Zoeken
  1. Uitsluiting van de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag: enkele verschillen met ons ‘eigen’ recht

Uitsluiting van de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag: enkele verschillen met ons ‘eigen’ recht

In internationale koopovereenkomsten (met betrekking tot roerende zaken) en in algemene voorwaarden wordt veelal de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag uitgesloten. Het Weens Koopverdrag biedt een uniform kooprecht. In dit licht is het op zijn minst opmerkelijk te noemen dat in onze rechtspraktijk de toepasselijkheid van het verdrag dikwijls wordt uitgesloten. Nog opmerkelijker is dat de reden voor een dergelijke uitsluiting vermoedelijk vaak ligt in onbekendheid met het verdrag; en du...
Auteur artikelFrans Knüppe
Gepubliceerd23 januari 2012
Laatst gewijzigd23 januari 2012
Leestijd 
In internationale koopovereenkomsten (met betrekking tot roerende zaken) en in algemene voorwaarden wordt veelal de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag uitgesloten. Het Weens Koopverdrag biedt een uniform kooprecht. In dit licht is het op zijn minst opmerkelijk te noemen dat in onze rechtspraktijk de toepasselijkheid van het verdrag dikwijls wordt uitgesloten. Nog opmerkelijker is dat de reden voor een dergelijke uitsluiting vermoedelijk vaak ligt in onbekendheid met het verdrag; en dus niet zozeer in een gedegen beoordeling van de verschillen tussen het verdrag en ons ‘eigen’ kooprecht. In dit artikel zullen enkele in het oog springende verschillen tussen het Weens Koopverdrag en de Nederlandse wettelijke regeling met betrekking tot koopovereenkomsten aan de orde komen. Alhoewel dit artikel niet bedoeld is om een volledig overzicht te geven van alle verschillen, geeft het wel beter inzicht in het nut of juist de nutteloosheid van uitsluiting van de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag.

Het Weens koopverdrag is van toepassing indien sprake is van een internationale koopovereenkomst met betrekking tot roerende zaken waarbij partijen geen consumenten zijn. Vaak wordt de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag echter uitgesloten. De reden voor een dergelijke uitsluiting zou moeten zijn gelegen in een gedegen beoordeling van de verschillen tussen het verdrag en ons ‘eigen’ kooprecht. En deze verschillen zijn er zeker; met name op het gebied van de remedies die de verschillende rechtssystemen bieden. De verschillen tussen twee mogelijke remedies, recht op vervanging van de afgeleverde zaak en recht op ontbinding van de koopovereenkomst, zullen hieronder beknopt de revue passeren.

Recht op vervanging van de geleverde zaak
Het Nederlands recht (Burgerlijk Wetboek) neemt als uitgangspunt dat een koper een recht op vervanging van een afgeleverde zaak heeft indien deze zaak niet beantwoordt aan de overeenkomst (non-conformiteit). Een koper komt dit recht op vervanging echter niet toe indien de afwijking (non-conformiteit) te gering is en vervanging in dat kader niet gerechtvaardigd zou zijn. Tevens komt de koper dit recht niet toe indien de koper niet zorgvuldig is omgegaan met de afgeleverde zaak nadat hij al rekening moest houden met een teruggave.

In tegenstelling tot het Nederlandse recht dat een teleurgestelde koper in beginsel een recht op vervanging toekent, kent het Weens Koopverdrag de koper dit recht slechts toe indien de afwijking een wezenlijke tekortkoming vormt. Een tekortkoming is wezenlijk indien zij leidt tot zodanige schade aan de andere partij (in dit geval de koper) dat deze partij in aanmerkelijke mate wordt onthouden wat zij uit hoofde van de overeenkomst mag verwachten, tenzij de tekortschietende partij (in dit geval de verkoper) dit gevolg niet heeft voorzien en een redelijk persoon in dezelfde hoedanigheid dit evenmin zou hebben voorzien. Het Weens Koopverdrag biedt een teleurgestelde koper dus niet als uitgangspunt een recht op vervanging van de afgeleverde zaak; dit recht bestaat pas indien de non-conformiteit kan worden gekwalificeerd als een wezenlijke tekortkoming.

Recht op ontbinding
Een vergelijkbaar onderscheid bestaat er voor het recht van ontbinding op grond van het Nederlandse recht (Burgerlijk Wetboek) en het Weens Koopverdrag. Naar Nederlands recht rechtvaardigt iedere tekortkoming ontbinding van de overeenkomst. Dit is slechts anders indien de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Ook in dit geval biedt ons wetboek een teleurgestelde koper dus als uitgangspunt een recht op ontbinding.

Het Weens Koopverdrag stelt ook voor ontbinding de eis dat er sprake moet zijn van een wezenlijke tekortkoming. In plaats van een “recht op ontbinding, tenzij” (zoals we die kennen uit de Nederlandse wet) heeft een teleurgestelde koper een “recht op ontbinding, mits”.

Bewijslast
De hierboven omschreven verschillen uiten zich met name op het gebied van de bewijslast. In de “recht op ontbinding, tenzij”-situatie zoals ons Nederlands recht kent kan de teleurgestelde koper gebruik maken van het recht op vervanging of ontbinding en zal de verkoper moeten aantonen dat deze actie niet gerechtvaardigd is. Vanuit het “recht op ontbinding, mits”-perspectief uit het Weens Koopverdrag zal de teleurgestelde koper eerst zelf moeten aantonen dat er sprake is van een wezenlijke tekortkoming. De bewijspositie vanuit de twee benaderingen is dus aanmerkelijk anders. Voor de koper is de regeling in ons Burgerlijk Wetboek aantrekkelijker; en voor de verkoper juist de regeling in het Weens Koopverdrag.

Tot slot
Uit het bovenstaande blijkt dat het recht op vervanging en het recht op ontbinding naar het Weens Koopverdrag beperkter zijn dan naar ons ‘eigen’ recht. Alhoewel dit – gezien het feit dat het Weens Koopverdrag op internationale koopovereenkomsten ziet – verklaarbaar is, kan dit van belang zijn om te bepalen of het zinvol is om de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag uit te sluiten in contracten of algemene voorwaarden. Voor de koper is een dergelijke uitsluiting in het kader van de verschillen op het gebied van vervanging en ontbinding in ieder geval zinvol.

In een volgend artikel zullen – wederom vanuit een Nederlands recht perspectief en vanuit het Weens Koopverdrag perspectief – de mogelijkheid van prijsaanpassing en het recht op schadevergoeding als remedies worden besproken.