Zoeken
  1. Verdere aanpak faillissementsfraude door malafide bestuurders is nabij

Verdere aanpak faillissementsfraude door malafide bestuurders is nabij

In het kader van het wetgevingsprogramma ‘Herijking Faillissementsrecht’ heeft de Tweede Kamer onlangs ingestemd met een wetsvoorstel  waarmee faillissementsfraude effectiever en preventief kan worden bestreden. Het betreft de Wet civielrechtelijk bestuursverbod, die nu ter beoordeling voorligt aan de Eerste Kamer.Wet civielrechtelijk bestuursverbodDit wetsvoorstel beoogt een aanvulling te geven op de huidige Faillissementswet door de mogelijkheid te creëren om een civielrechtelijk bestuursve...
Artikel | 10 juli 2015 | Daan Baas
In het kader van het wetgevingsprogramma ‘Herijking Faillissementsrecht’ heeft de Tweede Kamer onlangs ingestemd met een wetsvoorstel  waarmee faillissementsfraude effectiever en preventief kan worden bestreden. Het betreft de Wet civielrechtelijk bestuursverbod, die nu ter beoordeling voorligt aan de Eerste Kamer.

Wet civielrechtelijk bestuursverbod

Dit wetsvoorstel beoogt een aanvulling te geven op de huidige Faillissementswet door de mogelijkheid te creëren om een civielrechtelijk bestuursverbod van maximaal 5 jaar op te leggen aan een bestuurder die faillissementsfraude pleegt of zich schuldig heeft gemaakt aan wanbeleid in aanloop naar een faillissement.

Hiermee moet tegen worden gegaan dat malafide bestuurders telkens ondernemingen oprichten en vervolgens laten failleren teneinde frauduleuze activiteiten te verhullen.

Diverse redenen kunnen aan een bestuursverbod ten grondslag liggen. Een bestuursverbod is onder meer mogelijk (i) na vaststelling van aansprakelijkheid wegens wanbeleid dat tot een faillissement heeft geleid, (ii) bij bepaalde doelbewuste benadeling van crediteuren voorafgaand aan faillissement, (iii) bij het tekortschieten in de informatie- en medewerkingsplicht jegens de curator of (iv) bij repeterende faillissementen.

Het bestuursverbod kan op verzoek van het Openbaar Ministerie of van de curator door de civiele rechter worden opgelegd.

Na oplegging van een verbod, mag de betreffende bestuurder niet langer als bestuurder of als commissaris optreden. Niet bij dezelfde, maar ook niet bij een andere onderneming. Het omvat alle rechtspersonen, dus ook verenigingen, stichtingen, naamloze en besloten vennootschappen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen.

Het wetsvoorstel ziet niet alleen op zittende bestuurders, maar ook op gewezen bestuurders, commissarissen en feitelijk leidinggevenden.

Vervolg van het wetgevingstraject?

De Eerste Kamer is nu aan zet. Een voorbereidend onderzoek door de Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie vindt plaats op 22 september 2015.

Via onze Kennispagina wordt u op de hoogte gehouden van de verdere ontwikkelingen rondom dit wetsvoorstel, de eventuele aanpassingen en inwerkingtreding ervan.