de ondernemingskamer kan wenden moet de betreffende persoon eerst bij het bestuur van de vennootschap schriftelijk zijn of haar bezwaren tegen het beleid en de gang van zaken binnen de vennootschap kenbaar maken. Het bestuur moet immers de mogelijkheid krijgen om te reageren op de bezwaren voordat partijen al betrokken worden in een procedure. Indien de bezwaren niet schriftelijk kenbaar worden gemaakt voorafgaand aan de enquêteprocedure, dan zal de ondernemingskamer het verzoek tot het instellen van een enquête niet in behandeling nemen.

De procedure
Na het indienen van het verzoekschrift zal de ondernemingskamer de vennootschap waartegen het verzoek zich richt en belanghebbenden (zoals aandeelhouders of bestuurders) in de gelegenheid stellen om schriftelijk middels een verweerschrift te reageren op het verzoek. Vervolgens zal een mondelinge behandeling volgen. Tijdens de behandeling kunnen partijen hun standpunten mondeling aan de rechter toelichten. Na de mondelinge behandeling neemt de ondernemingskamer een beslissing.

Het onderzoek
De ondernemingskamer dient te beoordelen of er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid binnen de vennootschap te twijfelen. Indien deze vraag positief wordt beantwoord zal een onderzoek worden gelast naar het beleid en de gang van zaken binnen de vennootschap. Het onderzoek kan worden beperkt qua tijd en omvang. De ondernemingskamer zal een onderzoeker aanstellen. De kosten voor het onderzoek zijn voor de vennootschap. Afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek kunnen de kosten later op de verzoeker of bijvoorbeeld een bestuurder van de vennootschap worden afgewenteld. De onderzoeker zal rapporteren aan de ondernemingskamer die zich vervolgens aan de hand van het rapport zal buigen over de vraag of er sprake is van wanbeleid binnen de vennootschap. De vennootschap, haar bestuurders, commissarissen, werknemers en ex-werknemers dienen volledige medewerking te verlenen aan het onderzoek. Indien zij dit weigeren kan de onderzoeker zich wenden tot de ondernemingskamer en kan deze bijvoorbeeld bepalen dat de woning van de weigerachtige persoon mag worden betreden om informatie veilig te stellen.

Voorlopige voorzieningen
Gedurende de procedure kan de verzoeker de ondernemingskamer vragen om voorlopige voorzieningen te treffen. Juist voor deze bevoegdheid wordt de enquêteprocedure vaak gebruikt. De ondernemingskamer kan voorlopige voorzieningen gelasten voordat zij heeft beslist of een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken moet worden gelast. De voorlopige voorzieningen mogen alleen worden toegewezen indien het belang van het onderzoek of de toestand bij de vennootschap dit vergt. Uiteraard moet wel terughoudendheid worden betracht, de voorlopige voorzieningen kunnen vergaande consequenties hebben. Zo kan de ondernemingskamer besluiten om een bestuurder of commissaris te schorsen, maar ook het stemrecht van een aandeelhouder kan worden geschorst. Er bestaat geen limitatieve opsomming van het aantal te treffen voorlopige voorzieningen gedurende het geding. Het vragen om een voorlopige voorziening maakt het mogelijk om via een enquêteprocedure snel uit een impasse te geraken. Indien de voorzieningen niet zijn beperkt qua tijd zullen zij over het algemeen gelden voor de duur van de procedure.

De ondernemingskamer kan nádat zij heeft vastgesteld dat sprake is van wanbeleid ook voorzieningen treffen indien de verzoeker hierom verzoekt. Alsdan geldt wel dat er een limitatieve lijst is van voorzieningen die kunnen worden getroffen. Het gaat dan om voorzieningen met een vergaand en meer definitief karakter zoals vernietiging van een besluit van een orgaan van de vennootschap, ontslag van een bestuurder of commissaris en eventueel zelfs ontbinding van de vennootschap.

Rechtsmiddelen
Na de procedure bij de ondernemingskamer kunnen partijen in cassatie van de uitspraak van de ondernemingskamer bij de Hoge Raad. Cassatie heeft geen schorsende werking. De uitspraak van de ondernemingskamer blijft dus van kracht tot de Hoge Raad anderszins heeft beslist. Vaak is een andersluidende beslissing al te laat indien door de ondernemingskamer voorlopige of definitieve voorzieningen zijn getroffen. Gezien de vergaande gevolgen van de vaststelling van wanbeleid kan het echter toch van belang zijn om in cassatie te gaan. De vaststelling van wanbeleid kan in een latere aansprakelijkheidsprocedure leiden tot aansprakelijkheid van bestuurders of commissarissen indien het wanbeleid is te wijten aan specifieke organen of individuele personen binnen de vennootschap.