Het faillissement van de VOF leidt niet meer automatisch tot faillissement vennoten

13 februari 2015
In de jurisprudentie, ook in die van de Hoge Raad, werd lange tijd aangenomen dat het faillissement van een vennootschap onder firma (vof) ook automatisch het faillissement van de vennoten van deze vof tot gevolg had. De ratio daarachter was dat ingevolge artikel 18 WvK de vennoten van een vof hoofdelijk verbonden zijn voor de verbintenissen, en dus de schulden, van hun vof. Een vof heeft namelijk zelf geen rechtspersoonlijkheid, maar is een samenwerkingsovereenkomst tussen de verschillende v...
Steven Effting
Steven Effting
Advocaat - Senior
In dit artikel
In de jurisprudentie, ook in die van de Hoge Raad, werd lange tijd aangenomen dat het faillissement van een vennootschap onder firma (vof) ook automatisch het faillissement van de vennoten van deze vof tot gevolg had. De ratio daarachter was dat ingevolge artikel 18 WvK de vennoten van een vof hoofdelijk verbonden zijn voor de verbintenissen, en dus de schulden, van hun vof. Een vof heeft namelijk zelf geen rechtspersoonlijkheid, maar is een samenwerkingsovereenkomst tussen de verschillende vennoten. Wel heeft de vof een afgescheiden vermogen, waarop de schuldeisers van de vof zich met voorrang boven de privéschuldeisers van de vennoten mogen verhalen.

In zijn arrest van 6 februari 2015 is de Hoge Raad echter op deze rechtspraak teruggekomen. In dit arrest geeft de Hoge Raad vijf redenen waarom het faillissement van een vof niet per se hoeft te leiden tot het faillissement van de vennoten.

Allereerst stelt de Hoge Raad dat de faillissementswet daar geen aanleiding toe geeft. Weliswaar dienen de namen van de vennoten te worden vermeld in het faillissementsverzoek van de vof, dit betekent nog niet dat dit verzoekschrift ook heeft te gelden als een verzoek gericht op de faillietverklaring van de afzonderlijke vennoten. Daarmee in lijn is dat het volgens de Hoge Raad in strijd is met artikel 6 EVRM om, zonder dat daarom is verzocht, ook het faillissement van de vennoten uit te spreken. Per vennoot dient namelijk afzonderlijk te worden onderzocht of hij ook privé in staat van faillissement verkeert. Immers, het is zeer goed mogelijk dat een vennoot voldoende privévermogen heeft om én zijn zakelijke én zijn privéschuldeisers te voldoen en dus niet verkeert in een toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Of mogelijk heeft deze vennoot in privé nog een verrekenbare vordering op de aanvrager, die de vof niet heeft. Als laatste stelt de Hoge Raad dat ook de regeling omtrent de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) niet strookt met het gelijktijdig uitspreken van het faillissement van de vof en de vennoten. Immers, natuurlijke personen met zakelijke schulden, zoals de vennoten van een vof, kunnen toegelaten worden tot de WSNP. Heeft deze vennoot dan ook een WNSP-verzoek ingediend, dan kan hij niet zonder meer gelijktijdig met de vof failliet worden verklaard, aangezien de behandeling van een WSNP-verzoek voorrang heeft op de behandeling van een faillissementsverzoek.

Kortom, mocht een schuldeiser het faillissement van een vof willen aanvragen en daarmee ook het faillissement van de vennoten beogen, dan dient hij zijn verzoekschrift ook tot deze vennoten te richten. De rechter zal dan moeten bepalen of iedere afzonderlijke vennoot voldoet aan de criteria die gelden voor de faillietverklaring.

Gerelateerd

Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen