Zoeken
  1. Het kort geding

Het kort geding

In november 2011 schreef ik dit artikel over het verloop van een civiele rechtszaak. Een civiele rechtszaak (ook wel ‘bodemprocedure’ genoemd) kan maanden, soms zelfs jaren, in beslag nemen voordat een vonnis wordt gewezen. In bepaalde gevallen zijn echter op korte termijn maatregelen vereist. Bijvoorbeeld als een werkstaking is aangekondigd en het bedrijf deze staking wil laten verbieden, als een verbod op de publicatie van bepaalde foto’s wordt verlangd of wanneer voldoening van een geldvor...
Auteur artikelKarin Harmsen
Gepubliceerd07 maart 2012
Laatst gewijzigd07 maart 2012
Leestijd 
In november 2011 schreef ik dit artikel over het verloop van een civiele rechtszaak. Een civiele rechtszaak (ook wel ‘bodemprocedure’ genoemd) kan maanden, soms zelfs jaren, in beslag nemen voordat een vonnis wordt gewezen. In bepaalde gevallen zijn echter op korte termijn maatregelen vereist. Bijvoorbeeld als een werkstaking is aangekondigd en het bedrijf deze staking wil laten verbieden, als een verbod op de publicatie van bepaalde foto’s wordt verlangd of wanneer voldoening van een geldvordering wordt geëist en er redenen zijn om aan te nemen dat deze vordering na verloop van tijd niet meer voldaan kan worden. Voor dergelijke niet al te complexe zaken met een spoedeisend belang bestaat een kort geding procedure. Een kort geding is een korte procedure in een civiel geschil, waarmee op snelle wijze een vonnis van een rechter kan worden verkregen.

Hoe begint een kort geding?
Het kort geding wordt ingeleid met een dagvaarding. Daarin wordt de vordering van de eiser uiteengezet. De dagvaarding dient, evenals in een gewone civiele zaak, te worden opgesteld door een advocaat. De dagvaarding wordt vervolgens in concept ingediend bij de rechtbank (en dus niet zoals in een gewone civiele zaak via een deurwaarder aan de gedaagde verzonden). De kortgedingrechter (ook wel voorzieningenrechter genoemd) stelt een tijdstip vast waarop gedaagde moet verschijnen. Doorgaans is dit binnen één á twee weken, in zeer spoedeisende gevallen kan het vaak eerder. Gedaagde wordt dan opgeroepen om op een bepaalde datum voor de rechter te verschijnen en zijn verweer te voeren. In tegenstelling tot wat bij een bodemprocedure (uitgezonderd zaken bij de sector kanton) het geval is, is gedaagde vanwege het snelle verloop van de procedure niet verplicht een advocaat te zoeken. Hij mag in persoon voor de rechter verschijnen en zijn eigen verweer voeren.

Mondelinge behandeling in kort geding
Beide partijen krijgen tijdens de mondelinge behandeling voor de kortgedingrechter de gelegenheid de zaak toe te lichten. Evenals in een gewone civiele zaak zal de rechter ook vragen stellen en proberen te bewerkstelligen dat partijen de zaak alsnog onderling regelen. Aan het einde van de zitting bepaalt de rechter een datum voor het vonnis. Het vonnis wordt gewoonlijk één á twee weken na de zitting uitgesproken. Als het moet kan de rechter echter ook op dezelfde dag zijn vonnis uitspreken.

Het vonnis en de beroepsmogelijkheden
Omdat de procedure zo snel verloopt heeft de rechter weinig tijd zich in alle aspecten van de zaak te verdiepen. Daarom houdt het vonnis in kort geding altijd een voorlopige voorziening in. De uitspraak is met andere woorden nog niet definitief. Het vonnis in kort geding is gebaseerd op wat naar het voorlopige oordeel van de kortgedingrechter juridisch gezien juist is. Beide partijen kunnen na het kort geding nog een bodemprocedure starten. De rechter mag in een bodemprocedure afwijken van het vonnis in kort geding. In veel gevallen gaan partijen echter niet meer naar een bodemrechter nadat zij een vonnis in kort geding hebben gekregen. Naast het starten van een bodemprocedure is het ook mogelijk tegen het vonnis in kort geding hoger beroep in te stellen bij een gerechtshof. Ook deze procedure kent een snel verloop. Dit wordt ook wel spoedappel genoemd.